donderdag 31 januari 2013

Dichterscafé januari 2013

Dichterscafé januari 2013 - Onderwerp:
“Shall I compare thee to a Winter’s day? - vrij naar sonnet nummer 18 van Shakespeare: “Shall I compare thee to a Summer’s day”.

Gedichten van deze bijeenkomst:
2 thee : Sonnet voor boven de 18 door Wim van den Hoonaard
De Crux door Klaas Wijnsma
Het laatste kwartaal door Twan van Dijk
Hibernerotica door Leen de Oude
Jij door Dick Smeijers
Koele schoonheid door Jan van Laar
Life Jacket door Maarten Douwe Bredero
Variatie op Shakespeare's sonnet no. 18 door Herman Posthumus Meyjes
Zal ik je vergelijken met een grauwe wintermorgen? door Michiel van Hunenstijn
Marquise door Tinus Derks

2 thee : Sonnet voor boven de 18 (nogal vrij naar W. Shakespeare's 'Sonnet 18')

Zal ik je een kopje thee inschenken
En dan vakantie vieren met ons lijf?
Of blijf jij je lentebloem gedenken
Tot ik jou niet meer zie als lekker wijf
Soms zo heet als die knoepert in de lucht
Hou ik naast jou mijn kleren te vaak aan
Terwijl ik feest wil vieren met een zucht
Ja zeg, waar komen kindertjes vandaan?
Maar jouw hemels lichaam maakt vertragen
Van mijn gretigheid tot jouw grote schat
En ik zal 't op blote handen dragen
Totdat jij in mijn oortje fluistert plat:

Tot ziens zei ik eerder te vaak gedwee
Nu is het tijd voor natte lippen: thee!

Wim van den Hoonaard

De Crux

Vertaling gedicht:  'El Ápic' van Jorge Luis Borges

Niet de nagelaten geschriften van hen
die je angstig aanroept zullen je redden;
Je bent die anderen niet en je bevindt je nu
midden in de doolhof die gevormd is door
jouw stappen. De doodstrijd van Jezus of van Socrates
verlost je niet, noch de machtige gouden
Siddhartha die bij het verstrijken van de dag
in de tuin de dood aanvaardde.
Stof zijn ook de door je hand geschreven
woorden of de uitspraken gedaan
door jouw mond. Het noodlot kent geen mededogen
en de nacht van God is zonder einde.
Jouw materie is de tijd, de eindeloze
tijd. Je bent elk afzonderlijk ogenblik.

Klaas Wijnsma

Het laatste kwartaal

grijze draden van sluiers mist
bladeren die vallen
de eerste rijp als glinsterende kristallen
de zomer wordt gewist

als de zwaluwen zijn gevlogen
en de bladeren langzaam sterven
zal de natuur met herfsttinten verven
voordat de aderen verdrogen

de bomen worden kaal
de allereerste vorst
wegen glad als staal

de grond een harde korst
de moraal van dit verhaal?
het is weer tijd voor boerenkool met worst!!

Twan van Dijk

Hibernerotica

O winterdag met muts en rode wangen
Zo mooi zo mooi ben jij
Jij bent de bron van mijn verlangen
Mijn parelhoen in wintertooi ben jij

Hoe prachtig is zo’n dag
Met zon en lichte vorst
Jij bent voor mij de boerenkool
Ik ben voor jou de worst

O smetteloze winterdag
Van modderspatten vrij
Mijn vrolijke olijke doldrieste
Winterkoningin ben jij
Verleidelijk maar onberekenbaar
Ben jij                                      

Je ontkomt soms op het nippertje
Aan een uitglijder of een slippertje
En Amor in ons knusse huisje
Lacht onverstoorbaar in zijn vuistje
Zo komt in een winters gedicht
Jouw naakte waarheid aan het licht

Mijn vrijpartij mijn glijpartij
Mijn valpartij                                      
Zo’n waaghals en zo’n brekebeen
Verraderlijke winterdag ben jij
Met passie prei en winterpeen
Sla ik ons er wel doorheen

Jij blijft mijn uitverkoren winterdag
Mijn “poesiealbum” komt tot leven
Mijn lief mijn last mijn lach
Met alles wat hier staat beschreven
Al breng je vaak mij in het nauw
Ik blijf je nochtans eeuwig trouw
Omdat ik zoveel van je hou
Ook al verrek ik van de kou                                

Leen de Oude

JIJ

zomerzon
warmte
ben je
voor mij

herfstblad
onzegbaar schoon
jouw aanwezigheid

wintersneeuw
verwit mijn
landschap-om-nooit
meer-te-vergeten

lentebloesem
open kwetsbaar en
vol kracht
ben jij

eeuwig in
alles en allen
jij

Dick Smeijers

Koele schoonheid

Herinneringen aan de zomer
met zijn hitte zijn verdwenen
als ik voor mijn open ramen
huiverend naar buiten kijk
en aangestaard wordt door de bomen
van het wit besneeuwde bos.

