donderdag 19 december 2013

Dichterscafé december 2013

Dichterscafé december 2013 - Onderwerp:
Un violon dans la nuit

Een geliefd thema van Herman Posthumus Meyjes.
Zie ook:  http://www.youtube.com/watch?v=RV6GX1oeogA

Deze bijeenkomst is er geen inleiding op het thema.

In dezelfde taal als het thema, een mooi gedicht van Paul Verlaine, voorgedragen door Tinus Derks.

Chanson d'automne
Les sanglots longs
Des violons
De l'automne
Blessent mon coeur
D'une langueur
Monotone.

Tout suffocant
Et blême, quand
Sonne l'heure,
Je me souviens
Des jours anciens
Et je pleure

Et je m'en vais
Au vent mauvais
Qui m'emporte
Deçà, delà,
Pareil à la
Feuille morte.

Gedichten van deze bijeenkomst:
Ommekeer door Jan van Laar
Luduvudu door Alfred Bronswijk
Da Pacem Cordium door Violet Asseruit Mane ©
Un violon dans la nuit door Cees Leliveld
Er klonk een viool door de nacht door Michiel van Hunenstijn
Un violon dans la nuit door Wim van den Hoonaard
Ode aan een viool door Sieth Delhaas
Zing voor mij door Dick van Welzen
Un violon dans la nuit près de Deventer door Pieter Bas Kempe
Un violon dans la nuit door Erica Rekers
Ante in Memoriam door Neletta van Heuven
Un violon dans la nuit door Herman Posthumus Meyjes
Een bijdrage aan de discussie door Dick Smeijers
Un violon dans la nuit door Dick Smeijers
Concertgebouw door Niels Klinkenberg
Un violon dans la nuit door Theo de Jong
Souvenir door Nele Holsheimer
Voorjaar door Marianne Sorgedrager - Van Halewijn ©
Africa Now door Maarten Douwe Bredero
Een gedicht door E. Rouveroy van Nieuwaal

Ommekeer

Verward en wanhopig loop ik door
de duisternis. Ik ben op weg naar

het verlokkende water. De nacht
lijkt even zwart als ik vanbinnen

ben. Plotseling daalt er vanuit het
laatste huis vioolmuziek als een

zachte regen op me neer, als een
troostende boodschap zonder

woorden, maar van een ongewone
helderheid. De herkenning is

overweldigend: ‘Dat is Bach,
vermomd als een chaconne;

Bach, hij heeft mij opgewacht!’
Dan keer ik om.

Jan van Laar

Luduvudu*

Nog zoek ik de ogen die mijn hart bezielden,
de handen, voeten, haren en de mond
van haar, die mij die stille morgenstond
deed geloven dat wij van elkander hielden.

Moet ik alle goden om vergeving smeken,
omdat zij zee was zonder grond, noch strand
en ik kastelen bouwde op los zand?
Was de mij geboden kus  een judasteken?

Rond  dwaal ik nu in kille, verlaten oorden.
Gebroken is de tak, verdord mijn blad.
Véél hel, té weinig paradijs krijgt wie verwacht

dat de liefde louter spreekt in scheppingswoorden.
Want, later blijkt dit, en niet méér dan dát,
slechts vals violenspel uit een verloren nacht.

Alfred Bronswijk

* afkorting voor 'liefdesverdriet'

Da Pacem Cordium

Radeloosheid kronkelt in hem, terwijl
brieven dronken naar beneden vielen.
Zijn ziel, eeuwig gebroken en toch bidt
hij om vrede.

Gekweld door pijn pakt hij de viool. Zachtjes
betast hij een snaar en neuriet stil in Glorie:

Da Pacem Cordium
Voor haar Hart
Da Pacem Cordium
Voor zijn Hart

Kalende nacht en tuurt hij boven. Plots
ziet hij een Gaal, die neder sproeit:
Da Pacem Cordium.

©Violet Asseruit Mane

Un violon dans la nuit ……

Nous entendons
un violon
dans la nuit.
IJle klanken in de nacht
vervoeren ons
tot dromerige mijmering.
Helaas!
Ik moet uw zoete euforie doorbreken
vanuit een bitt’re werkelijkheid.
Het is in klank gestolde wanhoop
van een werkloos geraakte Zwarte Piet.
Chômeur geworden!
Uitgestoten
Door een stel
politiek correcte idioten.
Zelf was ik ooit,
in een alweer ver verleden
een meester
in het être et avoir.
Maar daar is tot mijn spijt
door verruwing van de zeden
al lang geen vraag meer naar.
Nous entendons
son violon.
Weeft ijle klanken
in de nacht.
Omlijsting
van onze passé defini.
En daar is
geen woord Frans bij.

