dinsdag 30 september 2014

Dichterscafé september 2014

Dichterscafé september 2014 - Onderwerp:
Gedichten met als laatste regel:'Bewijzen Stapelen zich op'.

Inleiding door Jos Paardekooper


‘Bewijzen stapelen zich op’

Het moest er maar eens van komen: maak, bij een gegeven slotregel, een gedicht. 

Maakt niet uit in welke dicht- of maatsoort, klassiek of eigentijds; als het maar eindigt op de regel:‘bewijzen stapelen zich op’

Waarbij ‘bewijzen’ ook met een hoofdletter mag, afhankelijk van de een-na-laatste regel. Meer valt er aan deze ‘opdracht’ niet toe te lichten of uit te leggen. Men late zich erdoor inspireren of prikkelen. En komt er niks, dan is er altijd de mogelijkheid z’n toevlucht te nemen tot een gedicht in de sector ‘Vrij knutselen’. 


Voor de doorzetters is er een tweede opdracht voor de septemberbijeenkomst. Niet in plaats van de eerste, maar als supplement. Tijdens de augustusbijeenkomst werd niet alleen de naderende verjaardag voorbedacht van onze voorman Herman P.M., maar werd ook de 95ste verjaardag van Drs. P – twee dagen eerder – herdacht. Weliswaar treedt hij niet meer op als uitvoerend kunstenaar, maar, naar eigen zeggen, beleeft hij nog dagelijks plezier aan het maken van gedichten, veelal in zelfbedachte dichtsoorten. 

Eén daarvan is de ‘spicht’. En nadat ter plekke door één onzer een kleine introductie op dit genre werd gegeven, verlucht met een paar specimina van Drs. P én van de introductor, werd voorgesteld om voor september een of meer ‘spichten’ te vervaardigen, onderwerp naar eigen inzicht. Voor de dwingende kenmerken van ‘de spicht’ verwijzen wij u naar het voorbeeldmateriaal dat eind augustus is uitgereikt, en dat u hierbij nogmaals wordt aangereikt. 

Ten overvloede als voorbeeld hierbij wederom het door velen als lastig, hermetisch, of zelfs humbug ervaren gedicht van Eva Gerlach dat de vorige keer tot inspiratie had kunnen dienen. Maar dan teruggebracht tot een ‘Spicht’:


 Ring in oorlel

rok die knie baart
 parapluutje,  
houdt het droog.
Ui die kokstooft
pingpongballen
uit het handje
recht omhoog.

Gedichten van deze bijeenkomst:
Gedichten op het thema 
Bewijzen stapelen zich op door Michiel van Hunenstijn
Dat er nog mensen zijn door Wim van den Hoonaard
De ongenaakbare vrouw door Jan van Laar
Reverse door Nele Holsheimer
Des dichters droefenis door Leen de Oude
Eend en Meerkoet door Astrid Aalderink
Morning Glory door Herman Posthumus Meyjes
La condition humaine door Tinus Derks
Diagnose door Niels Klinkenberg (tevens spicht)
De ondergang van Zwarte Gerrit door Cees Leliveld
Quod Erat Demonstrandum door © Dick van Welzen 
Grand Cru door ©Violet Asseruit Mane
 
Gedichten zonder vastgesteld thema
Marseille, 24 juni 1875 door Pieter Bas Kempe
Oktober door Greet Dijkhuis
Fanfare in tweekwartsmaat door © Marianne Sorgedrager- Van Halewijn
De wereld draait door door Bob Beijers

Spichtdichten
Spichtgedicht door Jos Paardekooper
Appels en peren door Leen de Oude
Drie spichten door Nele Holsheimer
Spichtdicht door Pieter Bas Kempe

Jarig door Wim van den Hoonaard
Speelse spicht door Jan van Laar
Zes spichten door Astrid Aalderink
Acht spichten door Tinus Derks
Diagnose door Niels Klinkenberg
Vier spichten door Cees Leliveld
Gisbert Cuper door Jos Paardekooper
Twee spichten door Henry Jansen

Bewijzen stapelen zich op

Ze kraste een visgraatmotief in haar arm,
met een scherf. Het werd eerst rood, later wit.
De littekenribbels, ze moest er steeds aanzitten.
Er was ook verder niemand. Ze doodde de tijd,
en verdoofde haar ziel, haar dag was haar nacht.
Ze vroeg wat ik kwam doen.

