donderdag 27 augustus 2015

Dichterscafé augustus 2015

Dichterscafé augustus 2015 - Onderwerp:
“En ik werd die ik was gebleven”

Inleiding door Jos Paardekooper

En ik werd die ik was gebleven


Voor het thema van de augustusbijeenkomst hebben wij ons laten inspireren door de (onder)titel van de afscheidsrede van Gerard Visser, die tot vorig jaar hoogleraar cultuurfilosofie was aan de Rijksuniversiteit Leiden. Die rede (ook in boekvorm uitgegeven) luidde: Oorsprong & vrijheid, En ik werd die ik was gebleven. De ondertitel had hij ontleend aan het gedicht 'De soldaat en de zee' van Martinus Nijhoff, opgenomen in zijn befaamde bundel Nieuwe gedichten uit 1934. 

Het gedicht is te lang om hier in z'n geheel op te nemen, maar de bewuste strofe luidt: 

'Geleidelijk bracht de brug
van het leven over het leven
mij naar mijn oorsprong terug
en ik werd die ik was gebleven.'

Het volledige gedicht is, voor wie daar behoefte aan heeft, behalve in de bundel ook te vinden in de Verzamelde gedichten van Nijhoff, en daarnaast eenvoudig te traceren via internet. Gerard Visser verbindt deze regel, die ook elders in zijn filosofische oeuvre een rol speelt (o.a. in De druk van de beleving) met de pogingen die mensen ondernemen om hun innerlijke vrijheid te vinden of te hernemen: 'Hoe kan iemand naar zichzelf worden teruggeroepen, teneinde zichzelf te hernemen, te herbronnen?' Een zin die op zichzelf weer tal van vragen oproept, al was het maar doordat hij uiteraard is losgezongen' van zijn context. (Het werkwoord 'loszingen' danken wij trouwens weer aan Nijhoff, die het voor het eerst gebruikte in 'Het lied der dwaze bijen', uit, jawel, Nieuwe gedichten.)


Gedichten van deze bijeenkomst:

Gedichten op het thema

Zat je daar aan dat tuintafeltje door Michiel van Hunenstijn
We werden wat we waren gebleven door Wil Fraikin
Ruimte en Tijd door Wim van den Hoonaard
Verlamming door Neletta van Heuven

Amy door Violet Asseruit Mane
Eigenheid door Sieth Delhaas
Randonnée door Theo de Jong

Laatbloeier door Arja Scheffer
En ik werd die ik was gebleven door Cees Leliveld
Grafschrift door Tinus Derks
Oorsprong door Nele Holsheimer
Meester worden door Jos Paardekooper
Ik kwam mezelf tegen door Jan van Laar
Blijven of gebleven worden door Joost Golsteyn
Turmoil door Maarten Douwe Bredero
Ik werd die ik was gebleven door Frank Galesloot

Splash door Astrid Aalderink



Voor de bijeenkomst van 29 september kunt u zich laten inspireren door onderstaande zin.
                      ‘Vermoedelijk stak er een liefdesgeschiedenis achter’
(uit Mysteriën, 1892, auteur Knut Hamsun).
Dit thema is ingebracht door Joost Golsteyn.




Graag tot dan, namens Herman, Jos en Arja!


Zat je daar aan dat tuintafeltje

Zat je daar aan dat tuintafeltje, de boel retro opgetuigd met typemachine,
het lint versleten, het was alsof je cicades temde. ’s Ochtends ging je werken,
en ’s avonds zocht je naar ontspanning, die zomer had je die discipline.
Het pak vers din A4 papier verschoof van links naar rechts.
Je rug was gekromd, je schouders hoog, je leek altijd boos.
Je wenkbrauwen gefronst, je ogen steeds donkerder,
en je sprak niet meer, je hamerde de toetsen, je schreef jezelf
de volwassenheid in. Je dacht aan je verzameling superhelden.
Je had ze bij het vuilnis gezet. Daar stonden ze nu gegeneerd
te wachten op het gekraak dat naderde. En ze hadden zoveel
meegemaakt, ze hadden nachten onderin de regenton doorgebracht.
Ze hadden bij je bed gewaakt, de kaken van de hond overleefd.
Superhelden hebben geen vader of moeder die op hen let.
Wel hebben ze een tenminste-houdbaar-tot-datum.
Superhelden, het zijn net mensen, bedacht je je,
en je keel werd dik. Je had hier geen gps-signaal,
je kon hier niks kwijt, je had hier geen bereik,
geen verbinding. Vreemd genoeg hoorde je
je vader praten. Je zag de barsten in het tafelblad.

