vrijdag 28 september 2012

Dichterscafé september 2012

Dichterscafé september 2012 - Onderwerp:
Onderwereld:  betekenis in woordenboek:
het rijk waar je heengaat als je dood bent
  (volgens het geloof van de oude Grieken en Romeinen)

kringen van misdadigers                 

Gedichten van deze bijeenkomst:
Dichterscafé door Tinus Derks
Klaaglied voor Deventer door Tinus Derks
Een soort van onderwereld door Sieth Delhaas
Het was in die wereld door Erica Rekers
Leermeester Saturnus door Violet Asseruit Mane (pseudoniem)
Onderstebovenwereld door Wim van den Hoonaard
Onderwereld door José Hattink
Onderwereld door Michiel van Hunenstijn
Orpheus en Eurydice door Jan van Laar
Schaduwgevecht door Marianne Sorgedrager- Van Halewijn
Touching Evil door Maarten Douwe Bredero
De grafsteen voor de gebroeders Nassau in Heumen door Pieter Bas Kempe
Weening en knersinge der tanden door Herman Posthumus Meyjes

Dichterscafé

Dichterlijk ongerief!
Dichters van Deventer,
Hoog in O.B. bijeen,
Onder t.l.,
Ruilden hun hemelspoort,
Wanhoopbevestigend,
In voor de Hades van
Perlase hel.

Tinus Derks

Klaaglied voor Deventer dichter

De dichter die op Deventer wil dichten,
Is meer onthand dan zij die op hun fiets
Hun dichterlijke kunnen willen richten,
Want op dat voorwerp rijmt tenminste iets.

De dichter die van Deventer wil zingen,
Vindt in vertwijfeling wel iets gratuits
Als Koek- en Hanzestad, ja van die dingen,
Maar nee, op Deventer rijmt echtwaar niets.

Hij zoekt, als hij zijn habitat wil eren,
In arren moede naar iets erudiets,
Maar moete ten langen leste concluderen:
Zo’n stad biedt minder kansen dan een fiets.

Tinus Derks

Een soort van onderwereld

Vol van een mens
met de dood in zijn schoenen

licht was ik
met een ongekende moed

legde mijn lot niet in jouw
maar in de handen van mijn eigen ongekende weten
van hoe te gaan
wat waarde  was om voor te leven

Sieth Delhaas

Het was in die wereld

Het was in die wereld
de anderen niet overlegen
daar waar het instinctieve weten
ook wel onderwereld geheten
dat zij haar antwoord had gekregen
door krachtdieren verteld

Het was op een avond
die meerderen deed ontsluiten
waarmee haar menselijk geboren
en tot de middenwereld behoren
aanving en van binnen naar buiten
komen werd aan de stond

Het was haar hartenwens
dat ook de bovenwereld zich aan haar toont
daar er drie Naqual werelden bestaan
en hier door reizen eigen aan de sjamaan
is zij in contact met alles dat daar woont
een animistisch mens

Erica Rekers

Leermeester Saturnus

Leermeester Saturnus zal mij de komende tijd verblijden
Mijn onderbewustzijn zal het soms moeten ontgelden
Het zal mij terug werpen in het zadel van de levensleer
Het contact was OOIT gestart en is een diepe eer

Simpel is het niet om zware jongens toe te laten
Tring tring het is de duivel die wil praten

Het is de wereld onder de zichtbare wereld
Men noemt dit de Onderwereld
Rijk van Hathor en Hefaistos
Daar speelt zich dit alles af
Afdalen doe je onder eigen toeziend oog
t’Donker gekrocht van het bewustzijn
Geeft je relatie en verschuift het stof
Zie de innerlijke monsters, ontvang hun LOF

Wat is er geboren uit het ontdekken van de HEL
Hefaistos smeedde voor mij een GOD van vuur
Hathor met zijn mensenhoofd en koeienoren
Laat je zien, ik ken jou van toen hij gaf het bevel
Je beraamde een plan onder het Hemelse gewelf
Danste op muziek en deed dat heel puur
Het reikte nog niet hoog genoeg, de gloeiende toren
Helder stralend afdoend van mijn verbrande VEL.

© Violet Asseruit Mane

Onderstebovenwereld (sonnet met rijmdwang)

Als ik kies voor goed of kwaad
vroeg ten onder, misschien laat
koud in bed of een goot in de straat
hoe overleef ik de spagaat?

Goed en kwaad kunnen overal bij
en sta ik voor of achter in de rij
beneden èn boven ben ik niet vrij
maar wat me tegenhoudt zijn zij!

Of misschien vergis ik mij,
ben ik het kruis(igings)punt voorbij
en is er ook geen weg terug

naar de plek van de genomen maat
terwijl een behoefte nog steeds bestaat
aan meer welvaart, graag wat vlug!

