donderdag 30 juli 2015

Dichterscafé juli 2015

Dichterscafé juli 2015 - Onderwerp:
“En dat wij op de wereld zijn om heen en weer te gaan”

Het thema is geïnspireerd op onderstaand lied van Drs. P, (24 augustus 1919 - 13 juni 2015)

De veerpont


Wij zijn hier aan de oever van een machtige rivier
De andere oever is daarginds, en deze hier is hier
De oever waar we niet zijn noemen wij de overkant
Die wordt dan deze kant zodra we daar zijn aangeland
En dit heet dan de overkant, onthoudt u dat dus goed
Want dat is van belang voor als u oversteken moet
Dat zou nog best eens kunnen, want er is hier veel verkeer
En daarom vaar ik steeds maar vice versa heen en weer

Refrein:
Heen en weer
Heen en weer                                                                                         
Heen en weer
Heen en weer

Ik breng de mensen heen, ik breng weer anderen terug
Mijn pont is als het ware ongeveer een soort van brug
En als de pont zo lang was als de breedte van de stroom
Dan kon hij blijven liggen, zei me laatst een econoom
Maar dat zou dan weer lastig zijn voor het rivierverkeer
Zodoende is de pont dus kort en gaat hij heen en weer
Dan vaart hij uit, dan legt hij aan, dan steekt hij weer van wal
En ondertussen klinkt langs berg en dal mijn hoorngeschal

Refrein

En als de pont dan weer zijn weg zoekt door het ruime sop
Dan komen er werktuiglijk gedachten bij me op
Zo denk ik dikwijls over het geheim van het bestaan
En dat ik op de wereld ben om heen en weer te gaan
Wij zien hier voor ons oog een onverbiddelijke wet
Want als ik niet de veerman was dan was een ander het
En zulke overdenksels heb ik nu de hele dag
Soms met een zucht van weemoed, dan weer met een holle lach

Refrein (2x)

Parlando
De boot is vol
Ik zeg: de boot is vol
Stap niet in de boot
Hij is vol
Blijf aan de wal, meneer
U ziet toch dat de boot vol is
Toe nou mensen, kom toch niet in deze volle boot
Ga nou weg mensen
Dat loopt nog verkeerd af
Wees nou verstandig mensen…


Gedichten van deze bijeenkomst:

Gedichten op het thema
De terugkeer door Jan van Laar
En dat wij op de wereld zijn om heen en weer te gaan door Cees Leliveld
En dat wij op de wereld zijn om heen en weer te gaan door Frank Galesloot
Alles draait door Nele Holsheimer

Heen & weer door Herman Posthumus Meyjes
Pendulum door Maarten Douwe Bredero

Wij zijn hier in dit ondermaans bestaan...door Neletta van Heuven

Gedichten zonder vastgesteld thema
Voor Bert, met sorry door Michiel van Hunenstijn

Wedergeboorte van een nieuwetijdskind door Marianne Sorgedrager- Van Halewijn
Herfst door Frans Rummens
In stilte door Astrid Aalderink

De terugkeer

Na een solovakantie stap ik mijn keuken binnen.
Ik kijk om me heen en ben verbijsterd. Ik haal
diep adem en wil roepen dat de verschimmelde
keukenmuur er afschuwelijk uitziet, ik wil

tekeergaan tegen de rotzooi op de vloer
waarover ik me alleen maar als een steltloper
kan voortbewegen, schelden op de bedorven
etensresten die op het aanrecht liggen te

stinken, mopperen over de wekker (waarom
staat hij stil?) en over de lege kooi (waar is de
kanarie gebleven?). Maar ik ben met stomheid
geslagen. En de muurtegeltjes om mij heen met

hun belegen ‘oost west’- en ‘klokje thuis’-teksten
helpen mij niet. In stilte klim ik op de gammele
tafel en kniel neer tussen twee bekruimelde
boterhambordjes. Ik probeer tot rust te komen

door de roerloze  chaos van enige afstand in mij
op te nemen. Maar net als dit lijkt te lukken, laait
de emotie weer op: ik ontdek een onbekende
broek over de stoelleuning, een mannenbroek

met trendy smalle pijpen. Nu wordt het mij
duidelijk dat ik te lang ben weggeweest. Ik loop
de gang in en roep onderaan de trap naar
boven: ‘Ik ben er weer!’

