donderdag 30 januari 2014

Dichterscafé januari 2014

Dichterscafé januari 2014 - Onderwerp:
Villanelle (of Vilanella) voor de pauze. Vrije (themaloze) gedichten na de pauze.

Met een korte inleiding door Herman Posthumus Meyjes.

Een villanelle of villanella (afgeleid van het Italiaanse villano = landelijk, boers) is een 'boerenliedje' of gedicht met een vaste vorm.
Hoewel Italiaans en Frans van afkomst, zijn de meeste villanella gedicht door Engelstaligen waaronder Dylan Thomas. De eerste in druk gebrachte villanella's (getiteld Canzone villanesche alla Napoletana) stammen uit 1537 in Napels, de laatste werden gedrukt in 1633. In Venetië worden ze vanaf 1641 gedrukt.

De dichtvorm is feitelijk een door een refrein verlengde strambotto. Dit strambotto bevat 8 versregels elk van 11 lettergrepen, met wisselend rijm. (vervolg: zie wikipedia).


De villanelle is een gedicht met een vaste vorm (zie onderstaande regels):  
  • Bedenk wat het onderwerp van je villanelle wordt.
  • Vorm (rijm) en inhoud van de eerste strofe zijn bepalend voor het hele gedicht, omdat dichtregel 1 en 3 regelmatig worden herhaald. Begin dus pas aan de rest van het gedicht als je echt tevreden bent over de eerste strofe.
  • Aantal dichtregels: 19
  • Aantal strofen: 6
  • De eerste vijf strofen bevatten elk drie regels.
  • De laatste strofe bevat vier regels.
  • Herhaling dichtregels:
    • De eerste regel van de eerste strofe is tevens de laatste regel van de tweede en vierde strofe en de een na laatste van de zesde strofe.
    • De laatste regel van de eerste strofe is tevens de laatste regel van de derde, vijfde en zesde strofe.
    • De inhoud van deze herhaalde regels kan telkens iets gewijzigd worden, als dat beter in de context past, maar de boodschap moet wel ongeveer dezelfde blijven.
    • Het laatste woord van een herhaalde regel mag, vanwege het rijmschema, beslist niet veranderd worden.
  • Twee eindklanken:
  • Het rijmschema van de zes strofen is aba aba aba aba aba bbaa.
  • Samenvattend schema:
    Strofe 1: a1- b1- a2
    Strofe 2: a3- b2- a1
    Strofe 3: a4- b3- a2
    Strofe 4: a5- b4- a1
    Strofe 5: a6- b5- a2
    Strofe 6: a7- b6- a1- a2 - 

Gedichten van deze bijeenkomst:

Villanelle
Het hart om wonden omwonden door Neletta van Heuven
Villa Nelle Campagna door Dick van Welzen
Villanelle door Tinus Derks
Yolo door Tinus Derks
Villanella door Jan van Laar
Ik wilde schoon schip maken met mijn leven door Michiel van Hunenstijn
Home Love door Alfred Bronswijk
Rode rozen door Herman Posthumus Meyjes
De boeren in Oost-Groningen door Jos Paardekooper
Vertrek van Charlotte door © Violet Asseruit Mane  
La bella Villanella door Sieth Delhaas

Gedichten zonder thema
Testimonium 1 door © Marianne Sorgedrager -Van Halewijn
Negentienveertien door Niels Klinkenberg
Verwondering (2 x) door Dick Smeijers
Verleden tijd door Herman Posthumus Meyjes

Het hart om wonden omwonden

een villanelle

Al die moeite voor mijn lief, het mocht niet baten
Het leven en ook jij liet mij geen and’re keus
Dan mijn hart te sealen en jou los te laten

Eerst nog leek de redding in het samen praten
Maar zonder aandacht werd dat zo affreus
Dat mijn hart ging sealen om jou los te laten

Opnieuw verhuizen, vertrouwde stek verlaten
Veranderen dat doet pas leven, werd jouw leus
Al die moeite voor mijn lief, het mocht niet baten

Vele vrienden en familie in de steek gelaten
En wat ik zei of deed of liet, ik was de kneus
Dus mijn hart ging sealen om jou los te laten

Ik zelf ging door met pleasen, wou niet haten
In de liefde was ik sterker dan een watergeus, ach
Al die moeite voor mijn lief, het mocht niet baten

Die vele mooie woorden bleken holle vaten
En de harde woorden, die verwondden, ..heus
Wil ik nog leven in dit leven, rest geen and’re keus
Dan mijn hart ont-sealen en jou vrolijk los te laten.

