woensdag 31 december 2014

Dichterscafé december 2014

Dichterscafé december 2014 - Onderwerp:
Geen vastgesteld onderwerp

Zoals aangekondigd stellen wij voor dat de decemberbijeenkomst geen thema kent.
Zo u wilt zou het thema dus ‘geen thema’ kunnen zijn.  


Het lijkt ons bovendien dat de afsluiting met ‘spichten’ zijn langste tijd wel gehad heeft, al is het natuurlijk niet verboden dat deze of gene bij wijze van vrij gedicht nu juist een spicht of spichtenreeks inlevert. Kortom: alles mag!!




Gedichten van deze bijeenkomst:

De louteringsberg door Wibo Neigbal
Dood bier door Wibo Neigbal
De terugblik door Joost Golsteyn
Enerverende stilte door Anna Wiersma
Liefste door Marianne Sorgedrager- Van Halewijn
Eindejaarsmijmeringen door Dick Smeijers
Twee-duizend-vijftien door Dick Smeijers 

Zonder titel door Henry Jansen
Train of Thought door Theo de Jong
Sepia Mist door Maarten Douwe Bredero
Een date door Jan van Laar

Twee oude vrienden door Jan van Laar
Knuffel door Wim van den Hoonaard

Geen Thema door Astrid Aalderink
Saucijzenbroodje door Astrid Aalderink
Geen thema door Cees Leliveld
Verfromfraaid door Nele Holsheimer

Spichtroman door Tinus Derks
Metamorfose door Niels Klinkenberg (vertaling)

Hoofdstuk LVII door Klaas Wijnsma (vertaling)
Vogels kijken door Leen de Oude
Alles of niets door Neltta van Heuven
Kersttijd door Neletta van Heuven
Gedicht met cardanaandrijving door Herman Posthumus Meyjes
De spicht die brulde door Pieter Bas Kempe
Voor mij geen thee, ma door Alfred Bronswijk

De Louteringsberg

 (‘They keep on talking about tomorrow, sometimes about forever…,
 I’m still struggling about today’)

Ik kan niet zitten
Op wat je kunt noemen
Een andere plaats
Een verkeerde plaats
Da’s raar
Als je er niet over nadenkt
Als je er wel over nadenkt
Verdriet is de verloren plaats
Als je dat niet begrepen hebt
En
Als je dat wel begrepen hebt

Hij die troostrijk kan sterven
Laat hem niet dralen

Overtollige lozing van gedachten
Botst met wat niet te vermijden is

Ongemerkt krijg je meer vaart
De boodschap die ontstijgt
- Verstijgt -
Het beeld van veelkleurig kwantum
Naïef rood - gewoon uit de bus
Hoe kleurig ben je als je eindeloos mengt
Zelf mengt
Op een doek
En ver van huis

Een werkelijk fata morgana
Dat verlies moet je leren nemen

Je bent Hoer - je bent Vrouw - Vriendin
Moeder - Maatje - Maria - Minnares
Rechter, Aanklager en Advocaat
Als je dat niet begrepen hebt
En
Als je dat wel begrepen hebt

Zij die troostrijk kan leven
Laat haar niet dralen

Predikant en drugsaddict
Godsgeschenk en zondagskind
Zwak zwijn en moralist
Het is van alles niets
Het is van tweeën een
En dat is ook nooit andersom
En ook de beklimming van de
Louteringsberg begint met de eerste stap
Een kleine stap…

Ook als je dat niet begrepen hebt…

Wibo Neigbal
Beirut, 2005

Dood bier

(Met dank aan Jan-titel-Krüse)

Toen
Toen bleek dat de boze buitenwereld
Veel meer leek op wat ik beweerde
Dan dat
Jij dacht
Dacht dat het was
En gelijkelijk gold voor de broze binnenwereld
En voor zover ik dacht dat ‘ie reden van bestaan had
Had ik je niet meer

Op schoot
Op schoot moeten nemen

Op schoot
Op schoot had ik je nooit meer
Behalve voor de billenkoek
Nooit meer moeten nemen

