donderdag 29 oktober 2015

Dichterscafé oktober 2015

Dichterscafé oktober 2015 - Onderwerp:

De eerste regel uit het onderstaande gedicht.
Ik kleine slaaf van poëzie en taal,
mij was ter borst de eerste melk al schraal.
Zó droef, zó dun klonk 't moedermonds verhaal,
waar het kanon in doorklonk van Transvaal,
en zó vol tranen was het kleine lied
van bruut verraad en simpels boers verdriet,
dat, wat mij voedde, woord en melk en brood,
dit à doortrokken was van dood en dood.

(uit De holle man, 1945 van Gerard den Brabander).



Gedichten van deze bijeenkomst:

Gedichten op het thema

Terechtwijzing door Herman Posthumus Meyjes
Ik kleine slaaf van plezier en taal door Dick Smeijers
Het delirium der schrale melk door Joost Golsteyn
Hoop doet leven door Marianne Sorgedrager-Van Halewijn
Ik kleine slaaf door Cees Leliveld
Kleine ode aan Gerard den Brabander door Pieter Bas Kempe
Metamorfosen door Leen de Oude
Melkklem door Nele Holsheimer
Poëzie als middel door Wim van den Hoonaard
Ter borst door Jan van Laar
Mij was ter borst de melk al schraal door Michiel van Hunenstijn
Grafschriften door Tinus Derks


Gedichten zonder vastgesteld thema

Nutteloos door Niels Klinkenberg
Dag pap door Astrid Aalderink
Zelfportret door Sieth Delhaas
Kerkhof door Arja Scheffer

Black & White door Maarten Douwe Bredero


Voor de bijeenkomst van 24 november kunt u zich laten inspireren door onderstaande zin:

“Als een die buiten adem uit de zee
de kust bereikt heeft en vandaar zich omwendt
naar ’t water dat hij heeft doorstaan, en kijkt,

zo wendde zich mijn ziel ook om, nog vluchtend,
voor ’n blik naar achteren op de doortocht die
nog nooit een mens in leven heeft gelaten.”.

Inferno, canto I, 22 – 27 uit La Divina Commedia, van Dante Alighieri, 
Dit thema is ingebracht door Leen de Oude.

Graag tot dan, namens Herman, Jos en Arja!

Terechtwijzing

ter attentie van de dood

Ik ben de meester van het resterend uur,
de onbetwiste koning van mijn dag.
Ik weet dat u in mij een prooidier zag.
Maar waag het niet! Raak mij niet aan met vuur.

Geen steen of ijzer snijd' de pas mij af,
geen horizon belemmere mijn droom.
Hoe vreemd het klink', ik kom pas nu op stoom.
Een wijs man wacht zijn kansen af.

Vervolg mij niet! Wacht rustig op uw beurt.
De tijd is met u; dat hebt gij op mij voor.
Geen haast! Geen klokketik gaat ooit teloor.
Mijn baan duurt voort, door wie ook goedgekeurd.

Ik zie u aan het einde van de weg.
Tot dan, wees stil, verdwijn uit mijn gezicht.
Uw jachten heeft voldoende schade aangericht.
Wind u niet op! Ik weet wat 'k zeg.

© Herman Posthumus Meyjes

Ik kleine slaaf van plezier en taal....

Steeds weer getrokken in het woordenspel
Van hoop en vrees en klaterbel
Hoor ik het stormen in mijn ziel
De onrust van het leed aan moeders borst ontsproten
Kan ik niet hakken met mijn hiel
Maar oh wat heb ik van de melk genoten
De broedertwisten in het land van ooit
Ze deren niet : ze zijn verstrooit
Het woord dat brood is en daar ligt
Geeft me vandaag dit vergezicht.

Dick Smeijers

Het delirium der schrale melk

zich zonder klaagzang
verdedigen met de andere wang
meegaan met een stroom van
veranderingen waar woorden
beitelen wat beweging
behoeft in de splijtzwam
tussen voelen en denken

onderwijzen zonder gij zult
het criterium van de ontredderde
een holle man in ons midden
die beter ziet dan we denken
sommigen verzwijgen zijn naam
anderen kijken het liefst
langs hem heen
als beschaamde wolven
die van hun moeder
de schaapskleren
aan de kapstok moesten hangen
en bibberen van ongemak

dwazen verwijten elkaar wijsheid
maar die is niet toe te dichten
zij wijkt terug waar onrecht
opduikt en vliedt naar waar
de intentie van de rechtvaardige
geest belangeloos stuift