Cees Leliveld

Er klonk een viool door de nacht

Er verbleef een vreemde gast in het hotel.
Hij schuwde elk contact, sloot zijn deur,
ging de wereld uit de weg.
Hij dronk alleen maar wijn
en at alleen maar bittergarnituur.
Hij sliep terwijl het dag was
en zijn nacht was zijn dag.
Het was een flamboyant figuur,
hij was waarschijnlijk muzikant,
en hij was ook niet van hier.

's Nachts was hij voortdurend aan de telefoon.
Je hoorde zijn gepraat de hele tijd.
Hij zei dat er een vrouw onder zijn douche stond,
en dat er een vrouw in zijn bed lag.
Maar er was geen vrouw: hij was alleen.
Hij was daar alleen met zijn viool.
Er was geen vrouw, het missen:
dat was de gevoelige snaar.

Hij wilde niet naar buiten
hij wilde niet vertrekken.
De wijnglazen lagen in scherven
tussen de restjes van het
bittergarnituur in de hoek geveegd.
En zijn deur die bleef op slot.

En daar klonk 's nachts weer die viool door het hotel,
de klanken kringelden door de gangen,
van de torenkamer tot het souterrain.
De viool sprak van liefde en verlaten, spijt, het oud verhaal,
en iedereen hoorde de weeklaag helemaal.

Zijn vertrek kwam door platte pet en harde hand tot stand.
Hij werd samen met zijn viool buiten de stad gezet.
Maar nog jaren nadien kon men bij oostenwind
nog die viool horen klinken door de nacht.

Michiel van Hunenstijn

Un violon dans la nuit

Entendez là, cette bruit!
C’est notre pauvre chat Mimi?
Qu’est-ce qu’on fait, rester en lit?
N’allez pas dehors, je vous en pris!

Mais n’aiez pas peur, ma chérie,
Je vois Mimi en dormant ici,
Je crois c’est une chose de mimicri:
Un violon, seul dans la nuit.

Wim van den Hoonaard

Ode aan een viool

Zo was hij
als een viool in de nacht
een ebbenhouten
deunend het oude liedje

tot na driekwarteeuw
een gloren glanst
aan een nog verre horizon

Nelson Mandela (1918 – 2013)

Sieth Delhaas

Zing voor mij

Een viool speelt zacht alleen
voor ons het lied dat deze nacht
omhelst, ons in vertelsels smoort
over hoop die bij de liefde hoort
en bij levenslust – hoe wij samen
onder de blootste hemel luisteren,
hoe het lied ons kalm overweldigt,
ons dronken voert, kom toch
vanavond in mijn armen fluisteren.

Zing voor mij in deze droomnacht
je zoete stem wiegt mijn opwinding
zing voor mij, als je lied zich verheft
lijkt alles in mijn ogen vol van pracht
in deze droomnacht is alles mooier.

Sinds de tijd dat je mij verliet
dool ik rond in chagrijn en spijt
het lied dringt me dieper terug
in herinnering aan alle dagen
die vervaagden, vanavond echter,
gelijk de geur van vervlogen vreugden,
speelt een viool weer het gerucht
dat maar door mijn kop blijft zagen.

Zing voor mij in deze droomnacht
je zoete stem wiegt mijn opwinding
verzacht mijn zorgen, zing daarom voor mij
lento tot in de kleine uren, deze droomnacht
bloeit in mijn hart het geluk weer op.

Dick van Welzen

Vertaling/bewerking van ‘Un violon dans la nuit’ (Tino Rossi).

Un violon dans la nuit près de Deventer

(vrij naar Blok & Chlebnikov)

Macht, kampvuur, arbeid, stenen hamer:
het al te oermens’ lijk bedrijf
tijdens ’t Kwartair te Steenenkamer,
met niets dan huiden om het lijf…

Toen ving de oerviool te spelen
aan in a klein: de hamer viel,
en arbeid alle vuur verdeelde
verwarmend over nacht en ziel.