Dood
Dood bier
Zei je
En Weg
Weg is er vanaf
En nergens heen

Rekeningen
Rekeningen, van die hele vette, had ik je moeten sturen

Betalen
Betalen, kreng, had ik eronder moeten zetten

Dood bier
Je kan m’n rug op

(Vergeven
Vergeven is verdergaan
en vrijheid)

Wibo Neigbal
Bouwkunde Deventer, Nationale Gedichtendag 2012

De terugblik

We zijn beland in het tijdsgewricht
Dat ons door profeterende dichters
Reeds werd voorgehouden

En alles is hetzelfde gebleven

De profetieën ontvouwen zich
In een ontwapenende eenvoud
Die nooit van veranderen wist

En toch ben ik ouder geworden

In de toekomst zit iemand
Die alles begrijpt want de levenslijn
Van wat is staat gekerfd in de handpalm

Van de tijd:
Wat is oud
Wat is wijs
Wat is dwaas
Vraagt de sterveling zich af

De ziener ziet en zegt:
Wat dwaas is smelt samen
Met de vergankelijkheid
Wijsheid stroomt verder

En pril is alles
Wat door de dood
Nog niet is aangeraakt

Joost Golsteyn

Enerverende stilte

Hoor je de rust van de geluiden
nu het niet stil is, in je hoofd?
Een wentelwiek, de dakbedekkers
en de buizerd, de kikkers in de poel.
De ganzen en het pasgeboren geitje.
Hoor je ’t opvliegend spreeuwenvolk?

Hoor je de rust van de geluiden?
Het ritme van de regen, een lied
dat door de bomen ruist.
Het rommelen van de donder
en het klapperen van de zeilen.
Luister de stilte zit niet in je hoofd.

Anna Wiersma
28-06-2014

Liefste

Als je van een hond houdt
of een kat, zo’n zachte
ongecompliceerd aanhankelijke,
maar eigenwijze
die ’s avonds niet thuis komt
niet bij je terug komt
ondanks je vleien, je geroep –

en die dan toch, na
peilloos lange tijd
met duizend angsten,
als vanzelfsprekend
met staart omhoog
naar binnen treedt en
zich weer nestelt op je bank,

je hart dat stilstond
na krampachtig krimpen
weer warm ten leven klopt -

Als je gehecht bent
onvoorwaardelijk

Als je liefste

Marianne Sorgedrager- Van Halewijn

Eindejaars mijmeringen…

Een nieuw jaar naderbij
groot dient het zich aan
Herinneringen:
kleurrijke gebeurtenissen
als bloemen op een vaas gezet
Verdriet ebt langzaam weg…
Dat blijdschap blijven mag
en zeker weten dat
uiteindelijk de smaak van goedheid
het bitter overtreft

Dick Smeijers

Twee-duizend-vijftien

Elk jaar vertelt…
Van zoveel mooie woorden
Van  hartenkreten om geluk,
Gezondheid en wat warmte
Waarin we mogen schuilen.
We gaan op zoek naar
Nieuwe jaren van verleden tijd.

Dick Smeijers

Zonder titel

Een kunstenaar, dichter, musicus, predikant
kan leren hobby of werk
met vallen en opstaan
\kwaliteit te leveren
als u blijft oefenen
want oefening baart kunst
dan komt soms zomaar werk van hoog niveau.

Henry Jansen

Train of Thought

Dit onbekende komt mij bekend voor,
dit perron met bloemen in het grint,
deze passagiers, wassen beelden van wachten,
deze lijnen eindigend in het oneindige,
een vreemde trein die mij de tijd in rijdt
en terugbrengt naar wat ik was:
zwerver op eigen terrein en vreemdeling
in steden die mijn adres droegen.

Zo veel treinen,
zo veel stations,
zo veel gepasseerd.

Als kind bekeek je gretig de reclame langs de lijn,
die je wegwijs maakte in het leven en je bijbracht
dat je ooit zou bereiken wat je nooit had gewild,
dat je aan kon komen zonder weg te gaan
en weg kon met meer dan alles wat je had.
En dan nu te beseffen dat dit zo is –
zij het anders.