de dronkaard zocht woord en melk
en brood als een hulpeloze baby
zuipend kruipen want voor de
zuigeling was reeds de moederborst
een druif zo zuur
het bloed kroop naar de kroeg
het bier kwam dood en dood
geslagen uit de tap

in alcohol ruist een testament
dat oud noch nieuw is
voor wie dagelijks met een kater
rake verzen najaagt
om daarna beheerst
de reageerbuizen der realiteit
aan diggelen te werpen
tegen een grote open deur

allemaal bruisende oerknalletjes
tot het lichaam op is
en de lier blijft hangen
aan de rand van het balkon

Joost Golsteyn

Hoop doet leven

Zijn leven had een valse start
hij mocht nog meedoen, maar
hoe hij ook zijn best deed
winnen kon hij dus nooit

Hij werd gehoond en leefde
immer marginaal, toch zag hij
meestal nog een lichtpunt, was
blij met ieder vriendelijk gebaar

Nu koerst hij naar de dood
streeft naar een goede afloop
want ondanks alle tegenslag of
juist daarom, bleef hij geloven

Hoe moeilijk ook de levensreis
zijn laatste adem, weet hij,
voert hem naar het echte doel
zijn duurzaam paradijs

Marianne Sorgedrager- Van Halewijn

Ik, kleine slaaf……

Er zijn geen dagen van méér hoop of vrees
dan die laatste dinsdag van de maand
waarop een dichtersbende tijgt
naar ’t lommerrijke Vogeleiland
en des zelfs rustieke Paviljoen
teneinde daar hun meegebrachte
verzen voor te dragen
tot vermaak of hoon van het gemeen.
Ook ik, als kleine slaaf van dit illustre collectief
zeg hier maandelijks mijn versjes op
en kom zo verbaal aan mijn gerief.
Een moederborst is nooit door mij beroerd,
slechts door de fles bleef ik in leven.
In de herfst van mijn jaren
door de muzen weggevoerd
naar een plek die mij ooit was beloofd.
Een lieflijk oord, waar mooie verzen
als rijpe pruimen aan de bomen hangen
en waar het licht van poëzie en taal
nog niet door mensenhanden is gedoofd.
Toon mij die plek, zult u mij smeken:
U bent er reeds zal dan mijn antwoord zijn:
Dit eiland is mijn moederborst gebleken.

Cees Leliveld

Kleine ode aan Gerard den Brabander (1900-1968)

Jan Geerd Jofriet: geen Boerengeneraal,
ofschoon de naam kanonvuur in Transvaal
eerder dan moedermelk ter borst al schraal
vermoeden laat - geen Holle Man in taal,
een Hertog Jan van Brabant met de inkt
alsook het bier dat met de klare klinkt
veeleer, een dichter peilloos uit het lood,
vertrouwd met leven, leven, dood en dood.

Pieter Bas Kempe

Metamorfosen

De steen der wijzen
ligt hem zwaar op de maag,
maar hij blijft lachen.
Hij bereidt zijn toverdranken
in een kolfje naar zijn hand.
Achter zich weet hij
het portret van koning en koningin.
Hij raadpleegt Mercurius,
spreekt in raadselen
tot heil van het volk,
mengt honing
door zijn hete brij
en buigt behendig om.
Hij is een alchemist,
wie in hem gelooft wordt zalig.
Maar zijn vlam raakt uitgedoofd.

Ook Jezus was een alchemist:
van één brood
maakte hij er duizend.
En hij maakte wijn uit water,
op een bruiloft nota bene
en ieder kon het zien!

O goeie ouwe, voorgoed
verleden tijd,
hoe anders is het nu,
nu klatergoud in blik verandert,
de gasbel in een struikelblok
en uw polis in woekerend onkruid.

Ik word mijn eigen alchemist,
verander wijn gewoon in water,
sla de kolf in stukken.
Ik word van kwaad
tot erger en maak
van een mug een olifant die
door de porseleinkast dendert.
Dan ben ik weer gelukkig
met de scherven                  
als de vlam is uitgedoofd.

