donderdag 26 september 2013

Dichterscafé september 2013

Dichterscafé september 2013 - Onderwerp:
Macht en pracht

Deze maand is het thema Macht en Pracht, zoals bij de Open Monumentendag eerder deze maand.

                                                   

Het Dichterscafé van dinsdag 24 september heeft een nieuwe plek: Paviljoen Vogeleiland, dat onder de bezielende leiding 
staat van Bep Spa. Zo'n 35 mensen begeven zich in  'hogere sferen', tussen al het 'gebladerte'... ja zelfs van die witte, waarvan helaas te weinig geprint. Dus dicht bij elkaar gaan zitten en meekijken. En anders, zoals te doen gebruikelijk bij het voordragen van gedichten, gewoon luisteren!


Gedichten van deze bijeenkomst
Macht en Pracht door Erica Rekers
Macht en Praal door Cees Leliveld
Macht en praal door Michiel van Hunenstijn
Macht en Pracht (1 en 2) door Dick Smeijers
Parabel van pracht en praal door Nele Holsheimer
Macht en pracht door Sieth Delhaas (niet voorgedragen)
Duurzaamheid door Leen de Oude (niet voorgedragen)
Opperbestuur door Violet Asseruit Mane
Ballade kleine Noordijk door Neletta van Heuven
Aïscha door Tinus Derks
Mijmeringen door Jan van Laar
Copy Cat door Maarten Douwe Bredero
Sms-gedicht door Wim van den Hoonaard
Uitverkoren door Wim van den Hoonaard
Daventria Felix door Herman Posthumus Meyjes

Macht & Pracht

In de Pracht van Macht
als in het oog van een orkaan
ligt de Kracht waarmee Macht
zichzelf omringt in haar bestaan.

Erica Rekers

Macht & Praal

Macht is in dit land
een beetje een vies woord.
Nou…..een beeeetje vies?
zeg maar gerust obsceen!
Die goeie, ouwe, zwaar besnorde Nietsche
heeft zijn mooie, dikke boek
niet voor ons geschreven:
Der Wille zur Macht.
Daarvan willen wij niet horen,
dat schrikt ons af,
want niemand is hier machtig.
Men mompelt vroom iets over invloed,
goede gesprekken achter de coulissen.
Maar praal? Praal me daar niet van!
Bij ons zit praal alleen maar in pralines
(en dan ook nog van die Belgische….),
als praalhans sta je d’r niet best op!
Toch zijn er hier nog wel wat machten,
zoals de luchtmacht en de landmacht…
Maar die mogen ook niet pralen
met hun nieuwe wapentuig.
Nou, de zeemacht dan?
die noemen we Marine,
Koninklijk nog wel!
Net als te land en in de lucht.
Maar daar wordt ook het ene
na het andere schip verpatst!
Ja beste mensen, er valt
niet veel te pralen in NL.
Maar, pruilen doen we ook niet,
al wordt het ons soms te machtig.
Vroeger had je nog het Socialistisch Strijdlied:
Aan U, o Volk, de zegepraal!
Moge dit gedicht u aan het denken zetten:
praal onbekommerd met uw dichtkunst.
Want….gansch het raderwerk valt stil,
Als uw machtige pen het wil!

Cees Leliveld

Macht en praal

Is het de macht van de nacht,
dat hij de hele wereld, nou ja, de halve eigenlijk,
op zwart zetten kan? En is dat zijn praal,
dat oneindige sterrengeblink?

Is het de rivier, die machtige stroom,
die alles op zijn weg opstuwt en wast?
Drenkelingen wiegt, en op weg naar het nieuws huizen verwoest,
en die op zondag een spiegel voor de zwanen is?

Is het de vrouw, haar heupengedraai,
het borstengepronk, de buik- en billenpracht.
Dat ze zwaait met d'r haar, blikt met haar ogen.
De lipjes netjes gevouwen, geheimpje, niemand zeggen.