Op deze vroege wintermorgen
hoor ik zelfs het tere breken
van een ijskristallen twijg
die door de wind is aangeraakt,
gestreeld haast, maar zo zacht, zo lieflijk
dat de stilte zich verdiept.

Gehecht ben ik aan strenge kou
en aan de grijs bevroren vijver,
aan de winterhazelaar met
duizend heldergele bloemen…
Koele schoonheid blijft bestaan
zolang dit loflied wordt verstaan.

(reactie op Sonnet 18 van William Shakespeare
‘Shall I compare thee to a summer’s day?’)

Jan van Laar

Life Jacket

de ideale oervorm eigen
biedt ruimte een kans
om kolkend te dansen
via huizenhoge baren
welke romig zilte belletjes
telkens aaneen doen rijgen

schommelend op de grens
van diep water en ijle lucht
in beuken met talloze spetters
slaakt de dunne tedere schaal
vanwege haar ovalen contour
geen enkele kreun of zucht

toch kiest het lot een rif
om dit lichaam te doen kruisen
zodat de loeiende wind
in haar volle kracht
nu over een gekraste huid
alsmaar wil blijven suizen

waardoor zonder spijt te krijgen
pas veel later in de tijd
na vele striemende vlagen
het ei gevuld met leven
een rust en stilte verkiest
en onder de spiegel zal zwijgen

Maarten Douwe Bredero

Variatie op Shakespeare's sonnet no. 18 (Shall I compare thee to a summer's day)

Gij zijt voor mij de winterdag gelijk.
Uw kus is ijs, uw lippen zijn gesloten.
Mijn hartstocht, waar ik uitzichtloos mee prijk,
Wordt door uw gletscherogen afgestoten.
Nooit had ik vat op uw bevroren hart
Noch ooit ontdooide uw borst onder mijn handen.
Gij bleeft, hoe ik ook bad, in vorst verstard
En liet mij ijskoud in een wak belanden.
Toch weet ik dat die vorst nog voor mijn dood
Zal wijken en ik zal knielen aan uw voeten
En gij de tranen droogt die ik vergoot
En mij met lentebloesem zult begroeten.
     Zolang ik adem en uw beeld aanschouw,
     Blijf ik u ook in hartje winter trouw.

Herman Posthumus Meyjes

Zal ik je vergelijken met een grauwe wintermorgen?

Jij bent die tribal tattoo die over die van je ex moest
Jij bent die mega-knettergekke-mazzel-korting
Jij bent de veeg lipstick op het breezertje.
Jij bent dat aarsgewei boven die roze string

Jij bent de sms naar die SBS-talentenshow.
Jij bent het tevergeefs gekraste kraslot.
Jij bent die verbroken Celestijnse belofte
Jij bent de uitgedrukte peuk in het dessert.

Jij bent het bakje kapsalon om drie uur 's nachts
Jij bent die vetrollen daarboven en daar halverwege.
Jij bent die dubbelbeuitlaatte Opel Corsa

Jij bent zanger Rinus, Frans Bauer en Marianne Weber.
Je bent super helemaal geweldig, je bent een kanjertoppertje
Jij bent daar op je Uggs, die grauwe wintermorgen.

Variatie op het shakespeare sonnet nr. 18

Michiel van Hunenstijn

Marquise (vertaling gedicht 'Marquise' van Pierre Corneille en Tristan Bernard, zang: Georges Brassens)

Marquise, al zijn de trekken
In mijn gelaat wel wat oud,
Besef dat jij je schoonheid
Ook niet jarenlang behoudt.
De tijd dwingt al wat schoon is
Zonder pardon tot verval.
Verdord maakt hij jouw rozen,
Mijn groeven zonder tal.

De ommegang der planeten
Bestiert de mens elk ogenblik.
Ooit was ik zoals jij nu,
Eens zul jij zijn als ik.
Ik zal misschien wel ooit oud zijn,
Antwoordt Marquise zonder spijt,
‘k Ben twintig jaar, waarde Corneille,
Aan jou heb ik jaren nog schijt.

Tinus Derks