Over Dichterscafé

Geboorte van een café

Een jaar of vijf geleden was ik voldoende ingeburgerd om te beseffen dat Deventer diverse interessante periodieke bijeenkomsten telde die onder de verzamelnaam 'café' te werk gingen. Zo leerde ik het Science Café kennen, het Historisch Café, het kerkelijk café, het Alzheimer café, en er bestaan ongetwijfeld nog andere soortgelijke gezelschappen. Maar een café, gericht op de beoefening en genieting van de dichtkunst, zoiets als de rederijkerskamers van weleer, bestond kennelijk niet. Dat leek mij een gemis. Tezelfdertijd las ik een biografie van de Russische revolutionaire dichter Vladimir Majakovski, met levendige beschrijvingen van al of niet ondergrondse poëtische ontmoetingen, waar de emoties zo hoog opliepen dat men vrijwel kon spreken van moord en doodslag. Dat sprak mij wel aan. De Deventer horeca zou daar ongetwijfeld ook wel bij varen. Bovendien werd ik mij ervan bewust dat zich in de onmiddellijke nabijheid van mijn woning een kelderruimte bevond (in het destijdse eetcafé De Brave Broeder, thans De Rode Kater) die zich bij uitstek leek te lenen voor intieme, mogelijk conspiratieve, samenkomsten.

Dit alles bracht mij ertoe om samen met Jos Paardekooper te onderzoeken of wij voldoende dichters en aspirant-dichters, van voldoende niveau, bij elkaar zouden kunnen krijgen voor een maandelijks samenzijn. Maar waar te beginnen? Dit is waar Corrie Folkersma als reddende engel ten tonele verscheen. Zij bleek te beschikken over een groslijst van mensen die zich in de loop der jaren hadden gemanifesteerd als deelnemers aan de jaarlijkse gedichtenwedstrijd, uitgeschreven door de Bibliotheek Deventer. Het resultaat bleek verrassend. Vanaf dit prille begin heeft het Deventer Dichterscafé een gestage toeloop van mensen gekend die, alles en allen bijeengenomen, een opmerkelijk hoog niveau van productie te zien hebben gegeven, van een opmerkelijk hoge gemiddelde kwaliteit. Mijn aanvankelijke vrees dat wij overspoeld zouden worden door 'Sinterklaasdichters' bleek ongefundeerd.

De gezellige, maar rommelige Brave Broeder kon het echter niet bolwerken, en plotseling bevonden wij ons dakloos. Opnieuw stak Corrie ons de reddende hand toe. De bibliotheek bleek namelijk te beschikken over een pracht van een zolder die door haar kon worden omgetoverd tot iets 'café-achtigs' en waar wij onze werkzaamheden konden voortzetten.

De voorliefde voor het ondergrondse, met al zijn verleidingen, bleef echter aan ons knagen, en tenslotte konden wij een nieuw subterraan onderkomen vinden bij restaurant La Perla aan de Grote Poot, waar het Dichterscafé een tot dusverre ononderbroken bloeiperiode heeft mogen beleven.

Herman Posthumus Meyjes

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.