donderdag 29 mei 2014

Dichterscafé mei 2014

Dichterscafé mei 2014 - Onderwerp:
Trobairitz en Fin d’amour 

Inleiding door Sieth Delhaas


De traditie van de trobairitz is ontstaan binnen die van de troubadours. Dit waren middeleeuwse kunstenaars die zowel dichtten als musiceerden. Ze bewogen zich vooral aan de Franse hoven van koningen en hoge en  lage adel. Zij  reisden van kasteel naar kasteel. De naam troubadour is afgeleid van het Occitaanes ‘trobar’ dat vinden of bedenken  betekent. Deze kunstenaars worden ook wel trouvères genoemd. 

Tijdens een bepaalde periode in de 12e eeuw komen de ‘wachterlieden’ in zwang. Deze vertellen over de liefde tussen een jonkvrouw wier man op reis of ergens in gevecht is en die ’s nachts bezocht wordt door haar geliefde. Zij hebben een wachter aangesteld die het paar waarschuwt als de dag aanbreekt. Deze wachterliederen waren oorspronkelijk geen uitingen van de praktijk, maar een poëzie-techniek. Het is een genre poëzie die op een unieke manier de spanning tussen binnen en buiten weergeeft. De spanning tussen nachtelijke lust en dagelijkse last, tussen een getweeën beleefde escape uit de tijd en de collectieve verplichtingen van een middeleeuwse kasteelnederzetting.
Binnen die context komen de trobairitz op. Het gaat om edelvrouwen die het vak van musiceren en tekstschrijven van de mannelijke zangers hebben geleerd of afgekeken. Hun liederen gaan ook over de liefde maar hier gaat het vooral over hun opgesloten zijn binnen de vaak ver van elkaar afgelegen kastelen, over het gedrag van ontrouwe echtgenoten, het verlangen naar de jonge geliefde terwijl de adellijke vrouwen zelf door uithuwelijking gebonden zijn aan oude, rijke, vaak ruwe  zuipschuiten. Deze middeleeuwse zangers en zangeressen zijn meesters in het verhullen van de werkelijkheid door gebruik te maken van allerlei verhullende uitdrukkingen en de omkering van de gevestigde normen.
Teksten van trobairitz zijn nauwelijks bewaard gebleven. Toen aan het eind van de vorige eeuw de Oude Muziek meer aandacht kreeg zijn er ook enkele van deze teksten opgedoken. Sommige hedendaagse vrouwelijke ‘troubadours’ hebben ze op hun programma gezet en daarbij gebruik gemaakt van de zeer strenge versvorm die voor deze liederen gold, waardoor je ze ook op de melodie van een ‘alba’ of ‘canzo’ – de naam van zo’n lied – kunt zingen.
Ga je voor eind mei zelf een poging doen een wachterlied, een alba of canzo te dichten, kijk dan op internet, want dit is maar een minimaal stukje informatie over de rijkdom van die traditie. De edelvrouwe Eleonore van Aquitanië, (* 1122), kleindochter van Willen van Aquitanië, oervader der troubadours, maar die ook koningin van Frankrijk en Engeland was, is de grote inspiratiebron geweest van trobairitz en troubadours. Wie over haar wil lezen: ‘Konigin der Troubadoure’ van Régine Pernoud (Deutsche Taschenbuch Verlag 1979).
En fin d’amor staat natuurlijk voor ‘de ware liefde’, die in die tijd alleen maar clandestien kon worden beleefd. In die tijd gingen de echtverbindingen tussen de adellijke hoven vooral om het samenvoegen van grote gebieden land en om macht.
  “The sweet look and the loving manner” (nr. 8 en nr. 4)

Down there in the meadows

- I have just the love I wished for - 
ladies have started dancing
the sight of this have revived me
I have just the love I have wished for
exactly as I would like.