Theo de Jong

Sepia Mist

steeds minder bladeren
traag lezend om te keren
hoewel
letters blijven komen
nu via de ether terstond

zodat het vuur blijft branden
uit jonge geesten in vlam
met een passie
zoals altijd
zoals het geschrift verging

en zie daar de kade
om steeds weer af te meren
over het stromende water
vóór de verre zee

zodat het overvaren
naar de vaste wal
- die van steen en aarde –
na u en ons
zal blijven bestaan

Maarten Douwe Bredero

Een date

Ik houd van vrouwen die meer orde scheppen dan onrust
baren, die mij liever omhelzen in een beschutte
bezemkast dan op een regenachtige straathoek, maar
soms geef ik de voorkeur aan kort en zondig.

Ik hoor liever het gezeur van kinderen dan de stoere taal
van vaders of de drama’s van moeders, liever het
geschreeuw van lichtzinnige zwerfkatten dan het
geschuifel van stiekeme egels, liever vroege vogels dan
lallende nachtbrakers.

Ik opteer voor zwijgers die kunnen praten, doeners die
kunnen denken, prefereer verse teksten boven bedorven
raadseltaal, ik loop liever ín dan náást mijn schoenen,
liever een blauwtje dan een risico, steek liever mijn tong
uit dan mijn hand in het vuur.

Ik waardeer geen beren op de weg, geen spinnen in mijn
bed, geen Russen in mijn keuken. Daarom zet ik de deur
eerder op een kier dan wagenwijd open. Mijn fiets zet ik
altijd op slot.

Verder boeit een volle fles mij meer dan een lekkende
kraan, hoewel ik daar niet zeker van ben.

Weet je zo genoeg?

Jan van Laar

Twee oude vrienden

Zij zuchten en herinneren zich de tijd
niet meer dat zij nog optimistisch waren
en spraken over een toekomst zonder zwarig-
heid en waar alles blonk van vrolijkheid.

Zij zitten in de kroeg van groot verdriet,
en treuren om de vriendschap die verdween.
Eendrachtig klagen zij daar steen en been
als zongen zij een somber, eentonig lied,

totdat er één gaat staan. Hij roept: ‘Komaan,
en giet je vriendschap over in mijn glas
dat jaren lang al elke inhoud mist.’

De ander, even lang al pessimis-
tisch, geeft zich volledig over, blij verrast…
Dan reiken zij elkaar de glazen aan.

Jan van Laar

Knuffel

Was de straat ooit meer verlaten,
ergens is een mens in nood,
houvast werd plots losgelaten,
er ligt een knuffel in de goot!

Wie wil leven achterstevoren
leeft slechts feilloos als de dood,
zoekt na falen nooit naar sporen,
er ligt een knuffel in de goot!

Is onze zwakheid te beklagen
van het hechten, niet versagen,
is de knuffel hier de klos?

Is de ballast die wij dragen
in onszelf het onbehagen
vrij te zijn en toch niet los?

Wim van den Hoonaard

(op 26 juni zag ik in Deventer een knuffel op een stoeprand
liggen toen ik er langs fietste, nog niet wetende dat er na het 
vliegtuigongeluk –MH17- op 17 juli, ook verlaten knuffels 
op de grond te zien waren).

Geen Thema

Help ! Het thema is: geen thema !
Heel mijn houvast ben ik kwijt.
Ik ga dwalend, dolend rond.
Ik doe maar wat, straks heb ik spijt...
Want wat moet ik en wat mag ik
en wat vind ik op zo’n dag ?
Nu het thema is; geen thema
ben ik helemaal van slag.

Help ! Het thema is: geen thema !
Geen sonnet en geen ballade
En ik eet niet, weet het niet;
noch herfstmenu, noch kerstsalade.
‘K heb geen schema en het zijn
geen voordeelweken bij de Hema.
Dus wat doe ik en wat moet ik
en wat mag ik op zo’n dag ?
Nu het thema is; geen thema
ben ik helemaal van slag.

Zonder steun en zonder opdracht
leef ik maar van uur tot uur
want er is niets ingedeeld,
geënsceneerd, iets van structuur.
Toch groeit er een zekere twijfel.
Ik zie kansen, mogelijkheden,
Als een onbeschreven blad  zo
maagd’lijk puur gloort hier het heden.

