vrijdag 28 juni 2013

Dichterscafé juni 2013

Dichterscafé juni 2013 - Onderwerp:
Kliekjesdag

Op deze bijeenkomst in aandacht voor de vele ‘kliekjes’ onder de gedichten. Door het grote aantal inzendingen van de voorgaande maanden zijn veel gedichten, zowel de thematische als die in de vrije productie, niet aan bod gekomen. Daar is nu net als in de maand mei alle gelegenheid voor!

Kliekjes van de kliekjes!!


Gedichten van deze bijeenkomst
Ballade van de faalangstige leraar door Tinus Derks
Zonder titel door Dick Smeijers
Gungholazy-poëm door Maarten Douwe Bredero
Kliekjes door Sieth Delhaas
Landangst door Ingrid Beckering-Vinckers
Platte poëzie-ready-made door Michiel van Hunenstijn
Ik was gek op u door Neletta van Heuven

Ballade van de faalangstige leraar

Ik ken het vak dat ik studeerde,
Herinner mij ’t studentenlied.
Ik ken het vuur dat mij verteerde.
Ik ken zo menig groot geleerde.
Ik ken alleen mijzelfve niet.

Ik ken de puber aan zijn smoel,
Bepukkeld en “ik ben er niet”.
Ik ken zijn omslag van gevoel,
Zijn enthousiasme voor een doel.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken het keten van een klas.
Ik ken de meisjes, hun verdriet.
Ik ken hun vlinderlichte pas.
Ik ken hun sores en hun sas.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken de punker aan zijn taal,
Met hanenkam een hele piet.
Ik ken de kakker aan zijn sjaal
En geen van beiden stoort mijn maal.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken de rector en zijn macht,
Hij zo beheerst, ik kierewiet.
Ik ken zijn helpers alle acht.
Ik weet wat elk van mij verwacht.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken het werkplan van de school,
De lesuitval, het normenlied.
Ik ken decanen als idool.
Ik ken de schoolbel als symbool.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken het klappen van de zweep.
Ik ken het Bussemakerslied.
Ik ken van lesboer elke kneep.
Ik ken gekanker en gedweep.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Envooi

Prins Jos, ik ken het allemaal.
Ik ken van ’t leven het verschiet.
Ik ken pensioen als avondmaal.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Tinus Derks

Zonder titel

de muzikale tonen
verijlen in de nacht
een zangeres verschijnt
en zet in kleuren neer
een lied zo mooi
zo teer.
de voeten raken los
de lucht wordt mijn tapijt
omhelzing volgt
maar eeuwig duurt zo kort.

Dick Smeijers

Gungholazy-poem

In prachtig Engels voorgedragen door Dorothy Weirs

Romanian Oak

Approach me in a state of focus
your long limbs next to mine
To figure out a way of conception
deduced from a jagged line
An angular grid to take the measure
composed tapered when forces dim
Notice these planes along three axes
and slanting angles at edges trimmed
My stark surfaces of one material
yet a dualism so easily dosed
Be seated to work in concentration
and taste henceforth this active pose

Absorbed reflecting on massive wood
I feel this light across my thigh
All joints subtle and abstract in lining
hiding plates and screws from the eye
In thickness sufficient to carry any load
from slabs sawed in matching vein
This mode somewhat low and overturned
mechanisms to explore in future phase
A robust prototype thus am I
even as enclosing comfort adheres
My embracing legs will stay the same
as seat and back offer lounging spheres

Maarten Douwe Breder

Het gedicht heeft betrekking op de stoel die door Maarten Douwe is ontworpen en geproduceerd. Kijk voor meer informatie op www.gungholazy.com.

Kliekjes

we speelden met dromen van vroeger
wat je had willen worden

als ik mijn ogen sluit zei ze
ben ik moeder van een weeshuis

of bestond dat beroep niet?

en mijn moeder ging met haar hand
door het haar van mijn vader

zoals ik zou willen doen
bij mijn dode geliefde
zijn zilvergrijze

Sieth Delhaas

Landangst

Pijlsnel verwijdert landschap zich
en vogelen we voort in kalme vlucht
door grijs, wit en blauw -
grijs, wit en blauw.

Trefzeker - ja, ja, die bol is rond
en schiet geen doel voorbij.
Behalve tijd en plaats
verandert er niet veel.

In razend gezelschap
door de kosmos.
Zal deze spits wel goed richten?
Zeg maar een gedichtje op.

Achter gesloten ogen
voelen we een geleidelijke daling
door blauw, wit en grijs
en zetten onze zonnebrillen
maar eens op.

Ingrid Beckering Vinckers

Platte poëzie - ready made

'Op de poëzie van Ida Gerhardt,
(1905-1997) valt nog wel wat af te dingen.'
Classicus, dichter en criticus
Piet Gerbrandy, wilde het toch maar
eens gezegd hebben.
Op verzoek van het Ida Gerhardt Genootschap
hield hij een lezing.
Gebrandy bleek zo weinig geporteerd
van het werk van de nog altijd zeer geliefde,
en veelgelezen dichteres,
dat hij door zijn gehoor bijna gelyncht werd.

'Hoe vaker ik haar bundel "Het Veerhuis" las,
hoe agressiever ik werd'.  Aldus Piet Gerbrandy.
'Het is zelfingenomen, platte poëzie
van iemand die vervuld is van haar talent,
en daar de hele tijd over praat, zonder dat
verder uit die bundel dat talent blijkt.'

'Literatuur gaat over wat het betekent om
de menselijke existentie te verduren.
En daar zit het probleem:
Gerhardt ontloopt de existentiële problemen,
door het alleen te hebben
over het feit dat ze in staat is over
die existentiële dingen te praten,
wat ze vervolgens niet doet!'

Michiel van Hunenstijn

Ik was gek op u

Variatie op Poesjkin's "ik hield van u"

Een schoolmeisje verliefd op de leraar Frans.

Ik was gek op u, die gekte is misschien
Nog niet voor eens en altijd gans genezen
Maar van gezeur wou ik u graag ontzien
Ge zijt nu dood, van mijn hunker niets te vrezen.

Ik was gek op u, door timidité gekweld
Het enige dat ik nog altijd durf te hopen
Is, dat ik met zo’n zachtheid, zo’n gevoelsgeweld
Een nieuwe leraar Frans tegen het lijf mag lopen.