Is het de macht van de metastase,
die dappere eigenwijze cel, die naar
verboden plaatsen gaat. Is het de praal
van die dansende delende cel?

Is het de macht van het doek
die de mensen in de rij laat staan.
De magistrale toets, de fraaie streek,
de mystieke ervaring, tot tranen geroerd?

Is het de macht van de dood, de lange stoet
is het de praal van de bloemen op het graf
de ziel van de vlinder naast de Bob de Bouwerballon?
Zijn het de wormen, is het de macht van de lokkende eeuwigheid?

Michiel van Hunenstijn

Macht en Pracht (1 en 2)

De macht en pracht van een...

druppel

Parel in de golven
Versmolten tot regen
Hoe lang les je nog mijn dorst?
Oog van volmaaktheid
schitterend  op een lenteblad
Een holle steen vertelt me
Heel zachtjes jouw geschiedenis
Luister naar de druppel
spreek met oceanen
Wat er is in overvloed
hardheid wordt verzacht
Als druppels hun gang
maar kunnen gaan.

_____________________________

Macht en pracht

Rollen vertrouwd
Huid van een ander
Onbekend niemandsland
Onbegrepen signalen
Draaien en keren
Machtig onmachtig
...
Staan in de kilte
Kou die niet keren wil
Waarom was jij er niet?

Dick Smeijers

Parabel van pracht en praal

De kunstenaar en de koning,

Een blauw steentje hier, een blauw veertje daar,
de satijnkleurige prieelvogel versiert zijn prieel
om vrouwtjes te versieren, hij schikt en
herschikt en een blauwe bes wordt ververst,
soms ook een klein dingetje geel, niet te veel,
zo lokt hij een vrouwtje in zijn versierd kasteel,
zij laat hem daarna alleen met zijn kunst,
en bouwt voor de rest zich een eigen nest.

De koning werd uitzinnig van begeerte
bij het zien van de blauwe steen, de kleur
bedwelmde hem, hij rook eraan, geen geur,
geen smaak, toen hij zijn tong het
glanzend blauw liet strelen:
„Bezet het land, waar zulk gesteente
wordt gevonden en maak het volk tot slaven!“
Toen alle stenen waren uitgehakt,
de poort voor duizend jaren was gebouwd,
lag heel het slavenvolk doodstil in graven.

Mensenkinderen, neemt in acht:
Macht en Pracht zijn sterk verdacht !

Nele Holsheimer

Macht en pracht

Macht en pracht paren saam
Eeuwen geleden al
Huizen hoog in het groen
Nooit iets te kort

Showbizz op stand  gezien
Monument-én-dagen
Volk loopt te hoop en hoe
Het heurt weet Jord

Sieth Delhaas

Duurzaamheid

Alvise Pisani,
de 114e doge van Venetië,
liet 30 kilometer ten westen van de stad
een paleis bouwen
met 114 kamers:
Klein Versailles.
Giambattista Tiepolo
decoreerde de balzaal met fresco’s.

Enkele decennia later
kwamen de Fransen.
Zij stuurden de laatste doge
de laan uit.
Einde van een duizendjarig rijk.
Villa Pisani bleef
en werd gekocht door
Napoleon.
Napoleon ging
en Villa Pisani bleef.

In 1934 ontving
een nieuwe doge,
ook wel duce genoemd,
er Adolf Hitler.
Dat was iemand met plannen
voor een nieuw duizendjarig rijk.
Maar ook hij
had de wind niet mee.
Zijn compaan evenmin.

Villa Pisani bleef,
is nu Nationaal Museum.

Leen de Oude

Opperbestuur

Heerschappij is een dodelijke macht,
een machtsgevecht tegenspreken,
het komt ieder duur te staan,
en ontneemt je de pracht, omdat er -
mensen willen overheersen en regeren.

Weet het komt niet door bloemen of dieren,
zij hebben geen weet van deze kracht,
het is de mens die zich laat verloederen,
en men misbruikt deze macht.