Er was die bezoekuurbezoeking, dan zag je wat.
De kaakklem, die kende je: happen als een vis.
En het haldolloopje. En veel kleren die niet echt pasten:
er was veel sprake van gewichtstoename.
En was de stropdas gestrikt,
dan was het er een met brandgaatjes.
Er was daar de waan van de dag.
Maar ook de waan van jaar in jaar uit.
Waan in, waan uit - definitief waan in.

Ze legde ook allerlei verbanden: het huis
aan de overkant, daar hing een krans
aan de deur. Maar was dat nou een
paaskrans of een rouwkrans?
Het verderf zit in de bloemen.
En wat kwam ik hier eigenlijk doen?
Wist ik wel hoe slecht ze was? Slechter was er niet.
Vertelden stemmen haar. Hoorde ik die niet?
Ze moest dood. Omdat ze slecht was.
Er waren ook andere stemmen, van leuke jongens,
daar wilde ze geen pillen tegen.

Die fiets die daar buiten staat,
met dat knipperende achterlicht,
dat betekent toch zeker iets.
En die gevallen servetjes, hoe ze liggen,
zag ik dat patroon dan niet?
Ze willen haar iets aandoen, haar mobieltje,
kijk dan, het was toch duidelijk? Ik kon beter gaan:
bewijzen stapelen zich op.

Michiel van Hunenstijn

Dat er nog mensen zijn

Dat er nog mensen zijn
die de drang tot uiten
van de ander nog verstaan
door de wens om te luist’ren
brengt ze samen, aan de top;
bewijzen stapelen zich op.

Wim van den Hoonaard

De ongenaakbare vrouw

De plooien van haar mantel zijn de golven
van de zee waarmee de ijdele verleidingen

van haar luidruchtige aanbidders worden
overspoeld.  Als dat niet afdoende is, spreidt

ze haar mantel uit tot een waterspiegel
die door de wind is gladgestreken en

waaronder de vurige gezangen van haar
belagers worden gesmoord. Zo heerst zij

in een zwaar bevochten zuiverheid van
stilte. Op het strand staan nieuwe lovers,

die kijken toe en betichten de vrouw
van wreedheid. Hoor ze morren:

‘De bewijzen stapelen zich op!’

Jan van Laar

Reverse

het wordt een zware reis
wie wil gelijk om elke prijs
er is geen schaduw van bewijs
de meningen zijn zeer verdeeld
oude papieren onleesbaar vergeeld
grensstenen onder aarde verdwenen
een leugengeest waart rond
paniek is ongegrond
wat was wanneer vastgelegd
bestaan er grenzen zonder recht
sluipend begon het bij ontij
het prikkeldraad steeds dichterbij
de bewijzen stapelen zich op

Nele Holsheimer

Des dichters droefenis

’s Ochtends wordt het altijd lichter
wie de drank haat wordt geen dichter
de voet ligt lager dan de top
de bewijzen stapelen zich op.

Er is geen vroeger zonder later
en geen dronkaard zonder kater
er zijn wel kippen zonder kop
de bewijzen stapelen zich op.

Er zijn geen blikken zonder blozen
er is geen lusthof zonder rozen
wie veel drinkt wordt nooit een bob
de bewijzen stapelen zich op.

Er is geen bliksem zonder donder
en geen godsdienst zonder wonder
de kool gaat samen met het sop
de bewijzen stapelen zich op.

Het leven duurt niet eindeloos
al lijkt het soms een hele poos
zonder touw is er geen strop
de bewijzen stapelen zich op.