Wat een dag, dag van niets hoeven,
nog voor niets is het te laat.
Dus ik wacht met open armen
op wat er nog komen gaat.
Waar ik ben is waar ik zijn wil
dus hoezo ben ik van slag ?
Nee, geen thema, wat een weelde,
wat een wondermooie dag !

Astrid Aalderink

Saucijzenbroodje

kwart over acht
onze eerste patiënt

tussen Sallands dialect en
jouw Iraaks-Koerdisch accent
is het warm met weinig woorden

een hooghartige mevrouw
in een hooggesloten jurk
staat aan de balie en wil niet
geholpen worden door die Turk

ze heeft zo’n zere hand,
zo’n moeite met veranderingen
jij glimlacht, blijft beleefd
spreekt nooit over je martelingen

de traktatie bij de koffie vind je
heerlijk maar hoe heet het ?
saucijzenbroodje schrijf ik op
een stukje van de krant
jij moet lachen zo’n gek woord
maar scheurt behoedzaam het
papiertje af en stopt het in je zak

mevrouw met jurk was pas in Dubai
prima shoppen maar té heet
jij in Irak begroef je vader
die er  op een bermbom reed

ik kijk naar buiten waar de zon
het nu gaat winnen van de mist

mevrouw met jurk ziet u de lucht ?
bedank het leven en wordt wakker

met het briefje in je zak ga je
-weet ik bijna zeker- deze week
nog langs de bakker

Astrid Aalderink

GEEN THEMA!

(en de noodlottige gevolgen daarvan)

Iedere laatste dinsdag van de maand
schuifelt een kleine menigte omzichtig
naar hun geheime plaats van samenkomst:
staande en gelegen op een bevederd eiland
en dat midden in de stad.
Meer kan ik er niet van zeggen
want men houdt het graag geheim.
Op die plek, het is een soort café,
draagt men uit meegebrachte verzen voor
en wel met wisselend succes.
Beluisterd door een soort presidium
en verder door het gemeen publiek.
Amateurs zijn zij, al dan niet oprecht,
jong en oud, gevorderd of nog half was.
Maar allen hebben zij die ene wens:
dat hun dichterlijke zinnen worden aangehoord.
Steeds kreeg men maandelijks een thema op
dat de pennen in beweging bracht!
Tot op die noodlottige dinsdag in november
dat Hermanus Magnus het consigne gaf:
in december zal er geen thema zijn!
Geen thema en die poëzie moet ook beter!
De verderfelijke invloed van die Sinterklaas
is ingeslopen in het dichterswerk.
Voor straf: geen thema! Dat zal ze leren!
Probeer het maar op eigen kracht
en wie het niet gelukt gaat naar het Themakamp!
De bewakers zijn geselecteerd in Noord-Korea
uit de allerwreedsten van dat slag.
Uit die kampen zijn slechts weinigen terug gekomen!
Dus dat ruimt waarschijnlijk lekker op.
De lieve Arja deed vergeefs een bede:
Ach Vader, val hen niet te hard!
Er is veel sluimerend talent in deze kring
en ooit zullen wij dit op zien bloeien.
Neen, Arja! sprak de eminente Dichtervorst:
Wie zijn kind’ren lief heeft spare zijn roede niet!
Het suizend neerkomen van het bestraffend riet
zal de ware dichters van de prutsers scheiden!
Broeder Jos: zijt ook gij van dat gevoelen?
Wel zeker Heer: gij hebt wijs gesproken!
Laat duizend Spichten bloeien en die zullen er
langs deze weg ongetwijfeld komen!
Slechts een uitzondering zoude ik willen maken
en wel voor de Revisten onder ons
ook al zouden zij de Griekse beginselen
niet of slechts aarzelend zijn toegedaan.
Lieve Jongens zijn het: een of twee in deze kring
en op hen is al mijn hoop gevestigd!
Dat is oké Jos, al kost het mij wel moeite
want die Reve moet ik persoonlijk niet!
 Niet mijn wil, maar de uwe zal geschieden.
“Gaat nu allen heen!” klonk daarop het bevel:
En wie hier in december terug durft komen
weet wat hem of haar te wachten staat!

