donderdag 26 juni 2014

Dichterscafé juni 2014

Dichterscafé juni 2014 - Onderwerp:
Ceci n'est pas une pipe.

Inleiding door Tinus Derks



Lees maar, er staat niet wat er staat" Dit citaat uit Awater van Martinus Nijhoff is vaak uitgelegd als een stimulans om diepere lagen te ontdekken in gedichten, terwijl het in feite niet meer is dan een aanmoediging om goed tot je te laten doordringen wat je leest. Iets dergelijks is er aan de hand met bovenstaand schilderij van de Belgische surrealist, René Magritte. Toen iemand tegen de schilder opperde dat het toch echt een pijp was, reageerde hij nuchter met: "Probeer er maar eens tabak in te stoppen en hem dan op te roken". Met deze anekdote hielp Magritte alle diepzinnige interpretaties van het schilderij om zeep. Dat neemt niet weg dat studenten kunstgeschiedenis verplicht worden een werkstuk te maken over dit schilderij. Ze komen er dan bijvoorbeeld achter, dat een pijp in het verleden symbool stond voor kunstenaar en trekken de conclusie dat de dieperliggende titel is: Dit is geen zelfportret. Of nog diepzinniger: niks is wat het lijkt / schijn bedriegt.
Ceci n'est pas une pipe is een van de schilderijen uit de serie La trahison des images- voorwaar een programmatische aanduiding. In de absurde logica van Magritte worden combinaties gemaakt van beelden onderling en van beelden met woorden die de toeschouwer verontrusten. Denk alleen al aan de raadselachtige titels van zijn werken. Je kunt Magritte gerust een dichter-schilder noemen, als hij de toeschouwer steeds weer op het verkeerde been zet, niet alleen door de vervreemdende nevenschikking van alledaagse taferelen, maar ook door willekeurige woorden die hij bij  willekeurige voorwerpen  in zijn schilderijen zet en die het raadsel alleen maar vergroten. Het is duidelijk dat Magritte ons iets meedeelt over het verband tussen beeld (werkelijkheid) en verbeelding (kunst) en hij doet dat niet alleen met verf, maar ook met woorden.
Ceci n'est pas une pipe is waarschijnlijk de meest geciteerde en de meest geparafraseerde titel van een schilderij. Leuk spelletje: tik op Google Afbeeldingen de titel van het schilderij in en ontdek een zee aan poëtische, humoristische, maar ook ranzige plaatjes. Vervang pipe  door een ander woord en je zult versteld staan.


                                                                                               

                                                                                           
Gedichten van deze bijeenkomst:
Gedichten op het thema 'Ceci n'est pas une piper'. 
Ceci n'est pas un café des poètes door Tinus Derks
Alsof door Sieth Delhaas
God riekt alles door © Violet Asseruit Mane
Pijp en face door Jos Paardekooper



Afscheid van een roker door Herman Posthumus Meyjes

Ceci n'est pas un café des poètes

Veelzijdig cafeetje,
waar licht wordt geraakt,
waar dicht wordt getimmerd
 en noten gekraakt.

Hier blijken de dichters
steeds inspi gereerd.
Zelden hoopt men er wan,
geen brom wordt gebeerd.

Hier wordt met finesse
ana gelyseerd
en wordt na de voordracht
eva gelueerd.

Hier worden de woorden
steeds onder gebouwd.
Nooit wordt in dit trefpunt
een watje gekauwd.

Nooit zal men beleven,
dat sla wordt gebakt,
noch zal men verdragen,
dat ko wordt gezakt.

Men raast er geen kallen,
geen borst wordt geramd.
Geen mens kan beweren,
dat door wordt gedramd.

Hier pelt men geen haspel,
wel koost men er min,
hier kamt men geen hanen,
geen pee heeft men in.

Soms oppert er iemand,
dat door wordt gedraaid,
tekort wordt geschoten
of papa gegaaid.

Soms knarsen er tanden,
soms wiekt men er kort,
maar nooit zal men zeggen,
dat zeik wordt gesnord.

Soms viert men er botten,
soms haspelt men stoet.
ook schudt men er hoofden,
als ana koloet.

Ook wordt door een dichter
soms kwadra geteerd.
Het raadsel vergroten,
Ach, pro blijft gebeerd.

En wordt na een uurtje
teveel sjag gerijnd?
Dan wordt het gezelschap
bebierd en bewijnd.

Aan 't eind van de sessie
wordt tafel geschikt
en koutend en kauwend
een vorkje geprikt.