Komt de drank niet in de man
en zit er ook niets in de kan
dan wordt mijn gedicht een flop
               de bewijzen
                  stapelen
                     zich
                      op.


            Leen de Oude

Eend en Meerkoet

Wat ik jullie wil vertellen
is een wonderlijk verhaal
Niet verzonnen, in ’t Weteringpark
gebeurde ’t allemaal
Een grote witte waggeleend
met een zwart petje op
-echt een vreemde in de bijt-
kreeg vaak van and’ren op z’n kop
Op een dag doolde hij rond
en raakte plotseling van slag
toen hij zijn kleine negatief
-een zwarte meerkoetdame- zag
Cupido kwam aangesneld
en de vlam sloeg in de pan
Maar het grote bruine eendenkoor
dat sprak er schande van
Ze schimpten luid: “Die rare witte,
nooit geliefd, niet een van ons
en dan verkering met een méérkoet !”,
pikten nijdig in hun dons
De grote eend, de kleine meerkoet
op een dag zag ik ze staan
Elk ter weerszij van de brug;
de laster had zijn werk gedaan
Meerkoet ging, een aarzeling
Eend keek om hoe ze verdween
Waggelde toen treurig weg;
Afgewezen, weer alleen
Maar enkele weken later
bleek de liefde niet geluwd
Ze aten samen wittebrood
Waren ze zojuist gehuwd ?
Ik zag ze zwemmen, samen zonnen,
allengs kregen ze meer sjans
en maanden later onder ’t lover
volgde zelfs een minnedans
Ik voorzag een mooie lente
met een nestdrang, niet te temmen
en een zomer waar een witte megameerkoet
rond zou zwemmen
De blanke bastaard kwam er niet
maar toch is er iets gaan broeden
Dat er liefde in het spel is
is niet meer een vaag vermoeden...
Soms wat mot, maar vaker vlinders
en met de kolder in hun kop
schijnen ze toch echt een stel;
Bewijzen stapelen zich op

Morning Glory

Met het oor op het vertrouwde kussen
hoorde ik 't gestaag getij
van adem en gesnurk daartussen.
Het liet zich niet zo makkelijk sussen
maar wàt het was, het lag naast mij.

Ik wentelde, maar 't werd niet helder
wie zich zo opgedrongen had.
Ik dacht een spookbeeld uit de kelder
of 't alarm van de brandmelder,
maar kreeg op het geluid geen vat.
Nu beierden de bronzen klokken
zij kwamen akelig dichtbij,
doch ik liet mij door een droom verlokken,
'k zag vogels die de maan voorttrokken
zowel te loevert als te lij.
Het licht kwam van bekende zijde,
bescheen portretten naast mijn bed,
gezichten die mij eens verblijdden,
en het ontwaken voorbereidden,
maar later hebben mat gezet.

Gedachtestroom begint te lekken.
Ik heb een overvolle krop.
Maar 'r is nog tijd mij uit te rekken,
De spiegel toont mijn eigen trekken;
ben ik 't? Bewijzen stapelen zich op.

Herman Posthumus Meyjes

La condition humaine

is dit de mens die diep in zijn gedachten
zijn twijfels koestert als een zekerheid
voor wie de dag niets anders is dan wachten
een hunkering naar licht en luchtigheid

is dit de mens die met zijn diepe klachten
is voorbestemd tot wrok en waakzaamheid
geen schouderklop zal ooit zijn gram verzachten
zijn lot is geplaveid met zwarigheid

is dit de mens ten prooi aan duist're machten
dag in dag uit behept met bitterheid
zijn leven is een zucht van eeuwig smachten
naar rust en lust en onbekommerdheid