Cees Leliveld

Verfromfraaid

(voor H.R.)

een hoed was weggewaaid
en weer teruggevonden
verfrommeld

maar door regen en door wind
verfraaid

Graszaden waren
in zijn rand
gewaaid

een hondenstaart heeft
liefdevol zijn bol
geaaid

hij ligt nu op de vensterbank
krijgt elke dag
een scheutje water

het gras steeds naar de zon
gedraaid

kijk door het raam naar binnen
een hoed
verfrommeld en verfraaid

Nele Holsheimer

- verfomfaaid = kreukelig, verkreukeld, uit het model
- verfromfraaid komt ‘niet voor in woordenlijsten, 
  goedgekeurd door de taalunie", (Google), een voorlopige
  definitie: verfromfraaid = verfomfaaid, maar door een 
  toevallige oorzaak fraaier geworden; bij kunstwerken kan
  sprake van opzet zijn.

Spichtroman

Leentje leerde
Lotje lopen
langs de lange
lindelaan

Lotje echter
straalbezopen
liep maar achter
Leentje aan
        xxx

Lotje die dus
zwaar getikt was
had zes maanden
drooggestaan

Leentje bleef haar
begeleiden
langs de lange
lindelaan
        xxx

Vraagt men waarom
Lotjes leven
hopeloos is
misgegaan

Smachtend zocht ze
heetgebakerd
naar een zinvol
voortbestaan
       xxx

Lotje leed als
onvolwassen
meisje reeds aan
grootheidswaan

Zij was soms wat
ontevreden
en gedroeg zich
monomaan

Zij heeft ook als
jonge puber
aan excessen
blootgestaan

Zo betrof haar
seksuele
voorkeur slechts een
pyromaan
          xxx

Ook vertelt men
dat ze onlangs
in de Playboy
heeft gestaan

Met ontblote
adelborsten
was ons Lotje
niet veel aan
       xxx

Menigmaal is
Leentjes Lotje
voor de mannen
platgegaan

Want ze was een
oversekste
tippelende
nymfomaan
       xxx

Lotje was van
lichte zeden
en liep daaglijks
langs de baan

Maar daar ging ze
onfortuinlijk
als zovelen
naar de maan

Om mijn story
af te ronden
ben ik toch wat
aangedaan

Want een gangster
liquideerde
Lotje op de
lindelaan
       xxx

Leentje loopt nu
zonder Lotje
die helaas is
heengegaan

Heel alleen en
moederzielig
kan men haar daar
gadeslaan
       xxx

Zij betreurt wel
Lotjes lot en
heeft daarbij ook
stilgestaan

Want haar rol als
mantelzorger
heeft haar zeker
niet misstaan
       xxx

Niet als Lotjes
leentjebuurtje
heeft ze nu een
volle baan

Nee ze is nu
toezichthouder
op de lange
lindelaan

Tinus Derks

Metamorfose

Hertaling van het gedicht Métamorphose van Raoul Gineste

De eerste klokslag middernacht:
Haar kaken scheuren open;
De zwarte kat, onhoorbaar zacht,
Ze springt, is weggekropen…

De tweede klokslag middernacht:
Haar staart slaat door de lucht;
Haar ogen, helder, glanzen zacht
Ze maakt nog geen gerucht…

De klok heeft nu drie maal geluid.
Nu mauwt en grauwt de zwarte…
Een drietal wolven huilt voluit
Naar volle maan, vol smarte..

De vierde klokslag heeft geklonken;
Zij draait drie maal in cirkels rond;
Terwijl haar ogen schitrend vonken
En haar rug zich bolt, zich kromt.

De vijfde slag heeft al geklonken;
De haren van haar vacht rechtop…
Een duivels vuur vlamt nu vol vonken,
Het grijpt haar, neemt haar in zich op.

Bij de zesde laat ze brandend
Een damp, een witte rookkolom
Vloeien uit haar bek vol tanden,
Zich vormend, draaiend, om en om.

