woensdag 30 september 2015

Dichterscafé september 2015

Dichterscafé september 2015 - Onderwerp:

Inleiding tijdens de bijeenkomst door Joost Golsteyn
(uit Mysteriën, 1892/ Knut Hamsun).

Gedichten van deze bijeenkomst:

Gedichten op het thema
30 jaar na dato door Joost Golsteyn
Vermoedelijk stak er een liefdesgeschiedenis achter door Cees Leliveld
Liefde in het spel door Tinus Derks
Brand New Day door Maarten Douwe Bredero

Copy Cat door Neletta van Heuven
Holger Drachmann door Niels Klinkenberg
Wat er achter stak door Herman Posthumus Meyjes
Take this Waltz door Arja Scheffer
Balkonscène door Alfred Bronswijk
Het oude liedje door Wim van den Hoonaard
Kwestie door Marianne Sorgedrager- Van Halewijn
Woordenstrijd door Wil Fraikin
Er stak wel wat ja door Lotte de Waard

Sprookje door Astrid Aalderink
Emily Dickinson door Pieter Bas Kempe


Gedichten zonder vastgesteld thema
Adviezen voor de lange tocht door Jan van Laar
De dansende zwerver door Nele Holsheimer
Aylan door Dini Kim-Roubos

Voorafgaand en gedurende door Lotte de Waard


Voor de bijeenkomst van 27 oktober kunt u zich laten inspireren door onderstaande zin:
Ik kleine slaaf van poëzie en taal, mij was ter borst de eerste melk al schraal” 
(uit De holle man, 1945 van Gerard den Brabander). 
Dit thema is ingebracht door Herman Posthumus Meyjes.

Graag tot dan, namens Herman, Jos en Arja!

30 jaar na dato

een levenslam zwerverslichaam
ligt languit op de stoep
ergens in een metropool
omhuld door warme vodden
de baard met korsten vol
een leeg pak wijn
gekoesterd aan de borst
als ware het een kindje
smachtend naar het verleden
de dorst naar aalmoezen
gesmoord in korsakov

rondom het vege lijf
walmt de alcohol herinneringen op
aan zwoel voorgedragen negentiende-eeuwse
poëmen beduimeld en bemorst met bier
aan trance in een kelderclub
piano spelen met het meisje
van zijn dromen de krullen zo zwart
de lippen zo vol de stem zo Boheems

rivier die watertorsend voortdendert
over een bedding van bitter afscheid
maar een liefdesgeschiedenis kun je niet vergeten
goedkope hotelkamers
krakende liften roodfluwelen bioscoopstoelen
zo rood als haar lippen zo vol
en de filmsterren zo magisch op het grote doek
haar nachtzwarte krullen
en de wijn gulpt en vloeit zo rijk
niet meer weten wat er om je heen gebeurt
het kan je niet meer schelen
maar één ding weten
verstrengeld doordromen
en je wilt zoenen op een stoeprand in de nacht
en naar redding happen uit een pak wijn
terwijl je af en toe zelfs haar naam vergeet
omdat ook die er niet toe doet
en wat was roder de wijn of haar lippen
en wat gitzwarter haar ogen of de krulletjes in haar nek

en op de stoep de verloren oude man
zijn roes uitwasemend
drankzinnig van verlangen
koesterend een leeg pak wijn
als ware het een kind
hij alleen weet nog
wat er achter steekt

Joost Golsteyn

Vermoedelijk stak er een liefdesgeschiedenis achter

(Of: Den Haag Centraal)