Be patient, husband, do not resent it:

You ‘ ll have me tomorrow; my lover tonight.
I forbid you to say a single word.
Be patient, husband, do not resent it.
The night is short, you ‘ll have me back in the morning,
when my lover has have his pleasure.
Be patient, husband, do not resent it
you’ll have me tomorrow; my lover tonight.












Gedichten van deze bijeenkomst:

Gedichten op het thema 'Trobairitz en Fin d’amour'. 

Gedichten zonder vastgesteld thema:
Dageraad door Greet Dijkhuis
Oma Barchem door Marianne Sorgedrager- Van Halewijn
…. Et arceo door Pieter Bas Kempe
Haiku (3x) door José Hattink Blom
Liggen in de zon door Niels Klinkenberg
Zonder titel door Ingrid Willemsen
Ik schroom de gieren te zien zweven door Herman Posthumus Meyjes
De taal der dingen door Klaas Wijnsma
Double Gee Whiz door Maarten Douwe Bredero
Gedicht i.v.m. expositie ‘Mens en aarde’ door Henry Jansen

Trobairitz

De heuvels hielden stil
wat zij al eeuwen zagen
zij durfden niet gewagen
van wat de zede wil;
in gallisch Occitanië
beroemd door luit en zang
heerst een verworden drang
eigen aan ridder braniën.

de meisjes in de velden
vormen hun eigen rei
door dromen en gedichten
spreken zij minne vrij

het is geen grootspraak te beweren
dat adellijke jonge meiden
- ik zeg het nog bescheiden –
aan door drank verslaafde heren
als bruiden werden toegeschoven
in ruil voor forse stukken grond
dit was de bella’s een affront
zij wilden eigen droom geloven
     
de meisjes in de velden
vormen hun eigen rei
door dromen en gedichten
zingen zij minne vrij

dan lijkt de tijd gekomen
zomaar uit het niets
van zang en luit en trobairitz
waarvan de meisjes dromen.
De heuvels zijn nu getuigen
vormen hun eigen rei
met bloemen in de mei
willen niet langer buigen.
       
de meisjes in de velden
vormden hun eigen rei
minne en gedichten
maakten hen vorstelijk vrij
     
Sieth Delhaas

Amour courtois

Ik heb voor u een rozengaard geschapen;
och, wildet gij met mij daarbinnen zijn.
‘k Heb nachtenlang vaak slecht geslapen,
gekweld door authentieke minnepijn.

Ik min u zeer van top tot teen
met alles wat er zoal tussen zit,
daar draai ik liever niet omheen:
uw ogen, neus en Prodentwit gebit.

En verder, verder, lager wil ik gaan,
mijzelf en u met woord en daad verrassen
en raken u met blote vingers aan.
‘k Heb niet voor niets mijn handen goed gewassen!

Maar gij, gij blijft daar maar op afstand staan
en laat geen enkele appel blozen,
uw schedelveld blijft koeler maan.
Zo komt er niets van minnekozen.

Ik had nog zo mijn best gedaan
voor een gezamenlijk verpozen.
Wat heb ik u, o lief, misdaan,
wat moet ik nu met al die rozen?

Het pleit lijkt hiermee nu beslecht.
Ambosia, uw ridder in de dop
-geen enkele kus was voor hem weggelegd-
verdwijnt met spoed voorgoed en in galop!

Leen de Oude

Een moderne trobairitz

Jij, mijn alter ego, weet dat ik mijn man maar zelden zie.
Hij heeft het te druk met zijn kruistocht tegen de
gelijkheid van vrouwen en mannen.

Je weet ook dat hij rijk is en van zijn Mercedes houdt.
Maar op feestjes is hij trots op mij. Ze is mooi, zegt hij
dan, ze is jong. Ik zit op de chaise longue, zijn vrienden
nemen mij met keurende blikken op en laten hun ogen
langzaam naar mijn lange benen afdwalen.