Bij slag zeven toont zich langzaam
Een slanke bleke vage vorm
Die zich bloedeloos tot lichaam
Omvormt, geel en wit, enorm…

De achtste slag:twee zwarte kolen
Plaatsen zich in holle ogen
En haar stem spreekt zacht, verholen,
Toverspreuken… monologen….

Het slaat negen en haar lippen,
Eerst zo wit, ze kleuren geel
En haar zwarte haren tippen
Aan haar heupen, sensueel.

De tiende slag, haar borsten vullen
Zich, verleidelijk en rond
Haar lijf laat zich door niets verhullen
En glanst geolied, pralend, pront..

De elfde slag heeft al geklonken:
De bezem roert zich, richt zich op,
Biedt zich aan, wil met haar pronken
Noodt haar: vrouwe, stijg maar op.

De laatste slag van middernacht:
Ze vliegt naar waar de nachtwind fluit
Naar boven, naar de heldre nacht
De schoorsteen uit….

Niels Klinkenberg




HOOFDSTUK LVII

Vertaling van het gedicht: CAPÍTULO LVII van Santiago Montobbio

Als je komt en je dag na dag aanpast aan mijn moeilijke aard
krijg je aan de oever van de droom
een huis van water, als je komt en in mij
’t steeds meer donkert en jij niet weggaat
mijn vingers zangvogels reeds
in je ziel, vogels, als je komt
vogels die jouw lichaam tot takken maken
en voor jouw liefde voor dag en dauw
ik reeds zuiver kristal:

van de vele, vrijwel ontelbare melodieën
           waarmee ik verscheurde biografieën dichtte
vormen deze wellicht
mijn meest geliefde,

  deze, en van de overige
gevaarlijke slagen van hun vleugels steeds de maten
die omdat ze mogelijk uit naïever hout gesneden zijn
stapsgewijs gestadig
een radeloos kraken van dromen wekten.

Uit de verscheurde, ja versnipperde biografieën van mijn ziel
zou ik uit weemoed nog immer
de hele leugens van deze melodieën verkiezen,
ware het niet dat ze zoals alles
frontaal in botsing zijn gekomen
met de vergetelheid.

Want door zo koppig vast te houden aan wat verloren ging ging ik
zelf teloor en voor de literatuur heb ik
geestelijk geen krachten over.

En dus
is dit geen poëzie. ’t Is mijn gemoed.

© Klaas Wijnsma

Vogels kijken

Er is vandaag niets bijzonders gebeurd,
behalve dat ik een nieuwe verrekijker heb gekocht.
Vergroot twaalf keer, zei de verkoper.

Ik bespied vogels, moet u weten.
Mijn perspectief wordt begrensd door een kijkhut.
Ik zie scherp, ik maak het kleine groter.
Ik bekijk de wereld door een luikje.
Dat bevalt mij: wat ik niet zie, bestaat niet.
Ik ben veilig, niemand ziet mij.

Ik richtte de kijker door de winkelruit naar buiten,
op het terras aan de overkant van de straat.
Toen zag ik.
Daar zat jij, zeldzaam mooie vogel,
alleen aan een tafeltje in de zon.
Je was niet geringd, ook dat zag ik.
Een buitenkans.
Die vogel wil ik vangen, dacht ik,
mijn kooi is groot genoeg voor z’n tweeën.

Ik bleef kijken. Wilde je opstaan?
Dan was snel handelen geboden.
Ik haastte mij naar de uitgang van de winkel.
Maar voordat ik de straat kon oversteken,
schoof er een bestelbus in mijn blikveld.
Toen hij weg was, zag ik nog net
hoe jij je zomerse vleugels ontvouwde,
opsteeg, en langzaam oploste in het blauw.
Daar kon ik met geen kijker tegenop.