Tinus Derks

Alsof

hebt u voor mij
zei hij
tegen de kapster
een lak die niet plakt
zodat als zij met haar hand door mijn haren glijdt
haar idee van zijde blijft

Sieth Delhaas

God riekt alles

Een scherpe neus
In pijpklei gekneed
Ja, God riekt alles

Er is een band
Magritte en zijn neus
Riek, riek, riek

Een neus op doek riekt niet
En de neus van klei
Rookt die zijn pijpaarde?

Ceci n'est pas une pipe
Dit is geen pijp
En de neus, is hij echt?

Ik voel de neus
Hopelijk riekt de Neus
De getransformeerde mens

© Violet Asseruit Mane

Pijp en face

of: de goede trouw van meneer Piep

Kijk: daar is meneer Piep.
Kamgaren jas en slanke das,
wit chemise van uitgekiende
snit en pasvorm. Meneer Piep
past in zijn jas. Op zijn kop:
bolhoed; geen sigaar.
Geen bolknak dat is raar,
meneer Piep past een sigaar.

Lucht drukt zwaar
op het land, land staat
aan de rand van de horizon
zon is nergens te zien
of toch misschien heb je
die schaduw gezien

Kijk, meneer Piep staart
voor zich uit. Is dat geen pijp
die hij niet ziet, nochtans
die pijp vlak voor zijn facie
twee koppen en één steel;
is dat niet net, eigenlijk net
één kop te veel

Meneer Piep is volkomen
volkomen te goeder trouw.
Maar die pijp een droom of
hoe zit dat nou
tussen meneer Piep en jou

Jos Paardekooper

Bij het schilderij ‘La bonne foi’ (1965) van Magritte

Afscheid van een roker

Uit deze pijp gaat hij waarschijnlijk uit,
want doven moet hij op een goede dag.
Nog eens een flinke trek, een wolk van walm,
een vroom vermaan, een groet en 't is gedaan,
de kerkklok slaat in weergaloze galm,
hij knikt bevestigend bij het rouwbeklag,
het leven werd verbrast, nu wordt zijn schip vertuid.

Herman Posthumus Meyjes

De pijp van Magritte

Ik zie, ik zie,
wat jij niet ziet
en wat jij ziet,
dat zie ik niet.
Wat zegt Magritte?
Het is geen pijp.
Geloof je 't niet?
Gelijkenis is 't
wat je ziet.
Het echte ding
dat is het niet.
Ik zie, ik zie,
wat jij niet ziet
en wat jij ziet,
dat is het niet..

Nele Holsheimer

Dit is geen vinder

Een verdord blad,
een bruine frommel,
in elkaar gekruld,
om en om gerold, dat
tussen groene brandnetels hangt.
Alles is mogelijk.
Ik klop aan,
is daar iemand?
Er wordt niet opengedaan,
nog niet, ik wacht.. ik wacht...
en heb zo voor mij heen gedacht:
Wanneer ik dood ben,
word ik zo'n omgekruld blad,
dat van binnen lacht
verborgen in
kleurenpracht.

Nele Holsheimer

Edel

Edelstenen, fraaiere dan jouw topazen,
heb ik nog niet in huis, maar kan ik wel verzinnen
door simpelweg te kijken naar de glazen vazen
met orchideeën op de vensterbank hier binnen,

en stil te wachten tot het zomerzachte zonlicht
mijn ogen zo verleidt dat water, glas en bloemen
de kleuren krijgen van een nieuw, gedroomd gedicht
van stenen die te edel zijn om te benoemen.

Jan van Laar

Meisje met het hempje

 Onder de Linden nummer 1

Meisje met je hempje, waar ben je nu?
Je kleedkamer was die plek in de
tuin van dat huis aan de IJssel.
Daar trok je je hempje over je hoofd.
Ik kon je zo uittekenen, maar je gezicht ken ik niet.
je stond afgewend, je was altijd bezig:
moest dat hempje nou aan, of toch uit,
je weet hoe vrouwen zijn, ik weet hoe vrouwen zijn.
Je was nog wel even bezig. Ik had geduld.
Je hebt mij nog nooit gezien.
Ik denk dat je naar lavendel rook,
daar stond je immers middenin.

Je had geen aandacht voor de IJssel of
voor het verkeer, jij verkleedde je daar.
Je hempje moest nog uit, of nog aan.
Jouw aarzeling was mijn houvast:
ze is er nog niet uit, ze is er nog.
Ik werd ouder met de tijd, jij bleef eeuwig jong.
Maar je bent nu weg, verdwenen.
Je plekje is nu, als was het een graf,
een grintpartij, een parkeerplek met daarop,
het is geen gezicht, een Fordje
met daarnaast, een Golf.