Wat toevallig dat ik u weer tref!
U reist ook regelmatig naar Den Haag Centraal?
Deze trein van 09.32: dat is precies de goeie,
geen gedoe met overstappen, de ochtendspits voorbij.
Beschaafd publiek, zeker in de eerste klas!
U reist waarschijnlijk ook voor zaken naar Den Haag?
Ach, u wordt gedreven door een innerlijke drang?
U  komt ook uit Den Haag…daar lang gewoond?
Ja, ik zelf ook. In de jaren zeventig vertrokken...
U doorkruist de stad te voet, op zoek……
Op zoek en…in de hoop dat….
Het zijn herinneringen die u voeren naar Den Haag…
Die heb ik ook maar die van u
gaan over iets speciaals of over iemand die…
Ach, u hoopt op een ontmoeting?
En dat na zoveel jaar?
U keert weer terug naar uw verleden;
dringt binnen in het Haags decor
in de stille hoop dat zich een wonder zal voltrekken…
Nou, kijk eens aan, we zijn er al…
Den Haag Centraal en mooi op tijd.
Uw route voor vandaag al uitgezocht?
Ja, ja, ik ken die wijk. Heb daar vlakbij gewoond.
Ik zou dat nieuwe winkelcentrum eens proberen…
Stel, stel dat u haar ziet vandaag….
Wat dan?

Cees Leliveld

Liefde in het spel

Als fris de frammel huiswaarts huikelt
en niettemin de kwatel kwakt.
Als strak de strangel waterduikelt
en toch de likkebaard verlakt.
Ja, dan besef ik razendsnel:
Hier is liefde, hier is liefde,
hier is liefde in het spel.

Als schimschuim door de aders suizelt
en ook de hotel hoort zijn glei.
Als zelfs de tranentrekking guizelt
en pretboy premelt kostenvrij.
Ja, dan bericht ik punt NL:
Hier is liefde, hier is liefde,
hier is liefde in het spel.

Als elke dag de stalok stingelt
maar manlief daarentegen dolt
Als steeds zijn lief kritiekloos kringelt
en bovendien zijn wapser wolt.
Ja, dan snap ik echt zo'n stel:
Hier is liefde, hier is liefde,
Hier is liefde in het spel.

Nu mijn wispel weldra teistert
en de keu de bal ontschiet.
Nu mijn jartbil plenty pleistert
en de levensnevel vliedt.
Nu is wat ik rondvertel:
Hier is liefde, hier is liefde,
hier is liefde in mijn spel.

Tinus Derks

Brand New Day

Nevel over de weiden
alles van tijdelijke aard
Wat zij ook zeiden
gevoel en materie lijkt evenveel waard
Hier en daar enig verkeer
en de tranen hiermee gepaard
haar als allerliefste krijgt hij nimmer weer

Zie een rennend paard
en die koe kijkt braaf toe
Een tafereel als op vele plekken
maakt alles minder gedoe
dat hij nog is nergens geaard

Landwegen buigen krom
schieten elegant langs zijn spoor
Was het nu dom
of had hij echt niets door

Nu voorbij een bos vol met zinderend licht
Op weg richting onvoorziene kansen
de ochtendzon verplicht

Maarten Douwe Bredero

Copy Cat

Ze zaten aan een tafel in ’t café
Ze keken strak en bozig naar elkaar
’t Boeide mij dus luisterde ik mee
Met haar tirade was zij geenszins klaar

En gisteravond dan? bevraagt zij zuur
Kantoor was donker, ben je mij nog trouw?
Hij zucht en herbeleeft zijn heerlijk avontuur
Peinst hoe zich te bevrijden van zijn vrouw

Die avond laat bewandel ik de IJsselbrug
De kadelichtjes klotsen op het water
Daar staat een man, ik zie hem op de rug
Gebukt, alsof hij kotste van een kater

Maar nee, hij hijst een koffer op de railing
Ik loop er langs, herken hem van ’t café
Een plons! Het water toont een ronde streling
Aan het einde van de brug …  daar start een BMW

Een vrouw, niet opgegeven als vermist
In koffer aangespoeld aan Worpse IJsselkant
Politie Deventer vermoedt: een liefdestwist
Liep na cafébezoek dramatisch uit de hand        