hij ziet in elk gezicht een januskop
voorwaar de bewijzen stapelen zich op

Tinus Derks

De ondergang van Zwarte Gerrit

Een gerucht ging door het stille dorp
dat een arrestatieteam
de beruchte Zwarte Gerrit
in de boeien had geslagen.
Volgens ooggetuigen
zwaar geketend afgevoerd
naar een martelkelder
in de Randstad
of een detentiecentrum
ergens op het Wad.
In de kroeg en in de kerk
werd menigmaal gefluisterd:
hedde gij ’t ook gehoord?
Tis voor die beroving laatst
waarbij dat Arnhems meisje*l
zo gruwelijk werd vermoord!
Jarenlang was diejen slechterik
de schrik van ons braaf mensen.
Maar die schurk ontloopt
nu  niet meer zijn lot!
Zijn familie woont hier ook nog
ge weet wel: in dat verveloze kot!
En die overval op onzen Rabobank?
Daar werd toen met scherp geschoten
en toevallig liep hij sindsdien mank!
Ja, eenieder wist dat hij het was
en altijd met die verschrikkelijke hond!
Maar ja, het ging om het bewijs hè,
Dat kreeg men toen niet rond!
Hij brak ook menig vrouwenhart
Zoals dat van de burgemeestersdochter
die hij in een woeste bui
bezwangerd had.
Ook na haar zette hij
zijn liederlijke leven voort.
Toen kreeg hij aan haar een kwaaie
en heeft zij hem en ook zijn boeventuig
aan het Bevoegd Gezag verraaien.
Ja mensen, voorheen ontbrak het aan bewijs
maar nu wacht hem gewis de strop!
Er is nu bewijs in overvloed!
Wat zeg ik?
Bewijzen stapelen zich op!

Cees Leliveld

*Arnhems Meisje:
 de naam van een koekje uit mijn jeugd

Quod Erat Demonstrandum

Jonge kerels hangen rond in het park. Ze huilen zelden.
Een oude dame is op een bankje neergestreken.
Elke dag komt ze hier om naar de vogels te luisteren.
Totdat die in de rui raken en niet meer zingen.

Anderen hebben gewerkt en gaan aan tafel.
Ze bidden zo nodig voor patat met kroketten.
Hun kinderen bezitten witte kasten vol speelgoed
en elke dag een schone zakdoek die ze vaak verliezen.

Mannen op leeftijd geven zichzelf een cabriolet cadeau
of een hottub, maar geen juffertje draait haar hoofd.
Anderen vertikken het zelfs hun baas te kussen.
Sommige senioren vouwen samen de bedsprei op.

Zoals de filosoof met de hamer reeds opmerkte
zullen zij die dansend gezien zijn voor gek versleten worden
door hen die de muziek niet kunnen horen.
Soms staan ze even stil voor de fotograaf.

Vrouwen van kleine gestalte worden in het gemeen
over het hoofd gezien door heren veel beter gekleed dan wij.
Dat we in hun dromen of in hun gesprekken voorkomen
mag inmiddels als onwaarschijnlijk worden aangenomen.

Er wordt dus contrair aan eerdere berichten
steeds meer melding gemaakt van datgene
wat doorgaat voor leven op deze hemisfeer.
Bewijzen stapelen zich op.

© Dick van Welzen

Grand Cru

Ik neem mij mee op reis
dit keer in een luchtballon
kekkie sexy in een avondjapon
met dé Grand Cru, mijn godenspijs.

Uit de verte lijkt het net een plu
hééé ballon vaar mij naar ginder
liefst zonder hinder
en ontkurk de Grand Cru.

Ik schenk mij de belegen wijn in
plots zie ik een Engel met zijn gong
meteen piest er iets over mijn tong
en voel mij even een lieflijke min.

Eenmaal hoog lees ik op de vaan:
“Gratis doorlopend wijnkrediet met katerlimiet”
of treft een wijnboer nu faam.

Mijn wijnkrediet is overschreden
een Grand Cru laat zich niet dwingen
sijpelend stroomt de rode sju naar binnen
de sju van mijn leven die ik zal overreden.

Plots hoor ik klop, klop, klop
en zie een kater staan
hallucinatie of ethaan  
de bewijzen stapelen zich op.