Neletta van Heuven

Villa Nelle Campagna

Het gas ontsnapt in boze bellen
er zit een grote scheur in m’n achterkant
u moet het maar niet verder vertellen.

Het gebint hangt krakend in bretellen
m’n beven is een teken aan de wand
het gas ontsnapt in boze bellen.

In de diepte voel ik de onderkruipers zwellen
ze trompetteren als een olympische oliefant
u moet het maar niet verder vertellen.

De hele handel hangt aan elkaar met jarretellen
de toestand raakt steeds meer brisant
het gas ontsnapt in boze bellen.

Ingezakt is ook het klokkenspel en
waar blijft de hulp van hogerhand?
u moet het maar niet verder vertellen.

Bovenal zijn het boeren die mij kwellen
in mijn villa op het platteland
het gas ontsnapt in boze bellen
u moet het maar niet verder vertellen.

Dick van Welzen

Villanelle

Het leven is soms echt een hel;
men zou dan iets anders believen,
maar treft naast kommer enkel kwel.

Zo'n zoektocht toont ons razendsnel
de schaarste aan alternatieven.
Het leven is soms echt een hel.

Men staat voortdurend buitenspel,
zoekt steeds naar perspectieven,
maar treft naast kommer enkel kwel.

Geregeld klinkt er een bevel;
men haat imperatieven.
Het leven is soms echt een hel.

Ten einde raad luidt men de bel,
verkondigt men zijn grieven.
Men treft naast kommer enkel kwel.

Men zit in nood of in de knel;
niets kan ons nog gerieven.
Het leven is soms echt een hel;
men treft naast kommer enkel kwel.

Tinus Derks

Yolo

Beschouw het leven als een feest;
laat nooit de lol vervlieten;
dan geniet je echt het meest.

Toon je voortdurend onbevreesd;
heb nooit oog voor limieten.
Beschouw het leven als een feest.

Wees zuinig op je kuddegeest;
laat niets je nog verdrieten.
Dan geniet je echt het meest.

Zie elk verlies als zeer displaced;
ga desnoods zwartepieten.
Beschouw het leven als een feest.

Wees in de omgang steeds een beest;
speel nooit een spel met nieten.
Dan geniet je echt het meest.

Toon op het laatst je een tempeest;
verafschuw zielenpieten.
Beschouw het leven als een feest,
dan geniet je echt het meest.

Tinus Derks

Villanella

Manon, ik heb mijn hart aan jou verloren,
maar dit verlies voelt niet als een gemis:
aan jou wil ik volledig toebehoren.

Jouw blik kwam eens mijn zielenrust verstoren,
ik leefde op bij die gebeurtenis:
Manon, ik heb mijn hart aan jou verloren.

Al klom je op de Franse Eiffeltoren,
ik zocht je op met mijn bekentenis:
aan jou wil ik volledig toebehoren.

Jij bent het licht dat voor mijn oog gaat gloren
en mij bewaart voor diepe duisternis:
Manon, ik heb mijn hart aan jou verloren.

Och, laat mijn Villanella jou bekoren,
dit lied dat drager van mijn boodschap is:
aan jou wil ik volledig toebehoren;

en zwijg niet langer. laat toch eens wat horen,
of geef mij slechts a little, healing kiss.
Manon, ik heb mijn hart aan jou verloren,
aan jou wil ik volledig toebehoren.