Holger Drachmann

Nabij Skagen in de duinen
              Weggestopt als monument
Ligt een graf van grote keien
              Dat geen noorderling meer kent.
Op de grafsteen staat een bordje
      dat verwijst naar romancier
Holger Drachmann, daar begraven,
      Als de Zanger van de Zee…
Eenzaam op het noordlijkst puntje,
     Waar de zeeën oost- en noord-
Schuimend botsen, ligt de zanger
     Waar ik nooit van had gehoord.
Maar een dichter, dáár begraven,
             En als Zanger zeer bekend
Moet toch als poëtisch dichter
     Ook door mij worden gekend!
Flux naar antiquariaten
             Drachmann kent men daar meteen:
Ik kocht er zeven kloeke delen…
    Maar, ocharm, hij was een Deen…
Maar een zanger van de Zee:
    Die móét ik lezen; ’t kan niet deren
Dat ik daarvoor weer naar school
    In de banken Deens moet leren…
Maar helaas, na les of drie
    Blijk ik voor leren toch te lui
En geef met spijt en pijn in’t hart de
    Deense lessen snel de brui.

Sindsdien staat hij ongelezen
            In mijn kast maar desondanks
Hoor ik zacht zijn Zeese Zangen
    Ik loop er graag nog daaglijks langs…

Niels Klinkenberg

Wat er achter stak

of de Waddenzee

Slechts u heeft mij geleerd het uur
te proeven als ware het één ogenblik.
Niemand heeft mij de ogen zo geopend
voor de vluchtigste seconde,
als ware het een eeuwigheid –-
niets dan de verwachting, de verwondering
en het ongeduld, en uw oogopslag
waarin alles leek op te lossen
en waaruit elke onzekerheid verdween,
als bij toverslag.

Slechts u trok de lijnen die grenzen waren
en richtingwijzers voor mijn loop,
lijnen waartussen wij bewogen
en die paal en perk stelden aan mijn zwerflust –-
mijn hart een waddenzee van platen en slikken,
kwelders, muien en zwinnen, en rollende brekers.
Daarachter ging schuil het perspectivisch
verdwijnpunt dat ik koesterde en liefhad,
als belichaming van u zelf
en hetwelk ik 's-avonds knielend
hield omvat.

© Herman Posthumus Meyjes

Take this Waltz

Hoopvol staat ze daar te wachten
op één van de perrons in Arnhem.
Ze is alleen met haar gedachten,
vermoedelijk aan hem,
wanneer ze even opveert, terwijl zoevend
een zilvergrijze trein arriveert
Het is zo’n internationale,
met Wenen als reisdoel.

Wat zou ze er gaan halen,
een wals misschien?
De gedachte alleen al
geeft haar een goed gevoel.
Eenmaal onderweg kan ze niet laten
het boek voor de zoveelste keer in te zien,
of eigenlijk direct de laatste bladzijde
om zich door zijn handschrift te laten verleiden.
Haar Christoph, met wie ze de liefde voor boeken deelde
maar vermoedelijk ook die voor elkaar.
Ondertussen razen landschappen voorbij
maar zij ziet slechts andere beelden
wellicht het weerzien van hun bei.
Nog één moment,
en ze staat weer oog in oog met haar antiquaar.

Spannend is het tegelijkertijd,
wat als hij haar niet herkent?
Wat als…..?
maar plots draait hij zich om, afgeleid,
hij pakt haar vast en neemt zijn wals!

Arja Scheffer

Geïnspireerd door het NS reclamespotje,
met het lied “Take this Waltz” van Leonard Cohen 
https://www.youtube.com/watch?v=zjekn0_rFZ8

de tweede is een persiflage op de eerste
https://www.youtube.com/watch?v=jaAgnS8PR10.

