donderdag 31 december 2015

Dichterscafé december 2015

Dichterscafé december 2015 - Onderwerp:
Sonnet ‘Gezwinde grijsaard die op wakkre wieken staag’

Gezwinde grijsaard die op wakkre wieken staag 
De dunne lucht doorsnijdt, en zonder zeil te strijken 
Altijd vaart voor de wind, en ieder na laat kijken, 
Doodsvijand van de rust, die woelt bij nacht, bij dag,

Onachterhaalbre Tijd, wiens hete honger graag 
Verslokt, verslindt, verteert al wat er sterk mag lijken
En keert en wendt en stort Staten en Koninkrijken; 
Voor iedereen te snel, hoe valt gij mij zo traag?

Mijn lief, sinds ik u mis, verdrijve ik met mishagen
De schoorvoetige Tijd, en tob de lange dagen 
Met arbeid avondwaarts; uw afzijn valt te bang. 

En mijn verlangen kan de Tijdgod niet bewegen. 
Maar ‘t schijnt verlangen daar zijn naam af heeft gekregen, 
Dat ik de Tijd die ik verkorten wil, verlang.

P.C. Hooft

Opgedragen aan zijn afwezige verloofde Christina van Erp, 
met wie hij 3 maanden later in 1610 in het huwelijk zou treden.

Hierboven het hedendaagse gedicht, het origineel is op het internet na te lezen.
http://www.dbnl.org/tekst/hoof001ptuy02_01/hoof001ptuy02_01_0026.php


Gedichten van deze bijeenkomst:


Gedichten op het thema
Uitgesteld verlangen door Tinus Derks
De avond valt door Cees Leliveld
Deeltijd door Lotte de Waard
Complottheorie door Wim van den Hoonaard
Klinkdicht voor een idealist door Marianne Sorgedrager- Van Halewijn
Ik heb de dagen door Alex Gentjes
Tijd zonder tijd door Nele Holsheimer
Tijd door Dick Smeijers
TijdGod door Violet Asseruit Mane
Solid Lava door Maarten Douwe Bredero
Verschiet door Sieth Delhaas
Voor Maria door Michiel van Hunenstijn


Gedichten zonder vastgesteld thema
Bij een tekening van Henk Cornelder door Pieter Bas Kempe
Het geluk smeden door Jan van Laar
Maandagavond door José Hattink-Blom
Niets is wat het lijkt door Astrid Aalderink
Kerst 2015 door Benne Solinger
De ommekeer door Martin Brinkman



Voor de bijeenkomst van 26 januari 2016 kunt u zich laten inspireren door  

'Turner en/of het sublieme'
Dit thema is ingebracht door Jos Paardekooper.

Graag tot dan, namens Herman, Jos en Arja!


Opmerking:

Vanaf heden treed ik, Arja Scheffer, af als 'bestuurslid', maar blijf wel tot het gezelschap van dichters horen.
Tot we iemand hebben gevonden die het Blog wil bijhouden, kan het zijn dat het Blog enige achterstand oploopt.
Het was me een genoegen deel te hebben mogen uitmaken van het bestuur en evenzo de daarbij behorende werkzaamheden voor het Dichterscafé te hebben mogen verrichten.
In april neem ik, net als Herman Posthumus Meyjes officieel afscheid.

Gelukkig blijft men mij gewoon, zij het in een andere hoedanigheid, zien tijdens de bijeenkomsten iedere laatste dinsdag van de maand.

Vanaf januari is de samenstelling van het bestuur als volgt:

Herman Posthumus Meyjes (tot april)
Jos Paardekooper
Cees Leliveld
Tinus Derks

Uitgesteld Verlangen

Ik had van alles geprobeerd
om in jouw blikveld te komen.
Wat ik ook deed, het viel verkeerd;
ik mocht slechts van je dromen.

Ik hing gedichten voor je raam,
bestookte je met bloemen.
Eens schreef ik in de sneeuw je naam,
toen ik je op zag doemen.

Ten langen leste zong ik maar
een liedje van verlangen.
Je oren bleken dat zowaar
probleemloos op te vangen.

Je glimlach toonde me al snel
wat je van mij verwachtte.
Jij maakte met ons minnespel
een einde aan mijn smachten.

Tinus Derks

De avond valt …

Hoezo: de avond ‘’valt’’…?
Heb jij de ochtend ooit zien ‘’vallen’’?
Of de middag soms? Nou dan!
Goed, hij zal een keer gevallen zijn
toen hij je onverwachts besprong
vanuit het donker wordend struikgewas…
Hoewel, dat was in de druilerige herfst.
Want ’s zomers komt hij glimlachend
aangeslopen en legt zijn lichtgrijze
zomermantel luchtig om je schouders.
Je merkt het nauwelijks.
Maar ’s winters?
Dan is het echt een overval!
De middag trekt zich schielijk terug
uit angst voor een verkrachting
door deze bruut, die ook
zijn slechte vrienden meeneemt:
de gluiperige mist, ijskoude regen
die op de grond bevriest.
Ja, val dan maar en breek je nek!
Val dood.