Jan van Laar

Ik wilde schoon schip maken met mijn leven

Ik wilde schoon schip maken met mijn leven
en wist meteen: dat wordt een zwaar karwei.
Weet u, gaat u maar zitten, dit duurt wel even

Ik weet nog, ik was klein, ik was zes of zeven
en liet een bootje varen in de sloot daar bij de wei.
Ik wilde schoon schip maken met mijn leven.

De wind was te wild, ik moest mijn zeilen reven.
Ik laveerde grillig, mijn leven maakte slagzij.
Weet u, gaat u maar zitten, dit duurt nog wel even.

Ik was te lang die jongen van zes of zeven jaar gebleven
Ik moest een doel, een koers en stoppen met die lanterfanterij.
Ik wilde schoon schip maken met mijn leven.

Een baan, vastigheid om aan mijn vrouw te geven.
Is het mij nog gegund een laatste onbezoedelde bladzij?
Weet u, gaat u maar zitten, dit duurt nog wel even.

O God, is er ergens nog een reddingsvlot voor 'k ga sneven.
Mijn bede is laat, maar het is voor haar en niet voor mij.
Ik had voor haar mijn leven graag herschreven.
Weet u, gaat u maar zitten, dit duurt nog wel even.

Michiel van Hunenstijn

Home Love

Ik min mijn Holland, met zijn vlakke polders, mist en sloten,
zijn hoge lucht, geknotte wilgen  en alle kleinzieligheid
van doorzonkamers vol Ikea-spul, met luxaflex omsloten.

De Alpen zijn voor mij slechts afgekloven borrelnoten.
Niets lokt om op te stijgen in  hun besneeuwde oneindigheid.
Ik min mijn Holland, met zijn vlakke polders, mist en sloten,

Spanje puilt van kerken, kunst, flamenco  en zilvervloten
Frankrijk grossiert in kastelen; maar men mist de deemoedigheid
van doorzonkamers vol Ikea-spul, met luxaflex omsloten.

Leven wordt in Duitsland met Wein, Weib und Gesang begoten.
De Belgen koesteren hun frietkot en hun taaie talenstrijd.
Ik min mijn Holland, met zijn vlakke polders, mist en sloten.

Europa is mij groeidriftig al te ver doorgeschoten
en Brussel heeft beslist geen oog meer voor intieme bravigheid  
van doorzonkamers vol Ikea-spul, met luxaflex omsloten.

Maar ook al wil  de wereld zichzelf  mateloos  vergroten,
cultuurbehoud vraagt van mij moed en eerlijke standvastigheid.
Dus min ik Holland, met zijn vlakke polders, mist en sloten,
zijn doorzonkamers vol Ikea-spul, met luxaflex omsloten.

Alfred Bronswijk

Rode rozen

een villanelle

Rode rozen strooi ik op je pad,
maar telkens schijnt er eentje te ontbreken.
Het blijkt dat ik er nooit genoeg van had.

Begrijpen doe ik het niet, het hoe en wat,
ik heb de zaak heus wel secuur bekeken.
Toch blijf ik rozen strooien op je pad.

Ik krijg op deze rekensom geen vat:
het klopt, maar 'k kom tekort, hoe ik ook reken,
het blijkt dat ik er nooit genoeg van had.

Wie weet wat 't lot voor mij in petto had;
nu zijn mijn kansen faliekant verkeken.
Maar rode rozen strooi ik op je pad.

Als ik meer rozen ter beschikking had,
had ik niet zo vroeg de vlag gestreken.
Feit is dat ik er nooit genoeg van had.

Wie weinig rozen heeft, hoe hij ook bad,
maakt nauwelijks kans, bij anderen vergeleken.
Rode rozen strooi ik op je pad,
ik zou willen dat ik er eens genoeg van had.

Herman Posthumus Meyjes

De boeren in Oost-Groningen

een villanelle

De boeren in Oost-Groningen zijn zelden eruptief
Ze wonen in hun woningen en ploegen zich door ’t leven
Het komt zoals het komt – ze hebben ’t leven lief.

Ze voeden zich met melk en graan en biet en bief
De samenstelling komt er niet op aan, dat is hun om ’t even
De boeren in Oost-Groningen zijn zelden eruptief.