Ik moet bekennen dat ik elke morgen vanachter mijn
raam naar de jonge tuinman kijk die bomen snoeit en
bloemen opbindt. Hoe ik soms verteerd word van
verlangen naar de vaardige en zwartbehaarde handen
van die arme sloeber!

Maar jij zegt: je kunt niet alles hebben, weet wat je doet.
Kies je voor het geld, blijf je man dan trouw. En sta ’s
morgens niet voor het raam naar de liefde te verlangen.
Je kunt beter naar de beursberichten kijken.

Jan van Laar

Achter de verre heuvels

in de trant van een middeleeuws minnelied

Achter de verre heuvels,
daar waar de meidoorn groeit,
waar tussen blauwe lissen
de roos van mijn liefde bloeit,
zingen de merels,
fluiten de lijsters het lied van de dag,
dat ik mijn lief kussen mag.
Douw, douw, douwrideine
hem kussen mag (2x)

Maar al die verre heuvels
scheiden mijn hart van hem,
schenken mij zoet verlangen
als geur van de zongele brem.
Hoor hoe mijn minne,
in boeien gevangen, stil zingt van die dag
dat ik mijn lief kussen mag.
Douw, douw, douwrideine
hem kussen mag (2x)

Ook al zijn verre heuvels
als wallen en muren zo breed,
eens pluk ik, als meidoorns bloeien,
de roos die ik mijn liefde weet.
Luister de vogels
lokroepen luide het lied van die dag
dat ik mijn lief kussen mag.
Douw, douw, douwrideine
hem kussen mag (2x)

Alfred Bronswijk

Door Alfred gezongen en begeleid op zijn ukelele. Het refrein wordt vrolijk meegezongen door de aanwezigen

Als zonnedauw

Hel, een hel is ’t leven voor een vrouw;
Edelmoedig mag ze zijn, o ja, en
Liefdevol en zorgzaam en ad rem,
Een stoeipoes liefst met hondentrouw.

Eenvoud siert haar, opsmuk riekt al gauw
Naar wellust, wellust zet de zinnen klem;
Vooral geen eigenheid geen tegenstem
Aaibaar zal ze zijn – als zonnedauw.

Niemand die haar dan nog kan weerstaan
Razernij dreigt, zindert als ze tegenstreeft
Onmiskenbaar een kopie van die van Troje.

IJdelheid der ijdelheden is haar naam,
En zelfverafgoding waarvoor ze leeft
Niets zo plat en flets als die Van Royen.

Jos Paardekooper

Klaagzang van een middeleeuwse kasteelvrouwe

Ik heb langs kromme wegen
naar liefde gezocht.
Een vogel vloog voor mij uit.
Liefdesdrank
kocht ik bij heksen,
wat bleef was stank.
Ik liet mij behagen tussen
fluweelzachte lagen.
De vogel tikte tegen het raam,
is er ijlings vandoor gegaan.
Alleen bij het madeliefje
in de groene klaverwei,
bleef de vogel er bij.
Ik ging op zoek naar liefde,
maar wat ik vond was lust.
Ach vogel, verdwijn uit mijn ogen,
en laat me voortaan met rust.

...en de vogel antwoordde:
„de liefde heeft vele gezichten,
oh vrouwe, zij stil en luister
naar 's werelds gedichten“

Nele Holsheimer

De Glibberglij

Ik wil de glibberglij en niet het droge hoofse.
Ik wil het nat. Van de tere dauwdruppels
op de dichtgevouwen vleugels van de vlinder,
tot het overvloedig stromen in de uiterwaarden.
Ik wil de zware gebiedende geur,
niet die letters op papier - gedichten!
Geef mij het echte, de zware geur,
de adem die gejaagder gaat,
het gehijg, de tintelingen,
de golven die het overnemen,
tot het niet meer te houden is.

Ik wil de geile glibberglij en niet dat droge hoofse
Ik wil die geur, die wilde geur, dat botergeil,
Ik wil die uitslaande dampen die me
verhit in het gezicht gaan slaan.
Ik wil dat gloeiend hart.