’s Ochtends telde je de waterdruppels in de Oost-Indische kers,
Je zocht je sok. Waar was je andere schoen? Waar was je tekst?
Hier was je nog niet eerder geweest. Je knapte het zelf maar op.
Je had geen ideaal om na te streven, je werd die je was gebleven.
Gister sprak je dat meisje van die fotoshoot
ze stond in haar ondergoed aan de waterkant.
Haar houding was klassiek, gekopieerd uit het verleden.
En die gast, waaromheen je vanochtend stofzuigde,
hij sliep z’n drankroes uit, godweet waar hij van droomde.

Michiel van Hunenstijn

We werden wat we waren gebleven

We werden jong, we zouden schitterend zijn,
in een privaat heelal en schoon tot op het bot.
Die hardheid was een hooggehouden fase
bij het struikelen langs het voorbestemde zwarte gat.

We pleegden snelle anonieme moorden
in de openbaarheid en we keken neer
op elk gratuit begrip: WIJ schoren ons.

We ontkrachtten mythen bevlekten hun papieren heroïek
en knepen ons in model uit zachte tubes:
de toekomst was een loop van authentieke shots
langs een verjarende verhaallijn.

We wierpen achteloos met zelfbedachte adjectieven
en raakten bekend met hun verzwegen plot.
Versneld geprojecteerd werden wij weer jong
en we herdachten ons, niets funktioneerde er nog -

niemand mocht meer mee als ons -
als klittende eilanden die wachtten op een zee.

We bleven keilen en zouden altijd jong blijven:
steeds weer weggeworpen en opstuiteren boven het wachtende water.

Toen lagen er al veel aan zee die anders jong waren geweest:
ze lijfden ons in: zij raakten reeds van H2O verveeld.

Wil Fraikin

Ruimte en Tijd

Het worden=het zijn

Ik schreeuwde nog iets terug
toen de plicht mij riep
maar die was alweer verdwenen;
het is een zeer druk baasje

en ik dacht

het horizontale
verdwijnpunt
kan ook
het oude
of nieuwe
beginpunt
zijn.

Wim van den Hoonaard

Verlamming

je had hem toen
op dát moment
bij zijn lurven
willen pakken
hem de waarheid
moeten schreeuwen
maar je zweeg
en werd weer
die je was geweest
bevreesd

je had haar daar
met jóuw vent
jouw bed uit
willen trekken
haar nek om
moeten draaien
maar je verdween
en werd weer
die je was geweest
alleen

je had de man
op wie je was
al jaren lang
willen bekennen
moeten zéggen even
dat je dat was
want wie weet
ook hij misschien
maar je werd weer
die je was geweest
bedeesd

door niet te doen
steeds weer
werd je die je was gebleven
nog even en …
je bent hier niet geweest                                                           

Neletta van Heuven

Amy Schrijnend

Genageld zat zij vast
In haar lichaam en talent
Begenadigd als zij was
Geen kapsones of verwend

Zij moest door het leven paraderen
Allen wilde van haar profiteren
Zij was als een diamant zo ruw
Waarom werd iedereen zo sluw

Het ging beschamend mis
Men liet haar schrijnend alleen
Zonder een geslepen facet
glipte zij door gladde vingers heen

Amy werd niet meer wie zij was

(Ik zat gekluisterd in mijn stoel
Tot de pauze kwam
En figuurlijk achterover viel)

En ik, was ik daarna nog wie ik was
Nee, omdat Amy iets heeft getoond
En ik werd die ik was gebleven

Eigenheid

Van heel vroeger ken ik jou
herinner jij je mij
van toen ik je binnenste verkende
me met jouw ruimte bekleedde
als een dekmantel tegen het leven?

Jij zou mijn vaste schuilhut worden
dacht ik,
een hut, niet donker, nee,
zeeën van licht zouden door je boogvensters
binnen vallen

Alles zou ik in jouw ruimten
kunnen uitspellen
woorden, gedachten, spelingen
alles verbonden met de dingen waarvan ik droom
ze zouden in jou waarheid worden

Nu, na jaren sparen, een giga crisis en ontslag
zou ik moeten toegeven dat jij
met jouw ruimten
mijn reikwijdte voor altijd
te buiten gaat…

Toch, je blijft mijn einder
zoals ik jaren her besloot
met minder kan ik niet
en of maar zeker toch
jou opgeven is gelijk aan sterven

Sieth Delhaas

Randonnée

Was het de wind,
die van die vragen stelt
die ieder korenveld wegwuift?
Of de merel, hoe hij de regen
bespeelde en over vliegen vertelde?
Of de beek, die alles van lopen
wist, omdat hij onze moeie voeten
met zijn glazen handen waste en zelf
onvermoeibaar ons in slaap zong?
Wat was het waardoor we zijn geworden
wie we waren?