Ze laten zich verstaan met ‘’t ken net’ en soms ‘wablief’
Wat gaat het ons ook aan, hoe zij hun taal beleven
Het komt zoals het komt – ze hebben ’t leven lief.

Nu is de grond onder hun voeten een weinig explosief
Daar moeten ze voor boeten, merken ze met angst en beven
Maar de boeren in Oost-Groningen zijn zelden eruptief.

Soms gaat de aarde wapperen, en de boer weet instinctief:
Straks gaat de staldeur klapperen: nou zullen we ’t beleven
Maar het komt zoals het komt – ze hebben ’t leven lief.

Dan komt er uit de Randstad ineens een hoge pief
En dat komt dan in de krant, dat wordt uitgebreid beschreven
Maar de boeren in Oost-Groningen zijn zelden eruptief.
Het komt zoals het komt – ze hebben ’t leven lief.

Jos Paardekooper

Vertrek van Charlotte

Zij, een mooie brok Charlotte boetseerklei
Ik vormde haar handen en voeten
Zo kon zij de berg op en af, op zoek naar Akelei

Op de berg was zij vrij van het zware juk en palei
Los van een stukje leven zonder pijn en wroeten
Zij, een mooie brok Charlotte boetseerklei

Tijdens haar weg struikelde zij over de eg en lei
En toch liep zij door op haar klimvoeten
Zo kon zij de berg op en af, op zoek naar Akelei

Regressie naar de akker van haar ziel maakte haar blij
Hoog op die top kon zij haar aangezicht begroeten
Zij, een mooie brok Charlotte boetseerklei

De klei is nu gespleten, die gaf ze aan mij
Mijn eg zal het verkruimelen en het zal elkaar ontmoeten
Zo kon zij de berg op en af, op zoek naar Akelei

Eenmaal op haar berg staarde zij vrij rond en zag een abdij
Terugkeren wilde ze naar de monniken in de Hofstoeten
Zij, een mooie brok Charlotte boetseerklei
Zo kon zij de berg op en af, op zoek naar nieuwe Akelei

© Violet Asseruit Mane

La bella Villanella

Leven doe ik dag voor dag
maar in januari ga ik vol jolijt
met een nieuw jáár aan de slag.

Plannen zat voor goed gedrag
en het kost me nauw’lijks tijd,
leven doe ik dag voor dag

Soepel stel ik hand’len onder vreemd gezag
zelfs dat kost me nog geen vleugje strijd
met een nieuw jáár aan de slag

Wat zo’n zelftucht niet vermag
wond’ren van inzich’tlijkheid
leven doe ik dag voor dag

doch, bij ’t krieken van niet eens zo’n verre dag
knaagt in mij een vreemde spijt
met zó’n heel jaar aan de slag?

Oh, wie maakte toch gewag
van die uren, dagen, maanden, jaren, al die tijd
leven als een schaduw, dag na dag?
Ik ga met mijn éigen Nieuwjaar aan de slag

Sieth Delhaas

Testimonium 1

ik lijd aan deze maatschappij
vol angst, en houvast zoeken
aan sneller, méér en moeten
waarbij vrijheid lijkt ontaard
in alles mogen zeggen en
opzij, Opzij, Ik wil voorbij

ik lijd aan deze samenleving waarin
Wij en Ons te vaak ontbreken en
er steeds meer vreemde regels zijn

ik echter hecht meeste waarde aan
wederzijds vertrouwen en vrijheid
met respect voor iedereen

ik houd daarnaast van tekens
op maagdelijk wit papier
liefst zonder regels
ik houd van schrijven, gewoonweg
zonder faalangst voor de eisen
van villanelle of kwatrijn

ik wil slechts woorden zoeken
waarmee ik anderen kan bereiken
van hart tot hart, vrijuit

© Marianne Sorgedrager -Van Halewijn

Negentienveertien

Het monument vermeldt de namen
Van wie om het leven kwamen
In die gruwelijke tijd.
Dezelfde namen als mijn buren,
En die ik lees op winkelmuren:
Historische verbondenheid.