Jan van Laar

En dat wij op de wereld zijn om heen en weer te gaan

Een simpel gedicht op rijm zonder enige pretentie
(het modale Sinterklaasrijm niet te boven gaande)
Alleen voor gebruik in huiselijken kring


Als oud-veerman ben ik al weer jaren met pensioen
maar denk nog vaak met weemoed aan die mooie tijd van toen.
Die mooie tijd van Sex & Drugs & Rock & Roll
heel het brave Holland was toen op den dool.
Na de hit van Drs. P. ontstond het trauma van het heen en weer
met als enig medicijn: men neme drie maal daags het veer.
Jong en oud, arm en rijk, eenieder moest varen met de pont
mijn boot was overvol: men stond eendrachtig kont aan kont.
Heb als veerman toen heel wat hachelijke tochten meegemaakt
en met mijn overladen schuit soms geen kant of wal geraakt.
Ja, het was toen alle dagen vrolijkheid en feest
maar op een kwade dag was ik er toch zowat geweest.
De boot ging schuil in een wolk van alcohol- en and’re damp
voer zonder ‘t minst vermoeden van de naderende ramp.
Sweet Home, Alabama schalde over ‘t water
maar niet voor ons; zo bleek het even later.
Ik stond aan ‘t roer  maar kon zowat geen meter zien
toen kwam de klap: geramd door A Yellow Submarine!
Mijn ouwe boot is toen meteen gezonken
en er zijn ook heel wat passagiers verdronken.
Daarom zeg ik steeds: ga je met een veerpont mee?
leer dan eerst zwemmen met minimaal diploma B!
Ja mensen, al die tijd woonde ik heel fijn  Next door to Alice;
U gelooft het niet en zegt Nietes? Ik zeg Welles!

Cees Leliveld

En dat wij op de wereld zijn om heen en weer te gaan

In Enschede sluit de laatste videotheek
In Enschede heropent de eerste platenzaak
In Enschede zijn wij op de wereld
Heen gaat de videotheek
Weer komt de platenzaak
Waar zien wij naar  om?
Waar draaien wij heen?
In Enschede op de wereld

Frank Galesloot

Naar aanleiding van een mediabericht in Tubantia 22 juli 2015
Laatste videotheek verdwijnt uit stad, Enschede krijgt weer platenzaak

Alles draait

Is alles je teveel
kom even rustig zitten
in het oog van de cycloon
om ons is razernij en
eeuwige beweging
alles draait om alles rond
en om zichzelf de aarde
draait rond de zon
een dolgedraaide kermis
draait rond het reuzenrad
draait rond de draaimolen
draait rond de muziek
van het kleine draaiorgel
draait de orgelman rond
het aapje aan een dunne ketting
springt heen en weer
een kind danst rond
van hier naar daar
de aap trekt aan zijn haar
aauaaaa, ach, dat heeft pijn gedaan
kom even rustig zitten
in het oog van de cycloon
dan zal het wel weer gaan

Nele Holsheimer

Heen & weer

kwatrijn

De wereld: één groot raadsel, van onderen tot boven,
en nog beperkt van duur en diepgang bovendien.
Dat wij hier zijn om heen te gaan –- dat wil ik nog wel geloven,
maar van die wedergang –- dat moet ik eerst eens zien.

© Herman Posthumus Meyjes

Pendulum

Met het gewicht van links naar rechts
langs lijn en boog evenzeer
verplaats je je als een slinger
dans jij tussen werelden
heen en weer

Seeking beyond yourself
to reinvent an inner soul
How hard to accept
unconditional love
geared towards that ambitious goal

Troost in het grote vérgelijk
Liefde wederom dient zich aan
Put kracht uit de kleine dingen
Waar moet je nu
echt voor gaan

Maarten Douwe Bredero

Wij zijn hier in dit ondermaans bestaan

Om alsmaar heen en weer te gaan

Ik ben de vloedlijn van de Zuiderzee
Op één lijn te blijven valt mij echt niet mee
Want golven golven te graag heen en weer
En beuken buitelend op  stranden neer
Gedragen zich als bosjes losgeslagen vee

Ik ben een kind, mijn ouders zijn gescheiden
In mijn laatste schooljaar niet meer te vermijden
Ik tors m’n tassen tussen Oss en Assen heen en weer
Ik hoop maar dat ik slaag, dan hoef ik dat niet meer
Dan komen zij maar, elk apart, naar mij, in Leiden

Ik ben de veerman op het IJsselmeer
Mijn bestaan bestaat uit heen en weer
Weer of geen weer, ik blijf maar varen
Varen brengt mijn ziel weer tot bedaren
Sinds het eindexamen … komt zij niet meer

Ik ben de klepel van een koekkoeksklok
Ik slinger heen en weer en zie niet om in wrok
Wel ben ik meer en meer tot jaloezie geneigd
Omdat die koekkoek altijd alle aandacht krijgt
Maar: als ik ga staken … blijft hij vanzelf op stok

Ik ben een tennisbal uit hele chique stal
Van Rafaël Nadal, die fanatieke kwal
Wij krijgen rake klappen, scheren heen en weer
Maar niet naar ons maar naar Nadal gaat alle eer
Mij dumpt hij, zodra ik die bal niet meer beval


Ik ben een echte machoman, ik hou van sjansen
Wat een armoe, enkel met één vrouwtje dansen
Van vrouw naar vrouw marcheer ik heen en weer
Trekt mijn echtgenote weer van leer, ik excuseer
Mij met: Entre vous tous mon coeur se balance