Ik wil die heupen, die welvingen, die billen,
die rondingen, die borsten glad, die borsten
rond, die borsten glad. Ik wil die heupen, die
welvingen, die rondingen, niet dat droge hoofse.
En dat die tong pirouettes draait rondom haar klit,
als een vochtige, klamme dans: kleine pasjes,
bruuske wendingen. Alles glimmend roze.
Ik wil de geile glibberglij en niet dat droge hoofse.

Ik wil niet de pornofilmpjes van het internet,
Die acteuramateurs met hun fellatio en cunnilingus.
altijd maar hetzelfde plot, ja ze krijgen mekaar,
ja ze krijgen mekaar weer, ja ze komen klaar.
Hier een cumshot, daar meer van hetzelfde.
Daar draait zo'n uitslover zijn tong als een propeller
rond in iets wat er, close up, uitziet als een
binnenstebuiten gekeerde broekzak. Gevolgd door
dat werktuigelijk gepomp  - helemaal fake.
Ik wil gewoon de echte geile glibberglij.

Michiel van Hunenstijn

De Glibberglij

Ik wil de glibberglij en niet het droge hoofse.
Ik wil het nat. Van de tere dauwdruppels
op de dichtgevouwen vleugels van de vlinder,
tot het overvloedig stromen in de uiterwaarden.
Ik wil de zware gebiedende geur,
niet die letters op papier - gedichten!
Geef mij het echte, de zware geur,
de adem die gejaagder gaat,
het gehijg, de tintelingen,
de golven die het overnemen,
tot het niet meer te houden is.

Ik wil de geile glibberglij en niet dat droge hoofse
Ik wil die geur, die wilde geur, dat botergeil,
Ik wil die uitslaande dampen die me
verhit in het gezicht gaan slaan.
Ik wil dat gloeiend hart.

Ik wil die heupen, die welvingen, die billen,
die rondingen, die borsten glad, die borsten
rond, die borsten glad. Ik wil die heupen, die
welvingen, die rondingen, niet dat droge hoofse.
En dat die tong pirouettes draait rondom haar klit,
als een vochtige, klamme dans: kleine pasjes,
bruuske wendingen. Alles glimmend roze.
Ik wil de geile glibberglij en niet dat droge hoofse.

Ik wil niet de pornofilmpjes van het internet,
Die acteuramateurs met hun fellatio en cunnilingus.
altijd maar hetzelfde plot, ja ze krijgen mekaar,
ja ze krijgen mekaar weer, ja ze komen klaar.
Hier een cumshot, daar meer van hetzelfde.
Daar draait zo'n uitslover zijn tong als een propeller
rond in iets wat er, close up, uitziet als een
binnenstebuiten gekeerde broekzak. Gevolgd door
dat werktuigelijk gepomp  - helemaal fake.
Ik wil gewoon de echte geile glibberglij.

Michiel van Hunenstijn

Beatritz, comtessa de Dia (12 e eeuw)

Ik leef in staat van diepe klacht;
een ridder heeft mijn min vermorst
en hoezeer ik nog naar hem dorst,
leg ik hier vast voor 't nageslacht.
Dat hij zich zo af kon keren!
Gaf ik zijn liefde geen gehoor?
Mijn min ging buiten ieder spoor,
in het bed en in de kleren.

Hoe gretig zou ik hem weer, zacht
in naakte armen, als een vorst,
op 't teder kussen van mijn borst
verwennen, heel de lange nacht.
Ja, ik wil hem meer vereren
dan Floris deed met Blancefloor.
O, dat voor hem mijn oog en oor
en mijn hart en ziel vertere.

Mijn mooie, lieve, fijne vriend,
krijg ik jou ooit weer in mijn macht,
al is het voor één enkele nacht,
dan word je warm door mij bediend
en gekoesterd door mijn kussen.
En in mijn armen, als mijn man,
klem ik jou vast, waarbij je dan
doet wat ik wil ondertussen.