Geloven in pracht is ieder eeuwig gegund,
zie het leven en zijn doorstane golven.
De Glans zoeken, getuigt van eeuwige moed,
met bezieling krijgt men altoos weer gloed.

Ons heelal wil iedereen behoeden, tegen die,
die zich hoger waant met de hoogste macht,
De Alkracht.

© Violet Asseruit Mane

Ballade Kleine Noordijk

Een meisje in de bloei van puberteit
Hoe diep verstopt al haar verlangen
Ternauwernood ontvlucht de kindertijd
Pop wordt slinks door prins vervangen
Ze droomt haar hartstocht dag en nacht
In een landhuis, vol praal en pracht
Dat heeft ze uit kasteelromans gehaald.

Hoe moet een kind van echte liefde weten
Als haar jeugd verscheurd wordt door het tegendeel
De blik van moeder die haar grieft als tekenbeten
En altijd het gevoel, ook als zij stil is, toch te veel
Zo niet met vader, huisarts, in zijn Volvo door de Voorster dreven
Dan vliegt soms onverwacht een vleugje liefde langs, voor even
Hij schampt haar wang en houdt een pepermuntje voor, zo een van King.

Hij herschikt zijn haren in de spiegel, trekt jasje recht, bezoekt de boerderij
Dan als bij toverslag blijkt in een brede bocht het droomhuis te bestaan
In machtig praal en pracht, verscholen in het lover maar van bomen vrij
De ramen met gordijnen als geloken ogen kijken haar verlokkend aan
Voortaan worden al haar prinsendromen op dit huis geijkt
Ze hoefde niet te weten hoe het heette, dit Kleine Noordijk
Het werd haar toevluchtsoord, weg uit de alledaagse knel.

Zondagochtend in de sponde spint zij haar geheime dromen
In de balzaal maken prinsen haar het hof met zang en dans
Stoere jongens van de HBS, maar het mooiste moet nog komen
De laatste dans is … telkens weer … voor haar aanbeden leraar Frans
Een storm van prille feromonen fulmineren in een zinderende zoen
Puur geestelijk genot, de beloften van haar lijfje lagen nog verborgen, toen
Dan breekt moeder in, trekt ruw gordijnen los, van de hemel in de hel

Vele jaren later, illusies armer, naar prinsen nu wantrouwend
Zoekt zij de liefde enkel nog gesublimeerd: in schilderkunst en literatuur
En in muziek, ook dat kan je verwarmen en is daarbij opbouwend
Je kunt de dosis zelf bepalen, maar bevrediging is slechts van korte duur
Zo valt haar oog op Lenny Kuhr bij Stichting Cultuur Kleine Noordijk
Ze rijdt er in haar eentje heen, op haar Tom-Tom, over de Wilpse dijk
Plots ziet ze haar kasteel, ogen geloken, ‘t al in toverlover vertaald.

Toch niet daar? Droombeeld mag je niet met echt bestaan verstoten
Bestemming bereikt! Geroezemoes stijgt uit het koetshuis op, ‘t is in ’t bos
Zij is te laat, de stoelen op, ze krijgt een kinderstoel op hoge poten
Lenny zingt “En wie ben jij?”, koert alle pijn onder haar boezem los
In de pauze naar de hal: een man herschikt zijn haren in een spiegel
’t Zit goed hoor, zegt ze en hij kijkt haar aan, zij voelt een vreemde kriebel
Hij offreert haar witte wijn, blijkt arts te zijn, aan zijn hand geen ring

Of het zo moet zijn wand’len zij na afloop saam naar hun voitures
Al keuvelend over kastanjebomen trekt hij zijn jasje in de plooi
Maar dan: daar staat haar mini, ernaast zijn Volvo, zo’n hele grote dure
Nu komt dat stil moment waarin iets wordt bekend, pijnlijk of mooi
Even maar schampt hij met grote mannenhand maar teer haar wang
En zet dan koers naar zijn moderne koets, ook hij voor meer nog bang?
Beiden zitten, openen portieren, laten ramen naar beneden om te zwaaien

Dan gebeurt iets wonderlijks, hij stapt weer uit, ziet hij toch nog kans?
Hij houdt iets in zijn hand, brengt het voorzichtig voor haar neus
Het zijn z’n ogen die de hare onverholen nu … aaien
De voorgehouden buit is, heus, een pepermuntje, zo een van King
À propos, zegt hij erbij, mijn naam is Frans.