Michiel van Hunenstijn

Dit is geen gedicht

Opgedragen aan Tinus Derks

Dit is dus geen gedicht, maar wat is het dan wel?
Ik vrees dat deze tekst verwordt tot een ijdel woordenspel.
Kant noch wal wordt hier geraakt en dat heeft mijn voorkeur niet
al bewonder ik natuurlijk wel het talent van de heer Magriet.
Wat mij treft als ik zijn schilderstukken zie
is zijn vakmanschap en zijn feilloze precisie.
Gedroomde werkelijkheid, ontsproten aan verbeeldingskracht
nooit eerder zo indringend op het doek gebracht.
Over die pijp van hem kun je heel ingewikkeld filosoferen
maar dat vermag mij niet te motiveren.
Het is op zich best een mooie pijp, al is het niet mijn type
je kunt er niet eens mee roken want het is geen echte pipe.
Zelf oud pijproker zijnde, was deze visuele grap een bijzondere ervaring
maar toch vooral een grap, zonder een diepzinnige (?) verklaring.
Magritte proberen te  “verklaren” lijkt mij een hachelijke exercitie
want er staat niet wat er staat:
naadloos gaat werkelijkheid over in illusie.
Tinus zijn verhaal lijkt weliswaar op de voortbrengselen zijns werks
maar in dit geval denk ik toch: ceci n’est pas Tinus Derks!

Cees Leliveld

Pipers calling

alsof ik het kon voelen
met ogen priemend in mijn rug
die mag dit nu wel weten
als vlam om niet te vergeten

liefde versus laaiende illusie
met hoop contra elke vergelding
waarbij beiden in massa en gas
laveren om het innerlijk kompas

ga nu maar snel weer heen
roep ik plots in grove verwarring
jij wilt teveel van mij
en ik laat jou ook niet vrij

iets schetst mijn opperste verbazing
wanneer dat wezen achter mij staand
niet alleen is die ik lief vind
maar vast wil houden als een kind

Maarten Douwe Bredero

De vlucht

Voor mijn kleinzoon van vijf
maakte ik een vliegtuig van papier.
Nu gaan we de lucht in zei ik
en gooide het ding omhoog.

Het verongelukte op zijn eerste vlucht
en belandde in het water,
waar het al spoedig uiteenviel.
Alle inzittenden kwamen om het leven,
maar dat hoefde hij niet te weten.

Hij kwam er echter zelf mee.
Nu zijn ze allemaal dood zei hij
behalve jij en ik.

Nee, wij zaten ook niet in het vliegtuig.
Jawel zei hij maar wij konden zwemmen.
Hij had gelijk, ik had even niet opgelet.

Leen de Oude

Ik hoef niet

Ik hoef niet zo nodig
met jou samen
in een bootje
op een spiegelend meer
een blauwe reiger onbeweeglijk
in de verte
waterhoentjes & meerkoeten
om ons heen
alles puur natuur
in zo’n schilderachtig bootje
weet je wel
langs inhammen met waterlelies
en rietkragen
langzaam en geluidloos
wegdrijvend
in de richting van
de ondergaande zon

nee dat hoef ik niet
ik kan het me zo wel
voorstellen

Leen de Oude

Zonder titel

Ik wil jongleren
Met woorden in de lucht
Ze hoog houden
Uit alle macht
En dan plots
Gaan lezen wat er staat
Woorden die in
Scherven vallen
Zorgvuldig lijmen
En hopen
Dat ik jouw boodschap
Zal  verstaan.

Dick Smeijers

Onderwaterwereld

Het eindeloos bewegen van de zee,
golven zwellend en teruggaand zoals
menselijke adem vanaf geboorte
haar eigen deinend ritme neemt

Gehavende resten van wil, maar vergeefs
schijnen te rusten onder die vlakte:
vergane wrakken belegerd door algen
waartussen velerlei schelpen verkleefd

Majestueus eens naar verten gedreven
niet zonder vrees onbekend tegemoet
bleek het kompas niet opgewassen tegen

het samenspannen van storm en regen -
dood en verderf, maar het wrakkig skelet
is ongekend vol met kleurrijk nieuw leven

© Marianne Sorgedrager

Candidasa, 2 juli 2013 

De onverwachte gast

Toen de onverwachte gast aan tafel
aan de tafel begon
kon je een speld horen vallen
maar geen getallen
geen getallen ...

Erica Rekers

Gramineae

Ik zag u staan
aan de kant van de weg
in de berm
en ik was verkocht
toch nam u mij niet mee
u was precies wat ik zocht
Gramineae oh Gramineae
ik zwichtte
ook voor uw naam
wij twee, mag ik blijven bij u?
dichtte ik
maar u zei
wijzend gebaar
naar uw aren die bloeien
maak dat u gaat
want ik laat er gras over groeien ….

Erica Rekers