Vertaling: Ernst van Altena


In antwoord op uw diepe klacht
deel ik u mee, waarde comtesse,
met deemoed, dat u als maîtresse
vooral aan uzelf hebt gedacht.
Dat ik mij van u af moest keren, 
staat in uw canso reeds vermeld.
Ik kwam steeds naar u toegesneld,
In het bed en in de kleren.

Een jaar lang was ik in uw macht;
u speelde uw rol als maîtresse,
maar uw verplichting tot noblesse
vermorste al mijn minnekracht.
Steeds minder ging ik u vereren,
omdat mij telkens werd verteld
op welke lust u was gesteld.
Ik liet mij lijdzaam commanderen.

Een jaar was u mijn meesteres;
ik minde steeds zoals verwacht,
maar was volkomen in uw macht;
U was voor mij slechts heerseres.
Uw kunstjes konden lusten blussen.
ik was uw slaaf en trok als man
aan 't kortste eind en met elan
ging ik er na een jaar van tussen.

Reactie (van de man) op het vertaalde gedicht van Ernst van Altena

Zwevenade op de levenskunstbeurs te Toldijk

Mensen drommen samen in de wei
De gezichten staan alom op: blij
Vol verwachting kloppen alle harten
Voor bevrijding van hun aardse smarten

Forse vrouwen in wijd wapperend kledij
Geen make-up meer, wij boetseren nu met klei
Vraatzucht afgedekt met Mexicaanse poncho’s
Mannen zwaar in minderheid en nergens macho’s

Centraal staat Boerderij De Vrije Geest
Boer en boerin bevrijd van maïs en beest
Bewegen zich verlicht in hoger sfeer
Geen zorgen meer om zeug of beer

De weide wemelt van de toffe tenten
Yurten uit Mongolië met bovenaardse prenten
Indiaanse zweethutten met vuur en veel tam-tam
Meditatie onder Oooomgezang in wit Ashram

Kom, durf, ontdek het wilde dier in jou
Ben jij in wezen niet een kruidenvrouw
Ervaar je ademtocht als warme stoom
En voer het kind in je in kano op de stroom

Ontdek je maanmeridiaan en waar die beeft
Zoek de legende die al vele levens in jou leeft
En voel jij in je lichaam nog een dwarse drempel
Kom dan dansen met je Ego in Tolteekse Tempel

Allerhande vreemde waren zijn te koop
Van heilig hout – waarschijnlijk van de sloop-
Tot Engelenkaarten, bamboekleding, schapenvet
Goji-bessen, kippennekken, lamsoren en spijkerbed

Lang geen mannenhand gevoeld, hier ligt je kans
In de Yurt met sterke mannen van de Re-balans
En de Shiatsu-man geneest jou van je stijve nek
Lichaamsgerichte therapie …  veruit meest in trek

Maar dan geschiedt zowaar een wonder: de boer
Blijkt omgetoverd in een Middeleeuwse troubadour
Met Vlaamse doedelzak doorkruist hij het terrein
En woelt de lage lusten los met zijn duivelse refrein
De dames dansen om hem heen, zo blij van zin
Al tierelierend blaast hij ze genadeloos de zweethut in

Ik zie het aan, verstard, mijn deuren stijf op slot
Ligt het aan mij, verward, gebonden aan één God
Noch verlicht, noch rijp voor ’t Nieuwe Tijdsgewricht
Nee, ‘k geloof niet in Maitreya,
‘k geloof niet in dat hele vrije, ja
mijn geloof is simpel
in de Muze
van ’t Gedicht

Neletta van Heuven

Dageraad

een glazen oog
onder een huif van riet
richt zijn beslagen blik
op het verschoven oosten
waar onder slapeloze luchten
vergaderende vogels
de stille weidsheid absorberen

Greet Dijkhuis

Oma Barchem

Logeren bij oma
prettig, of niet . . .
Ik mag laat op en
ze vertelt verhalen,
spannend