Zwijgen bloeide aan de twijgen
van de dag, ieder beetje eetbaar
proefde feest op onze tong.

Uitgebeten van het zweet
staan wij nog steeds
op die begoochelende strepen,
kromgetrokken van de bergen
die wij voor niks hebben verzet
blijven wij met onze route begaan.
We hebben er niets mee gewonnen -
elkaar aan overgehouden.

Theo de Jong

Laatbloeier

Was ik maar puur gebleven,
vanzelfsprekend, als ooit ontstaan
met takken, stengels en stammen
zonder snoeischaar opgerezen.

Was ik maar puur gebleven
toen alles in mij groeide als vanzelf
een pluk hier en een pol daar
zonder aarde die wordt gladgestreken.

Was ik maar puur gebleven
door geuren en kleuren omringd
met veel gefladder en gezoem en
zonder kunstmest die wordt uitgereden.

Was ik maar puur gebleven
zonder dat er met gif werd geknoeid
werd er maar natúúrlijk spul over mij gezeken
en ik de laatbloeier werd die ik liever was gebleven!

Arja Scheffer

En ik werd die ik was gebleven

              (een variatie)

Jaar na jaar valt als afgestorven blad
in trage dwarreling terneer
en hoopt zich aan mijn voeten op
zodat ik stil blijf staan
en terug kijk naar wat was
of hoe het zich heeft voorgedaan.


Ik ben al zo lang onderweg
en toch lijkt deze plek op het begin.
De bomen waren kaal toen ik vertrok
maar nu valt ook hun laatste blad.
Ben ik dan wel weggegaan
vraag ik mij af…
of heb ik hier alleen maar stilgestaan?

Cees Leliveld

Grafschrift

languit in 't gras
wist ik alras
ik werd die ik
gebleven was

ik dronk een glas
ik deed een plas
en werd die ik
gebleven was

zo in mijn sas
met badedas
werd ik die ik
gebleven was

met een grimas
gaf ik plankgas
werd niet die ik
tot dan toe was

geen kaal karkas
maar as tot as
verstrooid toen ik
er bijna was

Oorsprong

Wie je werd, ach,
de wil gebroken
of aangepast,
verstand beleerd,
onduidelijkheden.

Wie je was gebleven,
voor altijd in een
woning van woorden,
die je oren hoorden,
toen je met leven begon.

Was de muziek goed
of was de muziek slecht,
weet alleen jij.

Nele Holsheimer

Meester worden

(een idylle)

Wat wilde ik ook weer worden? – goeie vraag.
Meester, maar over wie of wat, dat bleef nog vaag.
Soms droom ik weer dat ik mezelf tegenkom,
de kleine jongen die ik was, naïef, en niet echt dom.

Gedrag, vlijt en ijver steevast ‘z.g.’,
nou ja, wie was in die jaren niet gedwee.
Wacht maar, zei mijn vader, tot je groter bent,
maar alle tijd van leven, behalve puberteit, die went.

Hoe groter ook allengs van geest en leden,
hoe groter de illusie is geweest, tot op heden.
Het knapste knaapje van de klas, je zult het zijn.
Een biertje? Nee dank je, ik drink alleen venijn.

In volleybal en bal masqué volstrekt mislukt;
waar werd ter wereld zo oprecht gekrukt.
Ik had niks liever willen zijn dan wie ik ben:
een weerloos wezen, alleen behept met tong en pen.

Dat is het wel zo’n beetje. Het was in diepste wezen
zo ongeveer waarover je je leven lang kunt lezen
om daar dan ook weer over te gaan dichten,
en ziels- en lotgenoten over in te lichten

omtrent de oorsprong van mijn ach en weegeklaag.
Wat of ik ook weer worden wou? – goeie vraag.

Jos Paardekooper

Met dank aan Gerard Visser, die het ontleende aan Martinus Nijhoff  (‘De soldaat en de zee’).
En aan Ilja Pfeijffer, aan wiens bundel Idyllen ik meer dan alleen de ondertitel heb ontleend.