Cees Leliveld

Deeltijd

Eeuwige student leert
Het is voltijds deeltijd
Deel dus de hele tijd
Nu, er is tijd genoeg
In deze Volkomen Tegenwoordige
Tijd om te delen

De tijdeenheid verstopt zich in tijdsdelen
Enkel de waarneming staat nog verkeerd om
Binnenstebuiten, achterstevoren
In deze van tijd tot tijdloze ruimte
Is Eenheid al het noodzakelijk besef

Zet de perceptie in perspectief
Zo hier zo daar
Zo nu zo altijd
Enzovoorwaarts
Nog onvoltooid
De eenheidsdeeltijd in
Deel de eenheid
Die wordt heelheid

En tussentijdigheid wordt mooi
En tijdsverlangen stopt

© Lotte de Waard

Complottheorie

Eeuwig en even
zitten in ’t complot
met de sleutel in het slot
van de deur naar het leven.

Wim van den Hoonaard

Klinkdicht voor een idealist

Gezwinde grijsaard die zich, hoewel al trager
toch wil haasten en eens te meer het dichten
niet kan laten, voorzeker niet wanneer
het uur van dreigend onheil is geslagen -

Nog dwingt hij daags zijn pen tot spreken
met woorden van protest tegen het onrecht
en de dwaze daden van mensen zonder hart
wijl hij nu juist genegenheid wil laten heersen

Een beter wereld lijkt nog niet gekomen
en alle tijd verstrijkt zo snel, de oude schrijver
verwijlt nochtans volhardend bij zijn dromen

Ofschoon doodmoe, weet hij niet van versagen
totdat plotsklaps het lot zijn hartstocht overmant -
zijn pen zingt voort langs alle wegen die hij baande.

Marianne Sorgedrager- Van Halewijn

Ik heb de dagen

Ik heb de dagen aan de takken te drogen gehangen
Dat kan, nu het herfst is, wel zeven maanden duren
Ik heb, nu gij weg zijt gegaan, getafeld met uw uren
En ze zeiden dat ze zonder u nog nooit waren vervangen

En ze verslikten zichzelf in avontuurlijke gezangen
Gij weet waarschijnlijk wel dat ik voor heter vuren
Heb gestaan, toch konden zij niet lang meer duren
Zij werden wijs van onuitputtelijk verlangen

Zo hebben wij, sinds gij weg zijt gegaan, geen reden
Om te blijven, uw dagen vallen langzaam naar beneden
Gij hebt geen een idee hoe lang mijn lid nog kan verstijven

En weet dat, wanneer gij terug zult zijn gegaan
Wij hier niet langer in het licht kunnen gaan staan
En wij van voren af aan dit gedicht zullen herschrijven

© Alex Gentjens

Tijd zonder tijd

O,hoofd, wat doe je met de tijd?
O,tijd, wat doe je met mijn hoofd?
Een tijdreiziger is mijn geest, mijn
vingers tasten langs de groeven
van de oude tekens, die ik vond
verborgen onder gras, als
vraagtekens naar de tijd, naar dag
en nacht en het geheim van de zon;
met steen in steen geslepen,
cirkelend vanuit één middelpunt.

Dit ben ik, dit is mijn leven.
Grijs werd mijn haar op reis met
de tijd, die mijn waarneming ontglipte
in voordurende beweging.

De tijd gaat haastig voor mij uit,
Ik roep, meneer,
kunt u niet even op mij wachten?
Waarom toch die voortvluchtigheid,
hebt u geen tijd voor mijn gedachten?
Bij verveling en in slapeloze nachten
staat u bijna stil, nu lijkt u op de vlucht.
Waar gaat u heen, u sleurt mij mee.
Maak niet mijn haar nog grijzer.
Dan kijkt hij achterom en zie ik
een pendule zonder wijzer.

Nele Holsheimer



Tijd

gedachten vliegen als op vleugels
gaan op reis zonder bagage
blijven hangen in mijn ziel.
ik koester en verhaal ze,
geef ze ruimte om te wonen.
met de warmte van de woorden
wordt verwachting opgewekt.
op de grens van tijd en ruimte
waar de schaduw langer wordt
is mijn blik nu helder
zonneklaar en helemaal gericht
op woorden die gaan komen,
die gaan dagen,
op hun eigen tijd
in het nieuwe jaar!

