donderdag 28 augustus 2014

Dichterscafé augustus 2014

Dichterscafé augustus 2014 - Onderwerp:
'Vraag liever hoe je vergeet ' - Eva Gerlach

Inleiding door Jos Paardekooper


Omdat het zomer is: weer eens een mooi gedicht als thema. Of desgewenst niet meer dan één regel, zomaar weggelopen uit dat gedicht, van niet zomaar een dichteres. Wat te denken bijvoorbeeld van de tweede regel? Soms is een zo’n regel al voldoende om geïnspireerd te raken. Die regel met die ring en die oorlel bijvoorbeeld, op het eerste gezicht niet meer dan een variant op tal van ‘ik ben de x in jouw y’- bekentenissen (‘Ik ben de suiker in jouw koffie / ik ben het lepeltje in jouw koppie’). Maar hier hebben we het toch over een ander niveau, zeker als je de rest van het gedicht erbij leest. Spreekt die rok of die kok-stovende ui u nóg meer aan: schroom niet!
Daar gaat-ie dan:

Vraag liever hoe je vergeet

Waar ik ook ben
ik ben de ring in die oorlel
paraplu boven dat hoofd

rok die de knie baart, ui die de neus bekokstooft
sokken die voeten, overhemden die oksels
pingpongballetje uit de hand recht omhoog.

Vraag hoe het rondom
achter kan blijven.
Hoe ik een route vrijmaak

aandacht van mezelf afhaal

uit de lichaam wegloop.

Eva Gerlach

uit de bundel Kluwen, Amsterdam, 2011 (N.B. er zijn verschillende edities van deze bundel en dit gedicht)

Tijdens de bijeenkomst is er door Jos Paardekooper even aandacht besteed aan de verjaardag Herman Posthumus Meyjes (87) en die van Drs. P. (95). Daarbij de aan- en afwezigen uitgedaagd voor de volgende maand een of meerdere aanvullende strofen op onderstaand spichtgedicht te schrijven:  

Hulde aan de
doctorandus
nimmer was hij
al zo oud!
Halve eeuw plus
vijfenveertig,
en nog steeds klinkt
hij vertrouwd.



Hier enkele voorbeelden van spichtgedichten (door Jos Paardekooper)

Hoe uw leven ter verrijken (gratis!) in ons dichtcafé,
tegelijk ook huldeblijken voor de jarige H.P.


Korte cursus 'Spichten dichten', aan de hand van Dr.andus P.
ook ontdekt u onbelichte kwaliteiten (een of twee).


En vooruit nog een paar (ook op thema van deze dag):

Ring in oorlel
rok die knie baart
parapluutje,
houdt het droog.
Ui die kokstooft
pingpongballen
uit het handje
recht omhoog.

vrij naar Eva Gerlach


Aan de oever
van de IJssel
zat een dichter -
àl te jong:
waande zich op 't
Vogeleiland
toen hij de ri-
vier in sprong.


Gedichten van deze bijeenkomst:

Gedichten op het thema 
Waar ik ook ben door Alfred Bronswijk
El Viento door Maarten Douwe Bredero
Zou het gaan regenen door Dick Smeijers
Slotsom door Nele Holsheimer
Roof door Wibo Kosters
Laatste voorstelling door Leen de Oude
Aan Eva Gerlach: voordat ik het vergeet door Cees Leliveld
De vis was Jona door Jan van Laar
Le Crotoy door Michiel van Hunenstijn

Gedichten zonder vastgesteld thema
Haring en bot door Alfred Bronswijk
Zonder titel door Ingrid Willemsen (niet voorgedragen)
Bericht uit het bos door Ingrid Beckering Vinckers

Allemaal zweven als van Persie (deel van lymerick) door Henry Jansen

Waar ik ook ben (Sonnet)

Waar ik ook ben - de avond werpt haar schemernet.
Een torenspits verdedigt tevergeefs haar lijn.
Elk dorp zal straks een vage restvorm zijn
Van tinten grijs, waarmee de nacht wordt ingezet.

Alleen één ver verwijderd zeil pleegt nog verzet.
Het toont zijn afgetekend wit als klein festijn,
In weerwil van het overheersende refrein
Van kleurverlies, waar nu het land wordt ingebed.

Zoals de dag eenmaal van lichtpunten ontdaan
Niets méér is dan een schim van het voorbij bestaan,
Zo lijdt ouder worden aan onomkeerbaarheid.

