woensdag 28 november 2012

Dichterscafé november 2012

Dichterscafé november 2012 - Onderwerp: novemberregen.
Vrij naar de novelle Dwaallicht van Willem Elsschot, waarvan de beginregel luidt:
“Een ellendige Novemberavond, met een motregen die de dappersten van de straat veegt”.

Gedichten van deze bijeenkomst:

Een jongen door Jan van Laar
November gered door Sieth Delhaas
Gompie door Violet Asseruit Mane
Into each life…door Leen de Oude
Zonder titel door Dick Smeijers
Novembergedachten/gedichten door Herman Posthumus Meyjes
De maand november door Tinus Derks
Regen door Twan van Dijk
Novemberregen door Wim van den Hoonaard
Seasons Change door Maarten Douwe Bredero
Hardlopen door de regen in november door Michiel van Hunenstijn

Een jongen

Dit is een ruige avond in november,
de regen stroomt de donk’re wolken uit
en straffe winden beuken op mijn ruit…
Een jongen draaft voorbij, een onbekende.
Gevelde bomen zorgen voor ellende,
een dakpan valt te pletter op de straat.
Een held is wie er nu naar buiten gaat,
die jongen dus, hij lacht om heel die bende.
Maar ik zit droog en ’t is voor mij een troost
dat ik een dak heb en geen pannen mis.
Geborgen voel ik mij, dat wil ik vieren
met een pintje vers gebrouwen bier.
Voor de jongen die een kanjer is 
hef ik vandaag het glas en bulder ‘proost’.

Jan van Laar

November gered

Novembermaand hoezeer ga je gebukt
onder beelden van duister, dood, verderf,
motregen, takken van een boom gerukt,
verlating, ouden eenzaam op hun erf.
Sombere schrijvers gaan zich te buiten
aan dwaallichten, die, van elkeen vervreemd
angst aanjagen wie op hen mocht stuiten
je vraagt zijn die vertellers zelf ontheemd?
Ik zie november als een maand gevuld
met lange avonden, mooie boeken,
gesloten gordijnen, mezelf gehuld
in wat me zint, desnoods oude doeken.
Met dit wel wat krakkemikkige sonnet,
is november van de somberaars  gered

Sieth Delhaas

Gompie

Novemberregen beukt tegen het huis,
de storm gaat niet liggen is het wel pluis?
Als men eens wist wat er allemaal in de storm besproken wordt,
Gompie, ik peins en pak een boot en ga spelevaren,
de haren zouden te bergen rijzen en vaar weg van ’t fjord,
wegvaren van het noodweer, het is zitten op hete blaren.

Naar zee gaan en de hele wereld achter mij laten,
novemberstorm, ga maar ergens anders praten.
Dapper is het om de motregen te trotseren -
Trek je regenpak uit stel je kwetsbaar op -

Kan jou het wat schelen als men je zou bezeren -
De geest is uit de fles en de kurk zegt Nu plop -
Laat je niet door de novemberstorm verwarren,
kost je veel tijd om Ariadne’s kluwen te ontwarren.

Dochter van koning Minos met haar kluwen wol -
Haar draad verleggend naar een labyrint van woud -
Theseus geholpen die zich rolde naar het verkeerde hol -
Verwachtingen geschept en Ariadne, zij is nu oud -
De novemberregen houdt de mens altijd staande

Dappersten onder ons zullen alles trotseren
Het houdt de ondermaanse gaande
Aangezien daar veel valt te leren

Zonder titel

Mijn oren vertellen me de verhalen
Van vroeger en van overmorgen
Mijn ogen zien de stralen van de zon
nadat de nacht reeds aangebroken is
mijn mond is bijna afgesloten
vertolkt niet meer dan nodig is.
mijn hart vertikt de tijd.
om lief te hebben tegen beter weten in
blijf ik geloven in die dagen
van fel rode lippen en een goed glas wijn.

Dick Smeijers

Novembergedachten/gedichten

Een dag als deze, diep vijandig,
en van zijn laatste licht beroofd,
maakt mij onnoemelijk opstandig --
alsof ik ooit in beter had geloofd.