© Violet Asseruit Mane

Marseille, 24 juni 1875

Ik, Józef Teodor Konrad Nalecz Korzeniowski,
geheim agent uit het land van onze man Dᾳbrowski,
spoelde aan vanaf Siberisch erts en Zwarte Zee
op de kust van azuur, avontuur: Méditerranée.
Voordat mij naar de Engelse taal mijn golfstroom leidt
is het feit dat die de zijne in deze haven snijdt:

Jean Nicolas Arthur Rimbaud, speurend naar zijn stilte,
reist na zijn zwerftocht door Noord-Europese kilte
oneerbiedig schrander het geheim tegemoet
dat van Harderwijk tot Insulinde jaagt zijn bloed
en weerom, op zoek naar zand in de woestijn van zijn geest
zoals ik tast door niemandsoorden tussen mens en beest…

Op schaduwlijnen stomen wij ons weegs nog deze week,
even vastberaden zondoorstoofd als twijfelbleek …

Pieter Bas Kempe

Oktober

langs muren van maïs
klinkert  de weg
van hoeve naar hoeve
vandaag nog beschutting
bedolven onder kolven
morgen mens en machines
met manshoge banden
die denderend scheren
het land gaan beheren
vestingen slechten
vergezichten scheppen

de einder is in zicht
het najaar is daar

Greet Dijkhuis

Fanfare in tweekwartsmaat

Hoor, zegt de man,
marsmuziek

Zij luistert naar de stilte
tussen de geblazen noten

Ze lopen samen
in de pas

zo lang al
aan elkaar vertrouwd.

© Marianne Sorgedrager- Van Halewijn

De wereld draait door…

(‘De wereld is mijn toneelvoorstelling…’,  Arthur Schopenhauer)

De wereld draait door
Zei ze
Helemaal door…
Ja
Zei ik
Heb je dat van jezelf
Pfff...
Zei ze

The Wheeler time line
Zei ik
De Einstein-Rosen brug
Noem het lot
De snelheid van reizen
De snelheid van licht
De vertakkingstheorie
De toekomst maar dan langs een andere weg
Predestinatie
Elke weg is de juiste en voorbeschikt uit vrije wil
Rechtsaf is ook linksaf als je dat gewild had
Ik vouw de tijd terug
Doof, stom en blind gemaakt door het geloof in de Almachtige
Wormgaten
Je hoeft het maar één keer goed te hebben
Flat line en elektromagnetisch veld
Black out
Geen verbeelding
Geen spirit
Satan redeneert als de mens
God als de eeuwigheid
Ik kan de druk verdragen
Nog tien jaar te gaan
Met jou
Van af nu
En dan opnieuw
Of: tot dan!
Ieder zijn eigen tijd
De kloktijd
Intuitietijd
De ervaring is niet te begrijpen vanuit kwantitatieve termen
Ootmoed en vertrouwen
In verwondering bellenblaas ik vraagtekens
Gebonden handen
Witte gaten
Zwarte gaten
Materialiseren en dematerialiseren
Mozes was de laatste die met de Godheid sprak
Allen zonen van Abraham
Emoties
Je wilt ze niet
Je toont ze niet
Je gaat er aan voorbij
Veegt ze onder het tapijt
Je laat ze niet tot je doordringen…
Anders wordt de droom verstoord
’t Is niet míjn ‘J’accuse…’
It’s the greatest challenge of my life
Je hoeft niet maar mag naar binnen!
Elke kruik gaat te water
Elke kruik barst
Bijstellen
Veranderen tijdens de reis
Eeuwigdurendheid kent slechts het principe van de zekerheid van verandering
De vuile was sans gene buiten hangen
Jezelf teleurgesteld
Dat niet meer aankunnen
Doorgewinterde ideeën
Iedereen neemt van je
Zuigt energie
Nevenschade
Bewezen haarstukjes en ingezette highlights
Je leven overleden
Ik overleef mijzelf
Vastberaden
Powerplay
Play station
Afzijdig kun je je niet meer houden
Nooit meer
Je komt er achter
Er gebeurt alleen iets als er iets gebeurt
De leesbril houden we op
De ogen accommoderen slecht
Wordt het brein van buiten af bestuurd
Binnen is het een automatische
Een mijnenveld
Van nature een vorm