Neletta van Heuven

Aïscha

van heel je
hooglied Aïscha
toon je slechts
de rondingen
van je ogen
die verraden
schoonheid Aïscha
heerlijker dan wijn
om snikkend
te omhelzen
alle andere
blijven Aïscha
met meetkundige
precisie verborgen
onder je gewaad
welke huistiran
maakt Aïscha
van jouw lusthof
een verzegelde bron
van levend water
welke praalhans
verbiedt Aïscha
de rozen van het
leven vandaag
nog te plukken
je weet toch
wel Aïscha
dat genieten een
onvervreemdbaar
mensenrecht is

Tinus Derks

Mijmeringen

Soms hoef ik alleen maar aan vinnen te denken
om alle zwemrecords te breken. Maar als jíj het
wilt gaan we vandaag een pleziertochtje maken.

Jij zit schrijlings op de ranke rug van mijn hybride
lichaam. Zo zwemmen we samen naar het
verzonken waterkasteel met zijn verrassende

bewoners: de puitaal, de fint, de griet. IJdele
vissen zijn het. Ze zwemmen pralend en
pronkend door de open ramen naar buiten om

ons hun onwaarschijnlijke kleuren te tonen: de
pracht van donkerrood met turquoise, geel
gemengd met glanzend wit, vermiljoen met

gouden rand. Geef me een kneepje met je kuiten
als dit uitje jou te veel wordt, te adembenemend
misschien. Dan zwiep ik je met mijn staart van

me af en schiet je in één beweging door naar
boven, waar de kabbelende golfjes vol onrust op
je wachten. Terwijl ik achterblijf om nog even

te trainen.

Jan van Laar

Copy Cat

in de flits van voorbijgaan
raakt plotseling dit zicht
een herinnering en ziel
zoals nooit zou verkeren

toen met zoveel kracht
bedacht in competitie
nu een laffe pauw
die pronkt met deze veren

woede laat zich leiden
naar stoppen deze bouw
met beeld niet verjaard

besef dringt echter door
dat ontkenning gaat winnen
en geld is bespaard

Maarten Douwe Bredero

Sms-gedicht

Op de plek van toen
we verliefd
verstrengeld zaten
wachtte ik troosteloos
op een visioen

van opnieuw beginnen

en dat jij kwam;

zachtjes praatte
kom toch binnen!

Wim van den Hoonaard

Uitverkoren

Soms kan ik toch
zo genieten van

Tekening door Benne Solinger
andermans werk
en dan denk ik
bij mezelf:
het is ook niet
voor iedereen
weggelegd:

zand aanharken
in de duinen.

Wim van den Hoonaard

Daventria Felix

het Raadhuis is verzonken in een diepe put –
de oudjes van Corel staan plotseling voor schut –
gezegend is de stad die door een oehoeman
                 de slaap niet vatten kan

en daklozen hebben de harde straat tot bed –
en huurders worden pardoes hun huizen uitgezet –
maar diep gelukkig is de stad die door een oehoeman
                de slaap niet vatten kan

bevolking krimpt en mooie winkels blijven onbezet –
geen universiteit, en niemand die daar nog op let –
gezegend is de stad die door een oehoeman
                de slaap niet vatten kan

en Deventer verschraalt tot anonieme plek –
museumloos, ambitieloos, naast Zwolle een vlek –
toch fijne stad die door een oehoeman
               de slaap niet vatten kan

Lief Deventer, locatie van mijn rust en lusten,
droom voort, verrijs ter stelt, en verder: wel te ruste!

Herman Posthumus Meyjes