Al kondigt grens na grens na grens zich aan
En is er minder toekomst om nog voor te gaan,
Tóch hijs ik witte zeilen in mijn  avondtijd.

Alfred Bronswijk

El Viento

Slierten van stuivend zand
bedekken ongestoord
bedekken ongehoord
dit hellend vlak

en elk moment
dat ik hier loop
schieten kansen
langs mij heen

terwijl onder
het suizen van de wind
het vlak
vlak
tot aan de einder
krommend water raakt

dat grillig en
vervaarlijk ruist
zonder werkelijk
te veroveren of
zelfs banger maakt.

Overtuigd probeer ik lopend
elke sliert te volgen
wetend dat geen één
zich ooit
zich nooit
laat vangen.

Toch vraag ik mij
nu af
met de woeste
zee aan zij
kies ik voor
wind tegen als koers

of laat ik mij
vervoeren als een
nietige korrel
zwevend
bevend
klevend in cadans.

Maarten Douwe Bredero

Zou het gaan regenen

Als je me verlaat
Mis je de paraplu
Boven je gelaat
Hoeveel zorgen zal ik
Baren in een enkel ogenblik
Zal ik jouw liefde
Kunnen omarmen
Zonder jouw aanwezigheid
Voel ik je hartslag
In het kussen van de eenzaamheid
Weet dat ik je fluister
Weet dat ik weet
Dat jij mijn lichaam bent.

Dick Smeijers

Slotsom

Lichaam wordt
onzijdigheid ontzegd,
ingekerfd,
wil niet meer slijten.
Vergeten doet
geen vijgenblad
noch vlucht,
alleen
de vrucht en
bloesem van de lotus.

Nele Holsheimer

Roof

waaruit ontstond de ruimte
om je te verzoenen met:
de hond die ’s avonds zijn
kop in je schoot, de zon
die het stof op de ruiten oplicht?

de verbazing die langzaam
terug de open monden
inrolt en ze tot een glimlach sluit
waar geen leger tegen gebouwd
kan worden.

en blijft een rover dat,
als je geen buit meer bent,
een conflict als er geen woede is.
iedereen gaat naar huis
om thuis te komen.

Wibo Kosters

naar aanleiding van roof, uit ‘daar ligt het’, Eva Gerlach, 2003

Laatste voorstelling

Ik blijf vanwege
niet binnenkomen kronkelend
mijzelf
dicht wat (niet) open kan

een hangslot niet
verroest maar met ogen
van bloedkleur
(koude natte najaarswind)

restant van pluimen
in de smakeloze mond
(een leeg bierblikje kan ook)
besloten ligt

een kind dat huilt
hartverscheurend
strekt zich moederziel uit
(de sleutel is gebroken)

weet elk van levende have
de ander
niet te vinden
zodat

verbreek daarom meteen
de verbinding.

Leen de Oude

Aan Eva Gerlach: voordat ik vergeet

Ik heb de laatste tijd
problemen
met mijn oor.
Het is soms net
of ik
de deurbel
niet meer hoor.
Ook weet ik soms
niet meer wie ik ben
en of ik jou
of mijzelf
nog wel ken.
En ik vergeet van alles
merkte ik laatst
toen ik in de regen liep.
Wel een geluk
dat ik nog goed zie:
slanke damesbenen
met de rok
ruim boven de knie.
Soms kan ik
mijn sokken
niet meer vinden
of  kan ik ruiken
door de uienlucht
vanuit mijn overhemd
dat ik mijn deo
vaker moet gebruiken.
Zeker na een partijtje
tafeltennis
is het behoorlijk zweten
en dat mag echt
geen pingpong spelletje
meer heten.
Ik ben dus bang
dat ik steeds verder
achterop zal raken.
Rondom mij leegte
en vóór mij uit
een verlaten, eindeloze route.
Denk maar niet meer aan mij
ik was je aandacht
toch niet waard.
Het is of ik langzaam
maar zeker
leegloop
uit dit lichaam.

Cees Leliveld

De vis was Jona


Een liefhebber van vis was hij, mijn gast,
maar hij begón de maaltijd met bier, want
vis moet zwemmen, vond hij. Zo speelde
hij het verhaal van de profeet in een eigen
versie: zijn maag was de zee en de vis
was Jona.