Balkonscene

Nooit was verlangen triester als die avond,
toen bloedend licht zich plooide om 't balkon.
Daar lag een jongeling, bleek en gehavend,
in tranen, zich aan duister denken lavend,
vanwege zielenpijn en testosteron.
Met om zijn hals een doek van zwart chiffon
De vermoeide leden zijwaarts uitgestrekt
uit intens dorsten naar de koele dood.
Zo wist hij zich verraden, voorgoed genekt.
Vergaan zelfs, als een diep gezonken vloot.
Verloren in de verlate avondzon.
Met om zijn hals een doek van zwart chiffon

Traanbedekt deed hij vermoeid zijn  ogen dicht
weer zag hij, nog in zichzelf verzonken,
die brief, die brief van dat ja verdomde wicht
aan wie geld en ziel was weggeschonken
bij het schuimend brassen van testosteron.
Met om zijn hals een doek van zwart chiffon.
Voordat de duisternis had toegeslagen,
sprak zijn mond, een ademtocht, zelfs zachter:
Hier steekt vermoedelijk - niet te verdragen! -
toch een liefdesgeschiedenis achter!
Wat moet mijn zielenpijn, mijn testosteron,
met om mijn hals een doek van zwart chiffon?

Nooit was verlangen triester als die avond,
toen bloedend licht zich plooide om 't balkon.
Daar hing de jongeling, bleek en gehavend,
te hangen in de schaduw van de zon,
vanwege zielenpijn en testosteron.
Met om zijn hals een doek van zwart chiffon

Alfred Bronswijk

Het oude liedje

Vanuit het groene dal
het stille dal
fluistert de wind
het oude liedje

van het kleinste
bloempje dat niet
vergeten wordt en
ook wat water krijgt

en het is alsof in de wind
de spreuk van Jezus weerklinkt:

wat gij aan de minste doet
dat hebt gij aan Mij gedaan.

Wim van den Hoonaard

Kwestie

Hij inhaleert de rook
wat wil hij schreeuwen?

Hij ademt woorden
diep naar binnen, hoest
het went zo gauw
een kettingroker zijn

Hij wil haar sparen -

De afgewerkte lucht
die nog ontsnapt
vormt grijze walm
de rook is nu te snijden

Zij heeft geen mes -
hoe kan ze hem bereiken

Ze is bang.

© Marianne Sorgedrager-Van Halewijn

Woordenstrijd

na hun taalslag
bouwde hij een woordenbunker
tegen de dooddoeners
een staalhare stelling met gewapende gezegdes

na ketsende opmerkingen
en zinnen als dynamiet
met het fluistermortier op mondhoogte gezet
dreven haar blindgangers hem uit

hem kan niemand meer onhoorbaar naderen
aan flarden geschoten
werd er een grindpad van gelegd

de brokken werden gladde stenen als cliché’s
de ruwe verliefde trefwoorden
het steengruis in de zandloper gestopt.

Wil Frainkin

Er stak wel wat ja

Maar dat was ervoor
Toen zij nog twijfelde
Romantisch was het wel en heet
Geblakerd door het promillage
In de man en in de vrouw

Mooi lang woord, ‘liefdesgeschiedenis’
Baggergeschiedenis was het eigenlijk
Het bleek een doorgestoken heer
En het heeft nog lang gestoken ja

Lotte de Waard

Sprookje

Als je de weg kwijt
bent  is dat niet erg
achter gesloten ogen
kun je zijn waar je wilt

Aan de rand van een vijver
met kristalhelder water
waarin alles dichtbij lijkt
als je naar de bodem kijkt

Plons! Een kikker zoekt zijn weg
en verder niets dan stilte
iemand wenkt me in de verte
dan zie ik dat jij het bent

Onder oeroude bomen
je gestalte, gebaren
jou ken ik al eeuwen
en nu heb ik je herkend

Van ver ben ik gekomen
op de stille weg hierheen
doorstond ik de beproeving
maar ik was niet meer alleen

In het vaalgouden licht
dansen nimfen op het water
alles ademt de belofte
ze streelt fluisterend mijn dij

De takken omarmen
het roerloos verlangen
door de bergen loopt de magiër
hij komt al dichterbij

Emily Dickinson

Heel tenger was zij. Ook heel klein.
Altijd sierlijk in het wit.
Heel het huis door trippelde haar
keurig nette meisjestred.
Stofte af, schonk bloemen water
met haar drukke huisvrouwhanden.
Bakte brood, schreef aan familie,
vrienden, ging door 't park uit wand'len.
Lief, gehoorzaam, zuster, dochter:
poppenkast van alledag.
Maar verborgen vlammen laaiden,
stom haar schreeuw uit alle macht.