Leen de Oude

Alles of niets

de ruimte tussen aller-
allerkleinste deeltjes is
een loze ruimte, niets dus
zou je denken, nee, want
menig kwantumfysicus
denkt daar toch heel
anders over, ziet die
ruimte niet als leegte
maar als volte, vol van
energetische geladenheid
aan ons mensenoog en
welk instrument dan ook
mysterieus onttrokken
juist daar wordt in elk 
aller-, allerkleinst moment
iets geschapen uit het
niets, maar dat niets is
eigenlijk dus niet niets
maar … alles, misschien
wel iets als … god

dus: geen thema
lijkt een beetje raar
misschien wel dom
maar is in diepste wezen
de onzichtbare kroon
op ons goddelijke
te saam gedeelde

dichtersjaar

Neletta van Heuven  

Kersttijd

Kersttijd brengt mij bij mijn diep verlangen
Naar wat o-gen-schijn-lijk niet bestaat
Wat haast niemand lijkt te zoeken
Wat, soms bijna vast,  mij weer verlaat

Kersttijd trekt mij naar mijn diep verlangen
Naar een veilig thuis, nooit opgebouwd
Doch altijd blijf ik naar de stenen zoeken
Als een kind dat vader tóch vertrouwt

Neletta van Heuven

Gedicht met cardanaandrijving

 naar een idee van Joska van Vuuren

Het kroonwiel grijpt onstuimig aan
de as komt gretig in beweging, draait
in het rond, haaks op de gekozen richting.
Ik wil vooruit, maar sta steeds dwars
op het doel dat ik mij levenslang had voorgenomen.
Een soepele bocht, tot scherpe hoek verworden,
blijft van overgangen wars.
Beweging is mijn enige verplichting.
Rondgang wordt als dwars vooruit verstaan.
De overbrenging is in orde,
en ik zet af voor de hoogste horde -
maar 'k blijf immobiel– er is geen wrikken aan.

© Herman Posthumus Meyjes
1 augustus 2014

De spicht die brulde (vanuit Zutphen)

Wie van zins is ook dit jaar die
tonnen vuurwerk te doorstaan,
hecht dus méer dan
zesjesminnetjesgemiddeld
aan ’t bestaan!

Ziet gij hem in Twee Nul Vijftien
op het Vogeleiland weer?
Als het ligt aan Allah, Boeddha,
Zarathustra, Ons Lief Heer,

èn hemzelf die in dit rijtje
zeker niet ontbreken mag,
luidt het antwoord:
“Vanzelfsprekend!”,
met geloof en met gezag!

Al is hem de stadsdichtscepter
gluip’rig door de neus geboord,
uit zijn
Glühweinhersenkookpan
schrijdt de versvoet nijver voort!

Pieter Bas Kempe

Met beste wensen voor de gehele volière!

Voor mij geen thee, ma

Melodie:  ‘It s a Long Way to Tipperary’


Solo: Wat heeft een dichter nodig
als de Muze hem verleidt?
Wat zal hem inspireren 
tot  de  roem in eeuwigheid?
Wat stuwt hem op tot hoogten,
en tot verzen ongedacht?
Is het misschien het thee-effect,
dat hem zijn regels bracht?

Allen:
Ach wel nee, ma, voor mij geen thee, ma,
ook geen PickWick of Earl Grey.
Op dat bocht ligt voor mij een fatwa                          
Uilenpies dat is passé!
Ik heb liever de promillages,
van wiskies of het bier.
Met het nat van Franse wijnplantages
doe je mij meer plezier.

Dus voortaan, ma, voor mij geen thee, ma,
niet van Lidl of de Plus.
Ik verklaar als persoonlijk dogma,
dat ik echt geen thee meer lus.
Want van thee, ma, wordt niemand dronken
en het stijgt niet naar je kop.
Waarom thee, ma, dan nog hier geschonken,
Hou daar , mee op.

Solo:
Want wie er, metri causa,
aan de rijmerij begint,
die heeft iets stevigs nodig,
voordat  hij iets moois verzint.
De nectar van de Muze
en liefst met glazen vol,
dat is geen kopje slappe thee,
dat is de alcohol!

Allen:
Ach wel nee, ma, voor mij geen thee, ma,
ook geen PickWick of Earl Grey.
Op dat bocht ligt voor mij een fatwa.                          
Uilenpies dat is passé!
Ik heb liever de promillages,
van wiskies of het bier.
Met het nat van Franse wijnplantages
doe je mij meer plezier.