Pieter Bas Kempe

Un violon dans la nuit

Een viool in de nacht
en ik
ik wacht en wacht en wacht
op die ene klank
die mij vervoeren zal
in nieuwe vormenl
langs nieuwe wegen
zal inspireren
de leegte
van het papier
hier voor mij
te vullen
met een trilling
de stilte
te transformeren
even maar
maar toch
gehoord

Erica Rekers

Ante in Memoriam

Is weldra alles écht te weten
Door de wisse wetenschap
In diens hoge aanschijn zweten
Maakt ons oh zo strak en knap
In de berm verpietert de verwondering
Over zwermen vogels in de lucht
En dichters worden dra tot zonderling
Hun ijl elan sterft in een zware zucht
Verduisterd raakt hun aureool
De wereld driedimensionaal
n de verte huilt nog een viool
Verloren de oren voor haar wondere verhaal.

Neletta van Heuven

UN VIOLON DANS LA NUIT

                          I
Op het perron van mijn verwachting
zag ik u niet langer staan.
U bent aan mij, die trots vereent met zelfverachting,
in wolken stoom voorbijgegaan.
De muziek heeft niet voor mij weerklonken,
ik stond niet in de juiste stand
en was in weemoed weggezonken
toen de lang vergeten tango zong over het land --
over het land, over het water,
door de lucht, en door het fluisterend riet,
u noodde mij ten dans, maar ik reageerde niet,
u streek mij aan, maar ik vibreerde niet.
Ik ben een zwijger, niet een prater.

                        II
Langzaam, langzaam keer ik weder
uit de nevelen van mijn hart;
afgelegde avondkleding stemt mij teder
en liefdes listen raken geleidelijk ontward.
Langs zwart-witte schaduwen, die lang mij heugden,
-- de slanke middels die ik mocht omarmen --
volg ik verwoed het spoor naar vroeger vreugden
tot ik opnieuw bezwijk voor uw vertrouwde charme
en ik opnieuw de klanken hoor
waardoor ik keer op keer ontspoor.
Langzaam keer ik terug, dekking zoekend bij het lied
dat mij in al die jaren nooit verstiet.
Maar ik weet inmiddels wel aan wie ik toebehoor.

Herman Posthumus Meyjes

De titel is ontleend aan een destijds (1935) overbekend lied, zoals gebruikelijk als tango gebracht, van de Frans-Corsicaanse zanger Tino Rossi, ”chanteur de charme”, (1907-1983).

Bijdrage aan de discussie

poëzie spreekt voor zich zelf
wij doen er het zwijgen toe
veelstemmig klinken de woorden
luisteren met open oren
zien verre landen
mooie stranden
vergeten horizonten
en horen Violen bij nacht...

Dick Smeijers

Un violon dans la nuit

Als een viool bij nacht
Hoor ik jouw stem
Proef ik de klanken
Beluister heel jouw wezen
Jouw stem, jouw zachte stem
Nu speelt nog slechts jouw stem
Die mij verloren jou laat vinden
Als een viool in deze nacht.

Dick Smeijers

Concertgebouw

Heel nerveus, de wind die snijdt
Door jas en jasje, overhemd.
En in mijn hand een klein boeket
Mimosa stevig vastgeklemd.

Ik wacht verliefd. De achterdeur
Is dicht. Als zij daar straks verschijnt
Bied ik haar dan als dank voor klank
Voor ze voorgoed verdwijnt

Mijn bloemen. Het duurt wel erg lang;
Ach als ze toch eens wist
Hoezeer ik op haar wachten wil,
Mijn liefste violiste…

Ik wacht, al is het uren lang,
Op haar daar in de kou,
Daar achter het concertgebouw….
Mijn lief, och kom toch gauw!

Dan piept de deur en ze verschijnt,
Luid pratend met z’n drieën,
En ik, verblind, ga op haar af.
Met trilling in mijn knieën

Bedank ik haar. Ik stamel wat:
“Zoals u Bach deed klinken…”
Ik bied haar mijn boeketje aan…
Ze lacht… ik wil verdrinken,

Wil zeggen hoe ik van haar houd:
Haar spel, haar lach, haar tanden,
Waar tussen die charmante spleet…
Maar woorden vind ik niet. Wat heet,
Ik bloos, mijn wangen branden.