Dick Smeijers

TijdGod

Tijd die ons verlaat
Verstrijkt nu door mij heen

Oh, TijdGod dijt in het water
Schuimbekkend kijkt het daar

De belletjes worden geprikt
Dat gebeurd nu en niet later

Illusies ontvluchten zich een weg
De droom is vals, ben ik echt

Ik wentel mij door de draaikolk
En zie vliegensvlugge golven

Zij deinzen niet terug maar kolken
Het stijgt boven mij uit naar de wolken

©  Violet Asseruit Mane

Solid Lava

ooit was ik zo wild
golfde met hitte waar ik kwam
bolde vol vuur en in vlam
vlijde me neder, pas na middernacht

nu lig ik hier stil
zonder aangeraakt te zijn
doorsta de tand des tijds;
overleef alles wat vloeit en kilt

mis voor geen snars, dat verlangen
naar omhelzend drammen
aan het eind van de dag

ken geen innerlijke drang
vermijd elk liefdesgezang
ben versteend in onmacht

Maarten Douwe Bredero

Verschiet

Verstrijkt de tijd mij
of doe ik hem verstrijken?
Mijn leven lang al
kom ik tijd te kort

Ik dacht dat het wel beter werd
wanneer ik ouder word
maar tijd hoe schoon ook ingedeeld
door koppen extreem knap

door eeuwen heen partitiërend
verleden en verschiet
delend in punten, sterren, manen
al naar hun gelang

Nooit strookt het met mijn wentelen
mijn driedimensionaal bestaan
buiten berekening van keien
binnen ’s grijsaard tij

Mijn leven is een kenteren
dat ik ’t altijd
red, net, tot ik me aantref
voor een nieuw bestek: de eeuwigheid

Sieth Delhaas

Voor Maria

Ik dacht aan het leven dat ik had kunnen leiden,
maar dat ik niet gekozen heb. Wat is daarmee gebeurd,
wat doet dat nu, is dat nog steeds op zoek naar mij?
En drijft dat nu in het ijle rond, radeloos op zoek?

Wat als ik toen niet links- maar rechtsaf was geslagen?
Waar had ik dan gewoond,
welke vrouw had ik dan ’s avonds gekust?
Wie had ik op straat dan moeten groeten,
waar was dan mijn favoriete kroeg,
waar woonden dan mijn vrienden?
Welke hartstochten zou ik dan belijden?
Aan wiens graven zou ik hebben gestaan?
Zou ik dan een kind of twee hebben gehad,
of zou ik keihard zijn gescheiden?
Met wie zou ik dwepen,
en met wie had ik dan ruzie?
En welke stommiteiten zou ik uithalen.
welke kansen zou ik dan laten liggen?
Wie was ik dan geworden?

Tijd is een balletje in een roulettetafel.
Tijd is een slak en soms Max Verstappen.
Tijd is een willekeur, een variabele,
en geen constante. Er is een keuzemenu,
er is geen keuzemenu - er is, weet ik het -
ik sloeg destijds linksaf, ik wist niet wat ik deed -
ik wist wel wat ik deed: jij moest daar zijn, ergens.

Michiel van Hunenstijn

(bij een tekening van Henk Cornelder)

Als zonnekoning uitgebloeid buig ik mijn hoofd
en werp mijn schaduw over najaarsvelden.
Weg is het goud van trots rijzende helden
die heersten in de vlakte van het zomerlicht.
Al zie ik louter stof en dorte in 't gezicht,
er is een heer die altijd nog in mij gelooft:
zijn doek met leven kleurend vorst van het penseel,
mij juist voorgoed vastleggend met geknakte steel,
mij oproepend tot dragen van een zonloos
toekomstig lot, louter verguld met verfdoos.
Overgeleverd aan de muur buig ik mijn hoofd.

Pieter Bas Kempe

Het geluk smeden

Je weet dat ik trouw ben aan een wat zorgelijke stijl van leven en zowel
gemarkeerde straatjes als opgelegde tempo’s vermijd, maar dat ik de weemoed
- die al gauw schuchter wordt genoemd
- en de hunkering - die kennelijk pijnlijk moet zijn -  achter me probeer te laten om het geluk te kunnen smeden zodra ik zijn warmte voel.
      Je weet hoe ik grove taal uit de weg ga vanwege zijn knellende effect op het
gemoed van mensen zoals ik; hoe ik me erger aan het eindeloze zwerven over
jaarmarkten van luidruchtige stromen jeugdigheid die alle leeftijden met zich
meevoeren.
      Voor jou is het evenmin een geheim dat ik drukke kruispunten, gierende trams
en toeterende taxi’s onverdraaglijk vind; dat ik soms in paniek en met zweet op de
rug een treinkaartje koop om in de betrekkelijke rust van een stiltecoupé te kunnen
opademen.
      Op andere dagen slalom ik op geheel eigen wijze door de stad - zoekend,
vluchtend, sluipend, rennend - en zorg ik ervoor dat ik zelfs het geluid van mijn
voetstappen op de straatstenen niet kan horen. Hoe zou ik anders het geluk dat in
mijn droom is achtergebleven terug kunnen vinden? Hoe dichter ik de stilte nader,
hoe warmer ik me voel.