Miskenning
Pijnstillers
IJskoud
IJskoud voel ik soms van binnen
Denk ik dat
Het zwaard van Damocles en een voortdurend niet toereikend libido
Creëer je eigen protest
Emotioneel
Relationeel
Intellectueel
Vergezichten van het noodlot
Het klappen van jouw zweep
Donkere energie in het diepe
Mijn engeltje op jouw schouder
Ik geef je een turquoise mee
Als beschermer op je reis
Efficiënt genezer
Jouw bekroonde zomerslaap
Ik wil weer met je slapen
In de kleren van de keizer
Jouw kleren van je lijf rukken
Je overal kussen waar een getrouwde vrouw doorgaans niet door een ander wordt gekust
Oude liefde
Liefde in tijden van roekeloos overspel
Blij
Tijdloos
Alles is oké
Boos
Nu
Jezelf, anderen en omgeving
Bang
De toekomst
Bedroefd
Verleden
Verbaasd en verlegen…
Primaire emoties…
Eenmansoorlog
Oogcontact
Kijk, luister en huiver…
Troost en schoonheid
Een vluchtend bestaan
Breekijzer
Jaloezie
Afgunst
Schaamte
Secundaire gevoelens
Medelijden

Wrok
Humeurmanagement
Probleemoplossende functies inventariseren
Chef’s Special
Good choice, madam
Met míj gaat het goed maar hét gaat slecht
Denken voor het Avondland
Pessimisme als constructief idee
Stemming als bestemming
Depressionisme
Why live if you can be barried for $ 10,-
Het beest recht in zijn bek kijken
Het wordt er niet beter op
Realistisch kijken naar de dood is al een kunst op zich
Valse beelden
Geen enkele emotie die je zelf niet oproept
Dressuur van mening is een monster
Gedachtenpolitie
Verdriet, angst en woede…
Vallei-orgasme
Ambitie en immer lichte onvrede
Streven naar de paradox
Het ontzenuwen van verhalen waar je ooit waarde aan dacht te ontlenen
Je eigen verstand
Doorgaan met leven met je rug naar de toekomst
Het leven als een roeiboot die vooruit vaart
Soms
Moet je nu echt zó gelukkig zijn?
Bewijzen stapelen zich op!
Show me a river, take me across...
De toverkracht van je adem nog nooit verloren
De toon van de innerlijke stem
De juiste hoogte
Authentiek acteren
Hoe gaat het verder
Je wilt gewoon graag leuke dingen doen!
Met mij!
Nur die Liebe allein…
Wahnsinn…
Und immer wieder geht die Sonne auf…
Alleen wie de sterkte en de zwakte kent…
De tenlastelegging
Het in gebreke stellen
De schuld
Aansprakelijkheid
Emotioneel
Intellectueel
Relationeel
Hoe lang wil je leunen
Aandacht
Acceptatie
Respect
Waardering
Vrijheid
Hoe laat kom je vandaag bij me wonen

Ik zing je elke dag de liefde

Tsja
Dat zeg je nu altijd
Zei ze    

Bob Beijers

Spichtgedicht

voor Herman P.M.,
voor zijn meer dan tachtig jaar
die gevierd is & geacht wordt,
zelf nog steeds van zessen klaar.
27 augustus 2014


Aan de oever
van de IJsel
woont een dichter
hoogbejaard,
leert ons wijze
levenslessen
die hij zelf eerst
heeft vergaard.

Kras van leden
jong van geest nog
altoos dorstend
naar een rijm
dat hem hoedt als
Koekstad(s)dichter
voor het nakend
doodsravijn.

Zo leert hij ons
(dat zijn van die
lessen waarmee
hij ons lest):
dichten, dat is
savoureren:
dorst is alles
wat ons rest.