Ze lacht. Ze neemt de bloemen aan.
Ze lacht zo ongedwongen,
En zegt dan zacht tegen haar vriend:
“Wat leuk zo’n puberjongen!...”

Ik sta daar dan alleen, verward,
Onzeker, maar ook blij,
Want net nog voelde ik haar handen,
En zag haar lach tussen haar tanden,
Mijn groot idool, Emmy Verhey.

Niels Klinkenberg

Un violon dans la nuit

Denk achteruit, wat er vaak was:
nachten dansen op het ritme van je hartslag,
dagen uit wandelen, hemel de kleur van cliché,
aan zee iemand zoeken, de verkeerde vinden.

In je pijpenla het gepriegel met woorden
als met breekbare bordjes jongleren
om het jongleren af te leren.

Denk achteruit, wat vaker ontbrak:
nachten dansen op het leven dat muziek maakt,
dagen door sjouwen, de zon een tent in de regen,
aan zee vol verbazing de branding zien branden.

In je pijpenla het gepriegel met woorden
als echte kaarsjes in de kerstboom,
kitsch misschien, maar levensgevaar.

Wees tenslotte eens eerlijk: wanneer
trekt denken zich iets aan
van het bestaan?

Theo de Jong

Souvenir

Blauwe iris, tekening op papier,
en ingekleurd met mijn verlangen,
had ik hem gebracht.
In de droge rivierbedding zat
een jongen met gekruiste benen
fluit te spelen.
We lieten platte stenen
in springende bogen
over het resterende water scheren.
Die nacht nam hij me mee,
trok me langs stenige paden
naar boven, de berg op,
waar ik met mijn handen
de sterren kon aanraken.
De blauwe bloem is nu, denk ik,
na zoveel jaren, vergeten of verscheurd.

Nele Holsheimer

Voorjaar

Schrille, verkillende klanken in de nacht
van niet gestemde violen aangestreken
door onbekwame zoekende kinderhanden

Door merg en been toenemend snerpen
janken en jammeren dat slapen verstoort
onmenselijk atonaal lied vol dissonanten

Mijn kat en de kater van de buren in
muzikale tweespraak, zinnelijk duet van
hunkerende hormonen in verwarring

Stel je voor dat wij vrouwen, wij mannen

© Marianne Sorgedrager - Van Halewijn

Africa Now

Vloeiend zwart lijf
met wiegende spieren

Jouw oogluikende lach
in rithmische kleuren

Op klanken ver terug
naar zwoele geuren

Gun opnieuw een dans
zonder te versieren


Cradling black body
with muscles in bless

Your colorful laugh
shy rhythmical bend

On tunes far back
to that sultry scent

Bestow one new dance
without making a pass

Maarten Douwe Bredero

Een gedicht

ik had je  willen geven
hoe mooi het was,
gisteren
bij mij
een hemel zwaar  van
regen
niet bij mij
aan jou mijn vergezichten schrijven
waartussen stadjes liggen
met jou verdwalen in mijn woorden
eeuwen voelen door een kleine stad
hoe de mensen daar
vreugd’ en leed beleefden
bij ‘t haventje
waar “Dokter Pulver Zaait Papavers”
tot beeld kwam
je door mijn tranen heen
beschrijven
hoe ik een verliefd stel zag lopen
en dacht
zou ooit een vrouw
mij zo de adem benemen
door geur, kleur en pas?

Emile Rouveroy van Nieuwaal

UN VIOLON DANS LA NUIT

Denk achteruit, wat er vaak was:
nachten dansen op het ritme van je hartslag,
dagen uit wandelen, hemel de kleur van cliché,
aan zee iemand zoeken, de verkeerde vinden.

In je pijpenla het gepriegel met woorden
als met breekbare bordjes jongleren
om het jongleren af te leren.

Denk achteruit, wat vaker ontbrak:
nachten dansen op het leven dat muziek maakt,
dagen door sjouwen, de zon een tent in de regen,
aan zee vol verbazing de branding zien branden.

In je pijpenla het gepriegel met woorden
als echte kaarsjes in de kerstboom,
kitsch misschien, maar levensgevaar.

Wees tenslotte eens eerlijk: wanneer
trekt denken zich iets aan
van het bestaan?

Theo de Jong