Ik kwam mezelf tegen

Ik was wielrenner. Ze hebben mij geleerd dat
een coureur niet alleen aan zichzelf moet
denken. Daarom reed ik graag vol in beeld,
zodat er ook voor de kijkers thuis wat te
genieten viel. De mensen kenden me als een
taaie klimmer en een dappere daler. Ze zagen
dat ik de techniek van de dubbele waaier
beheerste en graag van kop af doorkachelde
en me door de wind boorde. Maar altijd
bestond de kans dat je er werd afgepierd en
aan het elastiek kwam te hangen. Al gauw
werd er dan geroepen: wieltjeszuiger,
wieltjeszuiger!

Het kwam er vooral op aan de bus voor te
blijven, de man met de hamer te ontwijken en
altijd rustig te zijn, zelfs als je blaas onder druk
stond. Als dat alles lukte en je had ook nog
goede benen, dan was fietsen leuk, al was
winnen met twee vingers in de neus er niet bij.
En niet alles lukte, veel dromen vielen op het
zwarte asfalt stuk.

Uiteindelijk betaalde ik de tol voor mijn
inspanningen op het moeilijke traject ergens
tussen Côte en Liège. Daar kwam ik mijzelf
tegen: een volslagen vreemde.

Jan van Laar

Blijven of gebleven worden

adders broeden onder het duivengras
dunne wolken verwaaieren wit

de gebarsten aarde wil tot zich nemen
waar leven doorstroomt

de dood duwt ons langzaam tegen de grond
met de neus op de feiten der vergankelijkheid

wij snuiven slechts aan de uitgewiste voetsporen
van onze voorvaderen

en het zinken van onze ziel blijft onopgemerkt

Joost Golsteyn

Turmoil

Stel je toch eens voor
een wereld waarin alle leven
stil en stokstijf staat

Alleen de aarde met zee verandert
slaat bollingen en kraters
in een massief blok universum

Alleen onze spullen nemen vormen aan
evolueren met de brandende voortgang
van nietsontziende techniek

En jij en ik blijven hetzelfde
net zo wijs en dom als toen
Omdat we nu eenmaal
die ene unieke persoon zijn
stammend uit een tijdloos vacuum

Waarmee wij onszelf pas echt leren kennen
Omdat we aan eenzelfde ziel kunnen wennen

Maar ach
juist met groei en bloei
blijft de lieve jeu erin
En verandering op zijn tijd
geven de nodige jest en vaart

Dus doe mij maar
die kolkende maalstroom
van vaste materie en grillige geest
van onblusbare verre idealen
langs een neerwaarts zuigende staart

Maarten Douwe Bredero

En ik werd die ik was gebleven

1
Na moeten, zoeken, dwalen en dralen
Worden we tot wat er vanzelf al was,
Verbleven nooit ver van dit zelf vandaan.

Want

Al staan en gaan we waar we willen
We worden nooit nog meer iets
Verstaan op zijn meest meer niets

2
Hij werd die hij was gebleven

Ashes to ashes
Dust to dust

Nu je het zo zegt
Nu hij achter ons ligt

Hij werd op het laatst dat
Wat hij eerst ooit was geweest

Hij een bescheiden hoopje stof
Hij die eens groot en ijdel was

3
Kindje kind kinds kinder-lijk gebleven

Frank Galesloot

Splash !

Zo klein zo blond zo blij
ga jij in happy huppelpas
door natte straten en dan spring je
‘splash! ‘ twee voetjes in een plas !

Zoveel spetterend plezier
op een rijke regendag !
een donk’re wolk weerkaatst
oprecht je klaterende lach

Maar nu word je moeder boos
ze vindt het helemaal niet leuk
en zo krijgt dat heerlijk vrije
het spontane superblije
al z’n allereerste deuk

Langs gespetter in een plas
en maar doorgaan in de pas
fiets ik onder donk’re wolken
met daarnaast een roze baan

Ik wil zweven naar dat lichte
weg van alles wat verzwaart
ik ben weer kind en ik wil springen
regen mengt zich met een traan

Als ik geloof dan kan ik vliegen
net zo hoog als ik maar wil en als ik
bang ben om te vallen, ja, dan val ik

O, wat hou ik van het roze dat zo gloeit
dat gloort daarboven mij en dan zie
ik die grote plas daar....zal ik ?

Astrid Aalderink