Ik sprak laatst met mijn oude buurman
Waarvan menig oudoom omkwam.
“La grande guerre!  oui, ah oui…!”
Hij wil zelfs na honderd jaren
De herinnering bewaren,
Aan Patrick, Paul en oncle Guy.

Op het graf van die verwanten
Zet hij jaarlijks weer chrysanten
En een kaarsje in een glas.
Het beeld van al die honderdtallen
Jonge mannen, daar gevallen
Door de kogel of door gas…

Nee, dat beeld is niet te schrappen…
Dat wij hier dat niet goed snappen
Is de oorzaak naar ik vrees
Dat in Holland zoveel mensen
Weer opnieuw de grenzen wensen,
Zo vreeslijk anti Europees..

Als zij even verder draven
Gaan ze weer een loopgraaf graven…

Niels Klinkenberg

Verwondering

Twee gedichten op het thema van de poëzieweek 2014: verwondering

Verwondering
als lichtjes in zijn ogen
Ik kan het zien
wanneer hij tegenover
mij gaat staan

Probeer te vatten
wat het zegt
Een glans die zonder
woorden spreekt
en ongehoord door muren breekt

Een vonk van licht
gehoord in duister ogenblik
geeft mij bezieling,
zicht op betere tijden.
_________________________

De luide lokroep van een kind
weerklinkt langs koude ramen

Ik hoor de klank van louter vreugd
gehuld in stralende verwondering

De warmte van de beelden
klaren de grauwe ochtendmist

De luide lokroep van en kind
is haast niet te vertalen

Dick Smeijers

Verleden tijd

een slaapliedje

Ik heb de 'Uiver' nog zien vliegen
met Parmentier, Moll, Prins en van der Brugge
en zag hem dansen op de grasmat bij zijn retour.
Ik heb eerste stoomtrein nog zien rijden
(een replica) tussen Haarlem en Amsterdam.
Ik heb de beklimmers van de Eiger Noordwand
nog in het ravijn zien storten
na het doorsnijden van het touw.
Ik hoorde de Italianen nog pochen
de nederlaag van Adoea van 1896 te hebben gewroken.
Ik zag de gebalde vuisten van de vrijwilligers
die Madrid verdedigden en 'arriba, parias de la terra' riepen.
Ik heb de welgedane Hermann Göring horen
opscheppen dat 'wij nog vet genoeg hebben'
en ik heb de even dikbuikige 'Oranje'
nog zien glijden van de helling.
Ik heb het verloren kind horen krijsen op het perron
van het gebombardeerde station in China.
Ik heb gezien hoe de SDAP haar verkiezingsstrooisel
stanste in de vorm van het cijfer twee
en hoe de NSB haar wolfsteken in het zilver stak.
Ik heb het gedicht van P.C. Boutens
nog in de hand gedrukt gekregen bij de geboorte
van de lang verwachte koninklijke telg,
en er, als zovelen, niets van begrepen.
Ik heb op school nog gehoord dat de IJssellinie (de eerdere)
al bij de eerste stoot was bezweken.
Ik heb gezien dat in puttees gewikkelde soldaten
voorbijgangers bevalen de handen uit hun zakken te halen.

Ben ik zo oud, of heeft de tijd zich toen
zo klein gemaakt als een angstig kind in een hoek
(waartoe alle reden zou zijn geweest)?
Of werden de beelden afgedraaid
op een veel te hoge snelheid?

Ik reken de tijd, en de tijd is onberekenbaar,
en onherbergzaam.
Ik ben deel van de eeuwigheid,
en de eeuwigheid is ondeelbaar
en zonder uitzicht.

Ik verheug mij op het ontbijt
van morgenochtend.

Herman Posthumus Meyjes

    Wanneer verandert in het leven van een kind het herinneren in geschiedenis?
    Marita Mathijsen, “ Historiezucht, De obsessie met het verleden in de negentiende eeuw”