dinsdag 23 april 2013

Dichterscafé april 2013

Dichterscafé april 2013 - Onderwerp:
Aleksandr Poesjkin
In het kader van het Ruslandjaar, deze maand Ruslands grootste dichter aller tijden: Aleksandr Poesjkin. Inleiding op dit onderwerp door Jos Paardekooper.


Deze bijeenkomst vieren we ook het 2 jarig bestaan van het Dichterscafé Deventer, dat begon in april 2011, met een versnapering en een gratis rondje uit het bekende kistje. Tevens is het de laatste keer dat Corrie Folkersma (betrokken vanaf het eerste uur) in haar functie vanuit de Bibliotheek Deventer aanwezig is. Haar afscheid is de zondag ervoor groots gevierd tijdens het CFestival, oftewel Corrie Folkersma Festival.


Gedichten van deze bijeenkomst:
Variatie op Poesjkin’s  “Aan mijn vriend Pjotr Tsaadajev”: door Neletta van Heuven
Medeverantwoordelijk (Naar Solzjenitsyn) door Marianne Sorgedrager- Van Halewijn

Niet alle gedichten op het thema Poesjkin zijn aan bod gekomen. In de maanden mei en juni is hiervoor alsnog gelegenheid. De bijeenkomsten worden dan bestempeld als kliekjesdag.

Variatie op Poesjkin’s “Aan mijn vriend Pjotr Tsaadajev”:

Aan mijn studievriend  Adriaan, salonfilosoof die psychiater werd, van mij, filosofe, die psychologe werd.

Niet lang werden we het hof gemaakt
Door het bedrog van vrijheid, roem en trouw.
Reeds is ons filosofisch bomen in vergetelheid geraakt
Zoals vervlogen dromen, zoals de dauw.

Maar ons verlangen is nog niet versmacht
Want op de bodem dampt ons ongeduld.
Gebukt onder ’t juk van triviale twitter-macht
Horen wij knarsend wat ons land aan Rutt’-zooi brult.

Ons verbijtend zijn we aan het wachten
Intussen díchtend over het verleggen van de dijken
Zoals geliefden in daden en gedachten
Geen seconde van hun passie kunnen wijken.

Want, geloof me, vriend, branden zal het vuur
Onze twijfels, onze poëzie, het zal beklijven
Nederland zal eens ontwaken op den duur
Op de ruïnes van onze verloederde Frans Bauer en Brit-cultuur.

Neletta van Heuven

Medeverantwoordelijk

Naar Solzjenitsyn

Als iemand zegt:
‘Zìj schenden vaak een mensenrecht’
als iemand zegt:
‘Wìj zijn dus goed en zìj zijn slecht’
als iemand zegt:
‘Dat is een door en door arglistig man’
is dat nìet waar, want
ook in mij, in ons, in U verdringt
èn kwaad èn goed, verspringt
de lijn, verschuift de grens
van eerbied voor een ander mens,
zodat ook U en ik en wij
verscheiden malen schuldig zijn.

Hebt U nooit voor de kuil gestaan
om er een ander in te slaan?
Al in de oudheid had men dit besef,
want ‘Ken Uzelf’ zei Socrates.
Van goed naar kwaad is maar één zet,
van kwaad naar goed volgt ook die wet:
Als iemand zegt:
‘In ons rust wit, in hun slechts zwart’
is dat niet waar, want
beide zijn in ieders hart:
èn U èn ik èn wij
zèlf moeten we oplettend zijn.

Marianne Sorgedrager-Van Halewijn
(februari 1986)

Op pad met Poesjkin

Vanmorgen maakte ik een wandeling met mijn ziel,
niet lang, een hoogst bescheiden rondje langs het water.
Wij gingen woordloos voort, het wereldse gesnater
ver achter ons, en peilden hoe de liefde viel.

Geen mens die storen kwam in dit verloren uur,
geen levend wezen, plant of dier, dat zich verroerde,
slechts licht en duister die elkaar om strijd beloerden --
en wij, wij beefden van het doorstane avontuur.

Haar weerloos makend stemgeluid, haar warme blik,
haar troost biedende hand en zijdezachte wangen --
niet eerder waren wij zo onvoorwaardelijk gevangen,
zo willoos in haar ban, mijn arme ziel en ik.

Niet eerder waren wij bij Liefde zo tehuis
en kenden zo de weg naar alsmaar groener velden,
waar minnespel en ogentaal al was dat telde --
de rest was onverschillig achtergrondgeruis.

Wij rekenden ditmaal op een standvastig lot
dat 't einde zou beduiden van ons ledig zwerven
en weerstand bieden zou aan leed en zelfs aan sterven --

Toen, in de verte, klonk de echo van een schot.

Herman Posthumus Meyjes

Poesjkin

'niet je ziel moet zuiver zijn, maar je stijl'

Georges D'Anthès, ongelooflijke lul, klootzak dat je bent!
Wat moest je nou met dat pistool, sodomiet!
Heb je nou je zin, bedwants, met je snorretje.
Wilde je door dat duel zo je plekje in de geschiedenis?
Je hebt de zon van Rusland gedoofd, je hebt,
de buurman van God naar God geschoten,
en en passant, Neerlands blazoen besmeurd.