We liepen langs de IJssel om naar de
boten te kijken. Mijn gast werd
aangetrokken door de bleke bierkleur van
de rivier en bleef staan. Hij helde naar
voren en tuurde gespannen het water in,
tot hij samenviel met de rol van Jona. Daar
liet ik hem achter.

Of hij ooit is opgevist? Ik weet het niet.

Jan van Laar

Le Crotoy

Het is de herinnering aan de zomer,
het is het voorbij, eeuwig achter mij.
Ik lees Dostojevski op het strand,
zand tussen de bladzijdes,
bewijs van een knarsend bestaan.
Ik ben niet zwaar op de hand,
ik ben luchtig maar in vermomming.
Ik weet zo weinig
dat ik denk dat ik alles begrijp.

We baden pootje op de bodem van de zee.
Het water past precies om mijn enkels,
ik pas precies in het water
en de lucht past in mijn longen.
Ik pas bij haar en haar woorden
passen in mijn oren. Moet je kijken,
mijn hoofd past precies in de wolken.

Michiel van Hunenstijn

Haring en bot (Stanza)

Wij lagen te Staveren afgemeerd.
De vaart was uit de dag gehaald.
De vissersvloot was thuis gekeerd.
De vangst was goed en best betaald.
De houten rompen, zwart geteerd,
Droegen de buit, mannen, gestaald,
Torsten de korven met haring en bot,
Kusten hun vrouwen en dankten hun God.

Wij lagen te Staveren voor de wal,
Veilig voor zee, storm en gevaar.
De Zuiderzee kent ook dit al.
Menig botter kreeg het er zwaar
Met windkracht tien aan lagerwal,
Een mastbreuk, of het roer onklaar.
Omwille van korven haring en bot
Met heimwee van huis, gehoorzaam aan God.

Wij lagen te Staveren aan de tros.
Met zeven schepen zee gegaan
Ging het op de visgronden los.
Wind in de zeilen, bruin van taan.
Achter de kont de vlaggendos.
Zwaarden te lij, strak stond de vaan.
Vullend de korven met haring en bot.
Geen denken aan huis, nog minder aan God.

We lagen te Staveren na de sluis.
Het net gevuld met overvloed
Achtten wij niet het stormgedruis.
Golven kwamen in moordende stoet.
Stagen braken, masten in gruis.
Met man en muis heeft één geboet
Voor al die korven met haring en bot.
De dood voer mee. We vervloekten God.

Wij lagen te Staveren afgemeerd.
Het ging zoals het was gegaan.
Zes botters, rompen koolzwart geteerd,
Hebben hun droef verhaal gedaan.
Soms gaat het goede goed verkeerd.
Maar maandag zullen zij weer gaan
Om volle korven met haring en bot.
Uit zorg voor hun vrouwen, vrezend hun God.

Alfred Bronswijk    (Lange Sloot, 6.8.2014)

Zonder titel

Alle emotie begrensd door haar huid
woede en agressie
sijpelt door poriën
brandt als een furie
een engel vol liefde gemeen
wat zorgt voor die stroming,
die dans die wij maken
wanhoop en schuld
rust en kalmte
vol liefde vol vuur
met rokken hoog getrokken en benen die zwiepen
de gekte van dagen komt uit je tenen
de glans van bestaan schreeuwt om erkenning
brandt zich een weg door mijn ziel

Ingrid Willemsen

Bericht uit het bos



             Met                                                 sleutelgat
                       mijn oor
                                        tegen      het
neem ik      
                  achter     gesloten
                                                   ogen  
                                                                      waar
                    een tijdje 
wat ik al                            
                                                                        meen te weten
                            neus vol herfstig
                                 bladloof
                              doet dit dier
                              beseffen dat
                               alles maar
                              begrijpen
                             niet voor hem
                             is weggelegd
                              wind luwt
                             langzaam
                              wiegend
                            recht zich
                                        mijn
                                               rug
                            
                           
                    Ingrid Beckering Vinckers

Allemaal zweven als van Persie (krantenkop)

Het is werkelijk een fraai prachtmop
dat van Persie zweeft, scoort met kop-
bal en is gelijk
een vogel, die lijkt
op een zwevende pop

Van Persie, Rotterdamse speler
wilde zijn dierbaar geluk delen
hij scoort met kopbal
toch de gelijkmaker
hij kan  mij echt niet vervelen

Henry Jansen