’s Avonds in bed
gordijnen dicht
het is donker, hoewel
toch een spleetje licht
griezelig

Het licht beweegt
ook de schaduw –
is daar iemand of . . .
misschien een wild beest
ik ben bang

De witte wieven
zijn binnen gekomen
ze willen me pakken
ik wil niet, oma
ik schreeuw –

Ik ben veilig
bij oma op schoot
ze troost me:
‘Wieven zijn sprookjes,’
ik luister

‘Wieven zijn nevels
en nevels zijn zacht’ -
Mijn oma en ik
we zingen een liedje
we lachen

©  Marianne H.B. van Halewijn

…. Et arceo

Odi profanum vulgus. Kerk of koffiekamer,
Bioscoop , republiek, het leger, lappershamer,
Gemeente, volk, familie, school, publieke leeszaal -
’t Is leeg, ’t is hol, ’t zijn stervelingen ziek en eenzaam.

In deze tomeloze tijd van steunen, kreunen
Onder de stompzin van regenten en gepeupel,
Waarin de leeuwenhartstocht mieren kweekt bij hopen,
Het mensdom wurgend in de burgerrij laat lopen,
Waarin uit lege kathedralen pausen gillen
Dat zij op Babels puin de Babeltoren willen
Doen bouwen door machines oud en afgeknepen,
Ons eenzaam hart door een spion zwart en geslepen
Begeerd wordt – ja, in deze eeuw, ontspoord, eng, woedend,
Loop ik voorbij en zwijg: koud, vreemd en droef te moede.
Julien Tuwin (1894 – 1953)

Vertaald uit het Pools door Pieter Bas Kempe

(“Odi profanum vulgus et arceo / ik walg van de
niet ingewijde massa en houd haar op afstand”:
uit de Latijnse Oden van Horatius, boek III, hoofdstuk 1, vers 1).

Haiku (3x)

de nieuwe blaadjes
aan de berk, lichtgroen en zacht 
nog ongeschonden

ze bedekken de
takken met groenboeketjes
licht schijnt erdoor

regendruppeltjes
vallen neer op de takken
de takjes buigen

zwiepen heen en weer
geven de regendruppels
aan moeder aarde

José Hattink Blom

*Geïnspireerd op de vetgedrukte tekst

Liggen in de zon

(Opgedragen aan Hans Andreus)

Ik lig hier, en ik lig hier goed:
De loomheid die mijn spieren voedt
Verwarmt mijn lijf. Hier neergezegen
Wil ik nimmer meer bewegen.

De zinderende zon zingt zacht,
mijn lijzig liggend luie lijf
is loom geworden zwaartekracht,
‘t wil dat ik eeuwig liggen blijf.

Mijn hart slaat traag, mijn bloed stroomt sloom
De lucht is licht en warm en zuiver
Een koele vlaag is als een droom
En geeft een aangename huiver.

Ik weet wel, straks zijn daar weer plichten,
Maar laat mij liggen zonder doel,
Die zwaarte is zo’n vol gevoel.

Kon ‘k maar, vóór ’k mij op moet richten,
Deze lome vergezichten
In woorden vangen, zwaar en zoel,
Opdat u voelt wat ik bedoel…

Ach kon ik alles maar verlichten,
Met de zon in mijn gedichten.