Ik was ooit jong en strak van lijf en leden
Ik vond vreugde in het heilig op en neer
Maar met die heupprothese in het heden
Wordt het hooguit nog een pover heen en weer
Ik stel mij daar van lieverlede mee tevreden

Want wij zijn hier in dit ondermaans bestaan
Om uiteindelijk geheel tevreden heen te gaan

Neletta.van Heuven

Voor Bert, met sorry

Steeds weer schrik ik stikkend wakker: Bert valt in de sloot,
en ik heb het gedaan, voor Bert dreigt de verdrinkingsdood.
Ik heb Bert van die brug geduwd, het ging zo opeens:
hij stond op die leuning, en ik gaf toen plots die duw.
Zwemmen kon hij niet, misschien was de sloot niet diep.

Ik was vijf en Bert waarschijnlijk ook, ook al leek hij wel erg groot,
daar staand op de leuning van die brug. Ik wist van geen gevolg,
ik gaf een duw, een por, en Bert viel naar beneden.
En ik liep door. Vissers haalden hem uit het water.
Hij was erg nat, erg rood en hij huilde hard naar huis.

Nooit heb ik iets over Bert en over die duw gehoord.
Er volgde geen straf, geen boze ouders op de stoep.
En nooit is er over gepraat, is het wel echt gebeurd?
Toch schrik ik steeds naar adem happend wakker;
Bert, die brug, die duw op die weg van school naar huis,
dat was ik. Maar wat me het meest de adem beneemt,
is het eeuwige zwijgen: niemand die het weet.

En elke ochtend schrik ik weer stikkend wakker:
Bert komt dan weer naar boven en niemand weet
dat ik eeuwig Bertje bijna verdronken heb.

Michiel van Hunenstijn

Wedergeboorte van een nieuwetijdskind

Ze had een rustperiode in de hof van Eden,
de bloemen dansten er klassiek ballet en
knapperig gebraden vogels vlogen vrolijk rond,
ze kon er moeiteloos gedachten lezen en
had een teleknopje in haar mond waarmee ze  
via station Hemel contact met Moeder Aarde vond.                  

Wanneer de maan scheen kon ze overleggen
met de grote inspirator van barmhartigheid,        
hij was haar mentor, hoog in aanzien en zij                            
ontving graag zijn wijze raad recht in haar hart  -                
toch hield ze moeite met de dingen die ze zag
en hoorde, het nieuws dat door de ether klonk.        

Hoe kon ze nog ontspannen in de warme sfeer van
deze tuin met zoveel ware blijdschap en genot                          
terwijl beneden een hels spektakel van machtsstrijd          
elk zicht benam op een liefdevolle toekomst, en                                  
de aangeboren wil om hulp te bieden haar daarom
met steeds meer kracht tot handelen dwong?              

Haar mentor, steun en toeverlaat, wist van haar
mededogen, haar inzet om het tij te keren en gaf
zijn zegen voor het einde van haar paradijselijk
verblijf: ze ging vertrekken en moest wéér het lot
van vergeten, geboorte, leven ondergaan – maar
ze had haar nieuwe opdracht goed verstaan.

©  Marianne Sorgedrager-van Halewijn
   
(Vught/Schalkhaar juli 2015)

Herfst

De esdoorns staan in bloei
Nu dat de zomerbloei is vergaan
En de winter nader komt
Bloeien zij in banale kleurentooi
Geel als een vlammenzee
Karmozijn als een zwaard in het vuur
Oranje als van een Vorstentelg
Purper als van een Kerkprins
Violet van de melancholie
Tegen het onwerkelijk’ ultramarijn
Van de hemelse koepel
Pracht zonder evenaren

Nog even tonen zij hun zinderende viriliteit
Bladeren elkander ruiselend kozend
Warmend en koesterend
Hete vlammen in de vrieslucht
Toortsen van minnevuur
Hoogtij der liefde
Passie zonder evenaren

Hoe koud kan de winter zijn
Bomen naast elkander
Naakte takken gestrengeld
Doch zonder raken
Maar toch, maar toch
Knoppen vol van dat herfstvuur
De vlammen gevat
In een zetsel
Van nieuw geluk
Van liefde zonder evenaren

Frans Rummens (23 oktober 1999)

In Stilte

te reizen door de leegte
zijn zoals in dichte mist
mijn gedachten uitgegumd
zicht gewoonweg uitgewist

om te komen tot een stilte
waar geen beelden meer bestaan
daar waar taal geen woorden heeft
niets nog bedacht hoeft of gedaan

met de vrijheid van een vlinder
dapper in zijn kwetsbaarheid
dansend op fragiele vleugels
van volmaakte helderheid

zonder hang naar wat er was
verlangen naar wat komen zal
kijk ik ben gewoon dit stipje
hier en alles is er al

Astrid Aalderink