Poesjkin je bent dood. Maar Poesjkin, je leeft!
Poesjkin! Op die camping ergens diep in Frankrijk,
luisterde ik, drie cd-lig lang, naar je Jevgeni Onegin.
En, ook al kende  ik de tekst, en wist ik wat ging komen,
toch liet ik een traan bij het eind - het lot, het verdriet,
tjak, rechtstreeks naar mijn hart, onontkoombaar.
Want ook ik was ooit een Jevgeni en ook ik had ooit
een Tatjana lief - en heb haar natuurlijk verloren.

En heb ik het van jou, 'hoe dichter bij de hemel, hoe kouder'?
het paste gelijk zo. Het zat als gegoten, ondanks
dat je zo ver weg was in afstand en tijd.
Poesjkin, mijn enige ingezonden brief in het NRC, ooit,
betrof jou, en je verwisseling met Czar Poetin, godbetert!
Maar Alexander, ik heb het voor je opgenomen
en rechtgezet. Graag gedaan, en we schrijven!

Michiel van Hunenstijn

Vergissing

Een voor droeve bedoelingen volmaakt toegerust meisje mijmerde,
stijfjes voor zich uit starend, over het onheil voorspellende sterven

van een hert zonder gewei dat aanstaande was. Zelfs de verheven bomen zwegen, hoewel zij hoger reikten dan redelijker wezens met

hun onverschilligheid voor transcendente dimensies. Het meisje liet haar van droefheid doorbloede blik rusten op de rustieke maar kale

hertenkop, terwijl ze – tegen beter weten in - met open ogen bad om de doorbraak van het gewei. Toen ze haar ogen sloot zag ze de

opgaande, kronkelvaardige tweetakkigheid van het gewei op onvermoede wijze uitmonden in een tedere verstrengeling van

bovenaardse bevalligheid. Dit gaf haar de moed de metafysische machten in dit speciale vriendschapsjaar te bewegen een groot

Russisch dichter naar ons land te sturen, ons land dat weliswaar laag gelegen en door crises diep gevallen is, maar vurige

verlangens kent. Zij in ieder geval zou zich door bijvoorbeeld Poesjkin graag laten verleiden. Immers, achteraf bezien was dan

het duel met fatale afloop, waartoe de dichter zich jaren geleden door een rivaal liet verleiden, niet nodig geweest. Poesjkin

verdiende een herkansing! Kreeg hij maar verlof haar hartenwens te bevredigen en ons lamlendig landje met een kroonwaardig

gedicht op te frissen. Misschien waren de hoogverheven heersers  gevoeliger geweest voor een hemelbestormend gewei dat niet

alleen door fantasie was gewijd. Toch waren ze het meisje grootmoedig ter wille: ze verhoorden haar bede, maar - mogelijk

onder de indruk van de ontijdige dood van het hert – op een onzorgvuldige manier: bij vergissing stuurden ze iemand die alleen

qua klank op de dichter leek: Poetin.

Jan van Laar

From Russia

Toen
was eens
met kracht in
metrum en woorden

Dat
vers met
veel wenen
om de smart gedaan

Tot
toorn van
baas boven wet
en zwaar beschonken

Nu
is daar
die lach na
duizenden sterren

Die
set uit
stad en land
door voorhene vaart

Na
niet lang
geleden
in liefs beklonken

Maarten Douwe Bredero

The Poet (Engelse vertaling)

A.S. Pushkin

Until he hears Apollo’s call
To make a hallowed sacrifice,
A Poet lives in feeble thrall
To people’s empty vanities;
And silent is his sacred lyre,
His soul partakes of chilly sleep,
And of the world’s unworthy sons
He is, perhaps, the very least.

But once Divinity’s command
Approaces his exquisite ear,
The poet’s soul awakens, poised,
Just like an eagle stirred from sleep.
All worldly pleasures leave him cold,
From common talk he stays aloof,
And will not lower his proud head
Before the nation’s sacred cow.
Untamed and brooding he takes flight,
Seething with sound and agitation,
To reach a sea-swept, desert shore,
A woodland wide and murmuring ...

Theo de Jong

De beeldhouwer

Vertaling van het gedicht: скульптор van de Russische schrijver Jevgeni Baratynski (1800 -1844).

Strak en fijnzinnig drong zijn oog in
Dat van de nimf, diep in de steen:
Zijn hart is op haar aan gevlogen,
Het vuur schoot door zijn aders heen.

Ondanks zijn mateloos beheersen
Is hij reeds machteloos verleid:
Met kalme snijtand vol begeerte
Heeft laag na laag zijn arm de kleren
Van het geheim vandaan geleid.

Met deze troebel-zoete zorgen
Vergingen uur en dag en jaar,
Doch achter ’t laatst gewaad verborgen
Blijft nog het zo verlangd gebaar,

Totdat nimf Galathea antwoordt:
Door beitelstreling is ontbot
Haar oog dat plots bekoort en aanspoort,
Hem bij de hand neemt naar een lustoord
Waar zegeviert het zingenot.

Pieter Bas Kempe