Jan van Laar

Maandagavond

je had op maandag je kaartclub
bostonneren met je 3 maten
Jo, Jans en Bennie

kaarten werden geschud en gedeeld
8 kijkers flitsen heen en weer
de rekenkamer begon te werken
stemmen speelden een toontje hoger
vuisten sloegen deuken in het blad
vrouwen, boeren en  azen bevolkten de tafel
en centen werden op een hoop geschoven

binnen ontstond een rookgordijn
van Velasques bolknakken
op de verwarming lag een natte spons
de asbak puilde uit, de bandjes waren voor mij
ik zorgde voor  koffie en brandewijn

de klok tikte voort, niemand zei ga naar bed
mijn ogen prikten,
lucifersstokjes hielden ze niet open
maar  ik, ik voelde me de Koning te rijk
een halve eeuw geleden

Annie, mijn moeder
had haar eigen “harten 5”
op maandagavond

het plakboek zit barstensvol
met goudomrande sigarenbandjes
Uiltje, Hofnar, Agio en Willem 11
En Velasques waakt op zolder over mijn schat

José Hattink-Blom

Niets is wat het lijkt

Niets is wat het lijkt, een momentje duurt vaak lang.
Het kleine hondje is erg sterk en de machoman is bang.

Aan de telefoon zo aardig, maar ze trekt een vies gezicht.
Verwacht je zwoele poëzie, volgt er opeens een suf gedicht.

Hoop je dat de tijd vertraagt dan versnellen zich de uren.
En de kortste kassarij blijkt altijd het langst te duren…

Denk je: “Ach, dit doet me niets !”, ben je toch ineens van streek.
En werkelijk twaalf dagen duurt de kinderboekenweek.

Een dun meisje voelt zich dik, de stuurlui staan weer aan de kant.
Zoute drop bevat meer suiker dan de zoete variant.

Niets is wat het lijkt, jij doet niet wat je zegt.
De bloemen op de vaas lijken nep, maar ze zijn echt.

Niets is wat het lijkt, ik roep je achteloos gedag.
Maar mijn hart stroomt bijna over, onweerstaanbaar is je lach !

Ik schreef voor jou een prachtgedicht, morgen ga ik het je geven !
Maar na een nachtje slapen, ach, dan wacht ik toch nog even...

Want stel dat jij dan gillend wegrent of er nauwelijks naar kijkt.
Dan verandert mijn “Er was eens…” in een “Niets is wat het lijkt...”

Astrid Aalderink

Kerst 2015

God zond naar deze wereld,
vol van verdriet en veel geweld:
geen aartsengel Gabriël,
met zijn soldaten,
voedselpakketten
 of advocaten.
Niet met afgedankte engelenkledij,
gevloek, gekift of moordpartij.
Hij zond geen extra geld
en zeker….. geen geweld..

Nee, Hij kwam Zelf,
niet in paleis, kasteel of concerthal,
maar in een kleine dierenstal.
Hij was geen vorst, maar timmerman.
 Honger, ziekte, dood:
Hij wist er alles van.
Genas zieken, deelde brood,
vertelde hoe Zijn Vader is
liet zien hoe prachtig liefde is.

Maar Hij werd niet geloofd,
van eer en vrijheid
hebben ze Hem beroofd
Hij werd geslagen en gehoond
uiteindelijk door mensen
met de dood aan het kruis ‘beloond’.
Ja Hij leed helse pijnen
 werd door God verlaten
en begraven…
Maar
Hij overwon!
Maakte de weg tot God weer vrij,
zowel voor jou als ook voor mij.
Hij werd ons brood
en onze wijn,
steeds zullen wij Hem gedenken,
tot we eens voor altijd
samen zullen zijn!


De ommekeer

gebrandmerkt om in het
schaduwrijk te leven
huil ik als een wolf zonder maan
ik waak over eindeloze nachten
maar wie ontfermt zich over de wachter?

een hart waar geen alarmbel meer rinkelt
waar zelfs de echo reeds lang vervlogen is
zoek ik naarstig naar het moment van
ommekeer
zodat ik het graf zonder opschrift de rug kan
toekeren

laat mij mijn radeloosheid bekennen tegen
de wind
als as dat wegdwarrelt uit de urn
laat mij uit as herrijzen als ware ik Feniks

laat mij in een fris daglicht treden
bij het ochtendkrieken als dauwdruppel van
blad glijden
laat dat mijn startschot zijn