Een dag als deze, grijs als stof,
met waken, slapen om het even,
en ademen een doen alsof --
met deze dood valt niet te leven.

Een dag als deze, niet geleefd
en niet gedeeld, vol onvermogen --
een herfstblad dat te gronde zweeft,
en tranen die om niets verdrogen.

Een dag als deze, overbodig,
en zonder einde of begin,
ik heb noch hem noch hij mij nodig --
geen walging zelfs of tegenzin.

Een dag als deze: afscheid, afscheid,
en nagloed van een stervend vuur --
voordat mijn arme wereld splijt,
wat hoopt men nog dat ik verduur?

Into each life…

November en er valt wat regen
Dat is soms doodgewoon een feit
J.C. Bloem kon er niet tegen
Die zei: dan regent het altijd

En zijn hart bleef altijd leeg
Ondanks al dat hemelwater
Dat hem tot de lippen steeg
Maar dat merkte hij pas later

Het zal ons niet overkomen
Wij heel anders dan de dichter
Met beide benen op de grond
Zien de zaken heel wat lichter

Regen mag soms rijkelijk stromen
Bloem had veel te natte dromen

De maand november

Ik min de natte maand november niet,
daar die zo grijs is en zo fel zijn kracht
uitplooit in ’t zwerk.

Komend met donker-koele oostenwind,
heeft hij de herfst gezonden en begoot
toen vrij het droeve hart.

Nu jaagt hij razend op het watervlak
en wenst steeds meer….

Tinus Derks

Regen

Regen, regen, regen, glinsterende wegen
zwart spiegelend en nat
vallende bladeren,
het is glad
een donkere lucht jaagt de zon  op de vlucht
dikke druppels biggelen langs ramen
als waren het  tranen
opspattend water
doorweekt als een verzopen kater

regen, regen, regen
het wassende water is tot mijn lippen gestegen
hard stromen door goten papierjes als boten
vensters zijn beslagen
mensen vervormen en vertragen als in een droom
tot gedaanten in spuitende stoom
want als de goden huilen
kan men nergens schuilen.

Twan van Dijk

Seasons Change

Tik, tik, daar is ze weer
zachtjes tegen de ruit
en zomaar op een dag

krachtig voedt ze
als behangen met fruit
laat bloeien in anders dor gebied

Bam, kabam in het gure veld
gelijk kogels van ijs
fonkelen deze peilloze ogen

butsen vallen
in veler kwetsbare huid
zo plots en zelden kennen wij haar niet

Geruisloos dwarrelt
op de stenen trap
alle kleur weerkaatst en terug gegeven

een deken over ons
zonder enig geluid
toch klinkt zij door als smeulend lied

Novemberregen

Het regent vaak in november
de negende maand of de elfde
de tegenwind maakt ons geremder
en 't jaar eindigt meestal hetzelfde

mistletoe wacht in november
hartstochtelijk op regenzoenen
terwijl sommigen steeds ontstemder
en hardvochtig zichzelf depri noemen

herfstkleurige bomen en vlaggetjes in de stad
tijdens een wandeling was de limbo wat nat
en de straat begon te ontvolken

gezelligheid was ver te zoeken
maar ach, waarom zou ik vloeken
'k loop toch met mijn hoofd in de wolken.

Wim van den Hoonaard

Hardlopen door de regen in november

En daar gaan we
de spoorbrug huilt
de trein die suist
de wind die blaast
de boom die buigt
het blad dat waait
de golven wit
het water wild
m'n sokken nat
mijn handen koud
het tempo straf
de wind die striemt
mijn bril beslaat
mijn hart dat bonst
de tak die kraakt
m'n jack kletsnat
het slechte zicht
mijn tijd beroerd
de spieren stram
de route lang
het hoekje om
de luwte in
het modderpad
het valse plat
de hongerklap
het zoute zweet
het zweet dat bijt
de wil die kraakt
de regenplas
de enkel zwikt
het rechte eind
het licht valt weg
je hapt naar lucht
een vaag besef
je vindt dit leuk
de regen in
novemberkou
de finish lonkt
je concentreert
je pas wordt lang.
je grijns komt terug
je bent er weer.

Michiel van Hunenstijn