In haar meisjeskamerkooi met

lichtgetinte kantgordijnen
lag een vreemde voor een eenieder.
O zo dapper. O zo kwijnend.
Lag een koel chirurg luisterend
naar de naakte zielseigen smart.
Haar schreeuw in beddegoed gesmoord
ontleede zij het eigen hart.

Pieter Bas Kempe 

(vertaling uit het Noors, Inger Hagerup, 1905 - 1984)

Adviezen voor de lange tocht

Vergeet de Chinese waaiers, ruim het Brussels kant op,
neem afscheid van Delfts blauw en Hindelooper groen. Laat
je camera thuis en gooi je pen maar weg, je hoeft je niet te
verantwoorden. Eet onderweg geen Hannover ganzenlevers

of Alkmaarse kaas, drink geen Schotse gin of Albanese
kruidenthee; een simpel menu volstaat. Kijk niet om als je
voetstappen achter je hoort. Schrik niet van huilende wolven,
wat je hoort komt uit jezelf. Overwin hardnekkige

zelfverwijten, verwijder de  kiezels uit je schoenen en negeer
de woedende wolken die met hun klauwen de daken in hun
greep houden. Maar stel je open voor antwoorden die je de
weg wijzen, ook al begrijp je niet alle vragen. Tenslotte, let op

de heldere signalen: als honden hun adem inhouden en
paarden hun ogen opensperren, recht dan je rug en ren naar
de stad. Zoek daar de lange straat op en volg zijn perspectief
van lijnen tot het einde.

Jan van Laar

De dansende zwerver

Mijn hoofd, een fotografisch oog van glas,
vergeet niet wat het zag, die
nevelige ochtend, eind november,
in het centrum van een grote stad.
Een paar minuten materiaal,
zoek ik nu naar woorden, die
beschrijven kunnen, wat het was.

Buiten de orde van marktkramen en verkeer,
achteraf, tegen een blinde huizenwand,
scharrelde een zwerver rond een
winkelwagentje met propvolle plastic zakken.
Zijn bewegingen werkten zwevend, ongewoon,
alsof een dans begon, een voorstelling.
Ik kon niet verder gaan, moest blijven staan.

Hij keek niet op of om, zocht geen publiek.
Geheel in zichzelf verloren, veerden zijn voeten
naar achter en naar voren,terwijl zijn handen
dunne doorzichtige folien in de lucht wierpen.
Als door een geheimzinnige adem voorzichtig
geblazen en gestuurd, bleven zij zweven.
Meer en meer wierp hij omhoog,en dirigeerde
die dreigden te vallen, met gracieuze greep.

Boven en tussen zijn armen droeg hij
een golvend, zijden-glanzend universum.

Dit is mijn applaus voor een spelend mens.

Nele Holsheimer

Aylan

Verjaagd
waarom
gevlucht
waarheen
nergens plaats
nergens veilig
niet in zijn land
niet in een rubber bootje
niet in de armen van zijn moeder
niet in de zee
die hem losrukte uit die armen
en levenloos uitspuwde
op de scheiding van water en zand

gestrand........

de wereld geschokt, voor hoe lang?

opgeraapt

opgebaard in plastic

eindelijk plaats

........ondergronds........


Diny Kim-Roubos

Voorafgaand en gedurende

O eeuwige twijfel,
zal ik wel of zal ik niet?
Vermoedelijk komt het wel tot uiting;
in mijn hoofd al vele malen geschied…

Zuiver ontsproten aan mijn brein,
lijkt alles nu plagiaat te zijn.
Desondanks ofwel dankzij,
de twijfel blijft altijd nabij.

Lotte de Waard