Leen de Oude

Melkklem

beu van geweeklaag
over schrale melk en
bittere suikerbergen
waarom die warme ronde
moederbollen verwijten

luilekkerland zoeken
en pijnigen uit wraak
met knijpers touwen
kettingen en andere
onwelvoeglijkheden

schraalheid schraler
bitterheid bitterder
oude piepende deuren
blijven wanhopig achter
bij bierschuimresten

dichters van elk geslacht
en alle leeftijden zoek
magische woorden die
zoete melk in overvloed
doen troostend stromen

strelend oorgefluister
witte zwanen druiventrossen
kussentjes als mollig mos
ik zoetelief jij hartendief
ik hartendief jij zoetelief

wie de gewiekste kiekendief

Nele Holsheimer

(met dank aan Lucebert)   

Poëzie als middel

Tussen droom en daad
(waar de doodse drempel
ligt en de diepe durf staat)
durft de drank
te duelleren
met de dichter
en zijn dorst

dorstig of dronken dromend
in draaglijke middelmaat

en doordrongen
van de drempels
dienaangaande
en het denken
aan het drinken
sinds de borst…

Wim van den Hoonaard

Met dank aan Willem Elsschot voor zijn zin ‘Tussen droom en daad’, (uit: ‘Het huwelijk’)

Ter borst

Mij was ter borst de eerste melk al schraal,
wel droevig, al was dát toen vrij normaal:
een kind gaf meestal zorgen en verdriet,
en kinderbijslag, die bestond nog niet.

Mijn voorkeur ging al gauw uit naar de fles
met vocht dat zelfs de diepste dorsten lest
van wie de moederborst voorgoed ontgroeid is
en door spiritualiteit geboeid is.

Mij was ter tepel bier nog niet bekend,
nu droom ik van een borst die mij verwent.

Jan van Laar

Mij was ter borst de eerste melk al schraal

Moedermelk, poepluier, huilbaby, slaaptekort,
Zuigeling, talkpoeder, Fisher-Price, erfgenaam
Brabbeltaal, rammelaar, borstkolver, tepelkloof
Uierzalf, groeistuipje, rode hond, rompertje.

Prenatal, allergie, darmkrampjes, Olvarit
Fopspeentje, babyfoon, pappadag, trappelzak
Traphekje, spuugdoekje, draagmoeder, slabbetje
Eerste lach, mazelen, Downsyndroom, uitgescheurd.

Navelstreng, babyboek, Blije Doos, eerste poep,
Wiegedruk, moederkoek, Nutrilon, kraambezoek
Billenkoek, oeiikgroei, plaspotje, ooievaar,

Boerenkool, barenswee, M.G. Schmidt, bakermat,
Wipstoeltje, traphekje, Zwitsalzalf, namenboek,
WoezelPip, muisbeschuit, kraamschudden, wiegedood.

Michiel van Hunenstijn

Grafschriften

voor een vegetariër
Hij voedde zich tot aan zijn dood
Met rijstepap en korsten brood.
Men noemde deze magiër
Vleesgeworden vegetariër

voor een profvoetballer
Als spits was hij voor elk te snel
Nu ligt hij eeuwig buiten spel

voor een masochist
In deze veel te krappe kist
Rust een tevreden masochist

voor een violist
Uitgestrekt en uitgestreken
Mist hij het herhalingsteken

voor een digibeet
Hij was voor de pc een zweter
Maar voelt zich nu veel digibeter

voor een tandarts
Hij plaatste menig implantaatje
En vult nu hier zijn laatste gaatje

voor een boekbespreker
hier rust de rest van vorm en vent
van ’n uitgelezen recensent

voor een boeienkoning
in deze tombe hier en nu
heeft hij een pijnlijk déjà-vu

voor een dove
Ook hier mist hij een welkomstwoord
Vindt dus zijn rustplaats ongehoord

voor een blinde

In deze kist verbaast ’t hem niet
Dat hij geen hand voor ogen ziet

Tinus Derks

Nutteloos

Bijna met pensioen en niet meer nuttig
zit ik zuchtend achter mijn bureau.
wat ik bijdraag is pietluttig;
van bedenkelijk niveau.

De jeugd passeert. Aan hen de toekomst!
ik kom achter aan de rij.
’s Avonds na mijn late thuiskomst
besef ik: ik draag niet meer bij…

Ooit mat ik mijn eigenwaarde
aan wat ik bijdroeg aan ’t geheel,
maar na verloop van zoveel jaren
is dat echt niet meer zoveel.

“In het zweet –toch- uwes aanschijns
verdiene u uw daaglijks brood!”
maar, zo is het dat ik nu peins,
waar heb ik het dan toch verkloot?