Dichten, dat is
een verzet je
tegen ’t lot en
’t onbenul,
dichtend ben je
onvergank’lijk
en de rest is
flauwekul.

Jos Paardekooper

Appels en peren

Onze appels
onze peren
komen Rusland
wel weer in.

Koning Willem
Alexander
heeft een villa
op de Krim!

Leen de Oude

Drie spichten

Drs.P.
schudt de rijmen
uit zijn mouwen
op zijn hoofd een
narrenkap
om zijn oren
rinkelbellen
"spicht" gedicht voor
lied  of grap !

Tweeduizend14
Somber zit ik
hier te peinzen
hoe het met de
wereld gaat
nieuwe mode
"koppensnellen"
oud verhaal van
goed en kwaad

Horror Beach
Op het witte
zandstrand
van Hawaii
spoelt het aan
heel veel plastic
afvalbergen
die niet meer
vergaan

Nele Holsheimer

Spichtdicht

Zelfs op weg naar
de Cevennen
worden Spichten
opgestuurd:
hogesnelheids-
treingewijze
Deventerwaarts
afgevuurd!

Eens ter plaatse
in dat bergland
zal wel schrijver
dezes’ vaart
tot die van de
ezelwagen
– hoe inheems daar! –
zijn bedaard…

Hetgeen dan weer
mooi zou passen
in dit Spicht’lijk
eerbetoon:
immers, traag zich
voortbewegen
is Herr Polzer
hoogst gewoon…

Maar genoeg nu,
want de trein zet
in beweging
zich weldra:
hoogste tijd voor
heildronkwensen
alsook mijn Hiep
Hiep Hoera!

Pieter Bas Kempe

Jarig

Dorstig dartelt
onze dichter
onder slingers
naar de nacht

Stiekem dronken
achterlatend
vrienden vooraf
zo verwacht

Wim van den Hoonaard

Speelse spicht

Moeder hield voor-
al van woorden,
raakte nimmer
uitgepraat,
maar toen zij van
heengaan hoorde
was ze stil, ten
einde raad.

Wakend bij de
zieke moeder
wachtten wij op
morgenlicht,
maar wij dichtten
droef te moede
in die nacht een
speelse spicht.

Jan van Laar

Zes spichten

Grote grijze
regendruppels
tikken tartend
op mijn raam.

’t Zijn de wolken
die zich roeren,
nee, de zon treft
hier geen blaam.

Dikke dure
zakenauto
met een dikke
zakenman.

Spichtig meisje
met een ijsje.
Zijn ze samen
iets van plan ?

O, wat is het
lastig werken;
Dat ik hiervoor
ben gezwicht.

Uren vliegen
onder ’t maken
van dit stomme
spichtgedicht.

Astrid Aalderink

Acht spichten

Drs P.
Inspirerend
is de dichter
die steeds weer wat
nieuws verzint
Met de spicht zorgt
doctorandus
wederom voor
'n frisse wind

Visboer
Alle soorten
vissen heeft hij.
Daarmee pleegt hij
geen bedrog
Hij verkoopt zelfs
octopussen
en zijn naam is
Karel Rog

Chatterley
Lady's tuinman
heeft zijn zaken
meestal tijdig
voor mekaar
Hij maakt naast de
rozenperken
ook Constance
winterklaar

Correctie
Ladies hebben
zo hun voorkeur.
Dat blijkt hier weer
zonneklaar
Zij bemint de
jachtopziener
en de tuinman
vindt ze raar

Jachthut 
Zeer uitbundig
is hun liefde
in de jachthut
van haar man
Die is nogal
goedgelovig
en was toch al
niks van plan

Husband
Want haar husband
had de oorlog
invalide
overleefd
Daarom was hij
noodgedwongen
aan zijn rolstoel
vastgekleefd

W.F.
W.F.Hermans
deed als schrijver
menigeen de
dampen aan
Zelf leed hij aan
paranoïa.
en had  last van
grootheidswaan

Drenthe
Heerlijk landje
bos en heide
hunebedden
veen en zand
Rietbedekte
boerderijen
'k heb aan u mijn
hart verpand

Tinus Derks

Diagnose

Mijn verslaving
Is nog erger
Dan het roken
Of de drank:
Overal die
Overvolle
Boekenkasten!
Ach geen plank

Biedt nog ruimte;
Alle dozen
Op de zolder
Staan al bol;
In de kelder
-alfabetisch-
Stellingkasten
Overvol.