Niels Klinkenberg

Zonder titel

als ik probeer te schrijven vanuit tevredenheid
ben ik bang voor de saaiheid
wat huist in mijn leven
dat er zomaar angst ontstaat
dan ga ik kijken
daal af diep naar binnen
en vind vuilheid en liefde

de luiheid van mijn ego
en de lichtheid van mijn ziel
zitten hand in hand
op een bankje
hartstochtelijk te kussen

de angst is ongegrond gebleken
ik initieer een dans
wang aan wang verstrijkt de tijd
zoek ik werkelijkheid
om te delen dat de saaiheid
een illusie was
evenals tevredenheid

Ingrid Willemsen

Ik schroom de gieren te zien zweven

Bij de herdenking van de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 en de beëindiging  van de Tweede Wereldoorlog

Ik schroom de gieren te zien zweven
boven het uitgemergeld kamp,
want ik ben nooit hun aas geweest
noch deelgenoot in deze ramp.
Ik schroom te schrijven over slagen
die niet op mijn rug zijn neergedaald.
Ik schroom te denken aan gemis
dat ik niet zelf heb moeten dragen
en dat mij niet zelf de keel heeft dichtgeschroefd.
Ik schroom te willen weten
hoe 't voelt bielzen te moeten tillen
als je ligt te rillen met de derdendaagse koorts.
Ik schroom te denken aan 't moment
dat het scheepsluik werd gesloten
en hitte brandde als van een toorts.
Ik schroom vanuit een veilig oord te meten
wie toen het zwaarste werd beproefd.

Ik huiver de kou te ondergaan
die stroomde vanuit Hollands bleke kust.
Ik huiver bij 't beeld van 't kil onthaal
dat zelfs de felste vreugde heeft geblust.

Ook een vaste toekomst kan bedriegen,
de liefste droom in rook vervliegen,
het vat der hope leeg geschraapt.
Laat de oorlogsvogels verder vliegen
en ik zal je in mijn armen wiegen
         tot je slaapt.

Herman Posthumus Meyjes

De taal der dingen

Vertaling van het gedicht: 'La lengua de las cosas' van © José Emilio Pacheco


De taal der dingen moet wel het stof zijn waarin ze woordeloos communiceren.
Het stof, of de schaduw die ze werpen.
De waanzin van de dingen wanneer hun wil zich verzet
en ze koppig dienst weigeren of zich als bezetenen verstoppen.
Alleen zo kunnen ze in opstand komen,
alleen zo ons laten weten dat wij niet de baas zijn,
al hebben we dan de macht

om ze te vernielen en te vergeten.

© Klaas Wijnsma

Double Gee Whiz

impressies van eigen kleur
tafereel voor een nieuwe dag
laat zoeken in licht en donker
buiten als het weer vermag

artefacten met nieuwe schaal
componerend in eigen kring
op rand van autonoom en nut
geschaafd tot wezenlijk ding

toch zien wij hier eender
vanuit een andere hoek
telkens aanschouwend bezoek

want licht op dit aardse
verbindt ieders expressie
werpt hoop zonder concessie

Maarten Douwe Bredero

(bij het werk van Gertjan Scholte Albers en Gerard Broekman)

Gedicht i.v.m. expositie ‘Mens en aarde’

Terwijl ik afgelopen jaren
Toch ontaardde
En ontwende aan alles
Wat met groen en aarde
Te maken had
Kon ik nu afgelopen tijd
Weer opnieuw genieten
Van werken op deze aarde
Uitvoeren juist taken
Die moesten laten
Groeien groente, bloemen
Maar heeft u in de gaten
Dat het werk op aarde
Plezier geeft om te baren
Een gedicht of verhaal
Om te verklaren
Het is echt waar
Tuinwerk is voor mij echt waar
Boeiend om te ontwaren
Deze mens op aarde
Is geboeid door dit werk want daar
Groeit plezier uit echt waar
Als plant op aarde
Want deze mens op aarde
Wil spinnen garen
En ontwikkelen op aarde
Mijn dichttalent op aarde
Om boeiend te laten
Zien dat ik verklaar
Het is prachtig, echt waar
Opnieuw te beleven op aarde
Het tuinwerk dat waar
Ik werk mij heel erg boeit
En ik dus opbloei
Door te ervaren
Tuinwerk op aarde
En een zijn met de aarde
Geeft voldoening waar
Door ik ervaar
Tuinwerk is echt fantastisch
Wat mij veel genoegen verschaft.

Henry Jansen