Zweten doe ik al tuinierend,
dichtend slechts voor mijn plezier,
nutteloos het leven vierend,
drink is ’s avonds mijn glas bier.

En als ik de jeugd zie werken,
voor hun zeer verdiende poen,
moet ik dagelijks bemerken
dat ik niets voor hen kan doen.

“Is dat erg?” Vraag ik wat later,
in mijn uiterste simplisme
aan mijn vriend, de psychiater,
“of is dat louter calvinisme?”

“Ach,” zegt hij “dat eeuwig streven,
leidt slechts tot teleurstelling.
het gaat toch meer om goed te leven.
Nuttig zijn is niet zo’n ding;

Leef je leven, ga genieten,
denk niet aan je werkeloosheid,
laat peinzen over nut maar schieten,
jouw nut zit in je nutteloosheid!”

Niels Klinkenberg

Dag pap

Ik stop een kastanje in mijn zak
zo’n glanzend glad mahoniebruine
dat deed mijn vader ook
het brengt geluk

Met rode wangen pluk ik dan
de laatste paarse bramen
in gouden licht
mijn dag kan niet meer stuk

Ik hou zo van de kleuren
ik hou zo van de herfst
die warm oranje gloed
boven de hei

Ik hou zo van het bos
van vroege mist en van magie
ik hou meer van oktober
dan van mei

En hij hield van de lente
en zoveel seizoenen later
voel ik in mijn zak en is hij
zomaar onverwacht dichtbij

Astrid Aalderink

Zelfportret

Een vrije vogel noem ik me -
nadat mij allen zijn ontvlogen
kon ik voor het eerst
mijn eigen kant op gaan

Voor het eerst een eigen hol gegraven
hoog boven stad en straat
voor ‘t eerst eens een voorzichtig pogen
te doen wat mij ten diepste raakt

Van huis uit te veel meegekregen
de halve wereld op mijn nek
is het nu tijd te peinzen over
wat het leven zelf mij reikt

Maar nee - vanuit mijn hoge zetel
zie ik ze komen vluchtenden
halsstarrig blijft men ze zo noemen
terwijl het volksverhuizers zijn

Kan ik wel blijven in mijn toren
welke tijden luiden ze in? -
voor mij zijn ze te laat gekomen
hun lot niet passend bij dat van mij

Mijn zijn is vol met al datgene
wat de twintigste eeuw me bracht
niet te vergeten de vijftien van deze
die de tijd mij te denken gaf

Ik wil gaan dichten
moe van het al - spelen met woorden
rustig ontdekken wat in mij tracht
naar dat wat nog te talen valt.

Sieth Delhaas

Kerkhof

                            (haiku 9x)

kerkhof in nevel
vruchten van de eikenboom
ketsen op de steen

schimmel in de lucht
vormt mos tussen de voegen
gebladerte zucht

dampend in het gras
de voeten lichtjes verend
tussen de zerken

de blik naar boven
gericht op het strakke blauw
even ademloos

een geluksgevoel
in twee werelden te zijn
van dood en leven

als voortgevloeid uit
wat was en niet is geweest
of melancholie

tranen te over
uit ongrijpbare diepten
stromen ze neerwaarts

huid glinstert erdoor
in ’t licht van die ochtendzon
opgeruimd gemoed

een roodborstje hipt
van taxushaag naar grafsteen
zou hij me zoeken

Arja Scheffer

Black & White

Vannacht dan weer swingende muziek
met grotere variatie en betere ritmiek
Het publiek is ook zwarter en danst erop los
naast negers ook mediterranen binnen dit gros

Klanken soms origineel of als cover gedaan
het rappen alomvattend tast menig nummer aan
Scherven glas op de vloer plakken aan mijn schoen
teksten op het scherm getuige linguïstisch visioen

Zie daar twee Barbie dolls lieflijk zij aan zij
perfectly strapped en alles slank op een rij
Verfijnde gezichten boven soepele gebaren
ene hoogblond de ander ravenzwarte haren

Immer uiterlijke schijn zo vluchtig als wat
over enkele uren met de dag komt het gat
Anderzijds een crowd van blanke kleur bij elkaar
toont doorsnede van maatschappij o zo waar

Als jonge middenmoot van Neerlands volk
mixen deze kiddos zonder enige tolk
Muziek moet het zijn die onbewust verbroedert
voorkomt dat onze jeugd überhaupt verloedert

Maarten Douwe Bredero