Ik ben ziek: ver-
zamelwoede
-ongeneeslijk-
woedt maar voort.
Dokter had van
literaire
boekverslaving
nooit gehoord,

maar gezien de
boekenstromen
(stapels komen;
Geen boek gáát)
zei mijn dokter
wenkbrauwfronsend:
“Klinkenberg het
is te laat!

Ongeneeslijk
Is uw ziekte,
In de gang zelfs,
Alles prop…
Voor mijn droeve
diagnose
stapelt het be-
wijs zich op..!”

Niels Klinkenberg

Vier spichten

Op Herman Posthumus Meyjes
Nog niet postuum
onze Haa Pee!
Met ruim tachtig
goed in vorm.
Privé en ook
stadsdichterlijk
groeit zijn roem nog
steeds enorm.

Op Jos Paardekooper (I)
Zanger in het
riet of vanger
in het koren
Zing je lied!
De beroemde
Paardekooper
evenaren
kan haast niet.

Op Jos Paardekooper (I)
Scherp van geest en
erudiet. Tis
Paardekooper
die je ziet.
Een bolleboos
Taalvirtuoos
overdrijven
doe ik niet!

Op Neletta van Heuven
Rank van leden
Blond van haren
Door haar columns
roem vergaard.
Ook haar dichtwerk
Spitzenklasse
blijft bij mij voor
goed bewaard.

Cees Leliveld

Gisbert Cuper (1644-1716)

dAd’laars Vest die
treurt, het Raadhuys
is thands hevig
in verdriet –
omdat onze
Gisbert Cuper
haar syn hulpe
niet meer biedt.

Gisbert Cuper,
hoogbejaard maar
helder steeds van
syne Geest.
' wiens verstand en
hoogvermaarde
Roem der stad hij
is geweest.'

Officiële rouwklacht, vanwege de Gemeente Deventer bij het overlijden in 1716
van de vermaarde & geleerde heer Gisbert Cuper

Gisbert Cuper,
ach, u kent hem,
altijd preci-
eus, nooit grof,
was een homo
curiosus:
oftewel: hij
was een prof.

Aan dat mooie
Groote Kerkhof
hier ter stede
stond zijn huis.
vol met boeken
(uitgelezen)
en zo hier en
daar een muis.

Hij vertelde
zijn studenten
geestvol van ‘so
menig ding’
aan ’t Illustre
Athenaeum
(heden de Her-
eeniging).

Graag liet hij aan
hooggeleerden
zijn collectie
munten zien.
Soms vond men dat
oudeheren-
ijdelheid, ach
ja, misschien.

Honderd boeken,
duizend brieven,
opgeschreven
met veel vlijt,
zijn intussen
weggedreven
in de nevel
van de tijd.

Hij zat ook nog
vele jaren
in de Staten
Generaal.
Dat gaf in de
wandelgangen
hier te stede
veel kabaal.

Want soms was hij
rooms, en dan weer
koos hij ijlings
voor de Prins.
Was hij met zijn
‘miserabel
flickgeflooy’ weer
iets van zins?

Ach, intussen
rust hij vredig,
niets dat nog van
hem bestaat.
En de straatnaam-
raadscommissie
eerd’ hem passend
met géén straat.

Jos Paardekooper

Twee spichten

Uren, dagen
maanden, jaren
was ik dichter
vergaarde
kennis in groei
bemoedigde
ander en gaaf
gedicht baarde

2e schift gedicht
Er is talent
bij muziek mens
kunst mensen
of heeft u kans
medemensen
juist te boeien
met uw taak

Henry Jansen