Wim van den Hoonaard

De onder wereld

daar lig je dan onder (de) wereld
waarop je leven zich heeft afgespeeld
kriebelende herinneringen koester je
ze worden  waziger
je bril beslaat
de tijd kun je niet meer zien
morgen misschien

daar lig je dan op wereld niveau
duizenden as kristallen op aarde, op zee
dragen herinneringen mee
zoveel pluimage
om mee te delen
of om mee te helen
morgen misschien

José hattink

Onderwereld 1994

W., dichterbij de criminaliteit dan jij, ben ik nooit geweest.
met je bargoens, met je jopen, je joetjes, je okee dan,
je geeltjes en je koekwaus, je eeuwige Cypress Hill,
en de dreun van de House of Pain op tien: buurman!
En dat alles op een dagelijks bedje van je nederwiet.

Had je bezoek over de vloer, en dat wilde naar de stad,
maar fiets tekort, geen punt, daar ging je al,
met de betonschaar, naar het pleintje op de hoek, op zoek.
En daar kwam je al terug met een damesfiets.
Die stonden toch vaak het slechtst op slot,
ze vroegen er zo toch zeker zelf om.

En je had ook wel ns een pipa tegen je hoofd gehad.
En dat je je, onder de brug, tot je kin in het water,
verborgen hield. Want ze zochten je.
En ook al bokste je flink kick,
en pompte je op de sportschool zwaar metaal,
gerust erop was je ook weer niet helemaal.

En dan was er nog je maat P. P. weet je nog?
P. die z'n verwondingen liet zien, het gevolg van die inbraak laatst.
Het was een heterdaadje, hij was betrapt, gevlucht
en bood verzet. Eigen schuld, en dus heel veel bloed.
Dat waren dus de tanden van de politiehond: en hier
en daar en daar en daar gebeten. Het zag er niet uit.

Met W. kwam het uiteindelijk wel goed, kreeg verkering
met een Loosdrechts' meisje, uit gegoede kring nogwel,
en z'n eigen bedrijf, het rechte pad kortom.

En mijn criminele carrière is nooit verder gekomen
dan het zwartrijden met een tram.
En natuurlijk gelijk gesnapt: amateur,
voor onderwereld geen talent.

Michiel van Hunenstijn

Cypress Hill en House of Pain - twee hiphop/rapgroepjes, populair begin en midden
   jaren negentig.

pipa - straattaal voor pistool

Orpheus en Eurydice (apocriefe versie)

Eurydice komt aan de deur
als een spooksel, als een elf,
als een schim slechts van zichzelf.
Orpheus slaakt een cri de cœur:

‘Kom vlucht met mij uit de malheur
van dit onderaards gewelf,
vlucht met mij, en als vanzelf
vind je licht en leven, kleur.’

Eurydice, ze heeft ontmoet
een schim daar in de duisternis.
Ze zegt: ‘Ik blijf bij hem.’

De arme Orpheus houdt zich goed,
hij zingt z’n lied, maar uit gemis,
met gebroken stem.

Jan van Laar

Schaduwgevecht

De leeuw incognito
dwaalt door de gangen
van mijn ingewanden
Welwillend lach ik
en reik vele handen,
mijn frases lopen
beleefd en afgemeten

De massa drenst en dringt
de ruimte engt van zweet
en onverhoeds verheft
het beest zijn grauwen,
slaat links en rechts
met scherpe klauwen

Men deinst terug
van mijn terrein
De leeuw verdwijnt
slaat op de vlucht
hervat zijn rust

Ik krijg weer lucht
maar denk bezeerd:
wie overschreed
mijn grenzen -

Marianne Sorgedrager- Van Halewijn

Touching Evil

Het kind wat eens is

ziet spullen
voor liéfde aan
De puber daarna
zekert zich via
pijn aan een ander
Deze crook dempt de schuld
met schenking aan de kerk

Oogverblindend zachte vormen
raken vingertopjes
één voor één
Jouw mes splijt het weefsel
als een ploeg
voor de oogst
Dof in vergeven luxe
sterven wij zonder elkaar

Toe nemend
Af gezonken

Het leven eenmaal geschonken

Maarten Douwe Bredero

De grafsteen voor de gebroeders Nassau in Heumen

Zij renden weg, ontkomen was er niet meer bij,
soldaten vielen in het massagraf moeras:
de Nassau-broers bemerkten ’t zuigen van de dras,
verdwenen stervend in het onland zij aan zij.

Geen spoor werd ooit gevonden meer in plag of plas
van Lodewijk, van Hendrik, paarden of soldij:
een streng bewaard geheim van gans de Mookerhei
en heel het levend veen tot bij de Graafse sas.

Een grafsteen is te Heumen voor hen opgericht,
geeft Lodewijk en Hendrik zaal’ger een gezicht
nabij de plek waar lang reeds de Westfaalse vreê

over is neergedaald uit Münster, waar het rund
zijn kalme grazen op de heide is gegund,
waar zij al eeuwen rusten in hun legerstee.

Pieter Bas Kempe

Weening en knersinge der tanden

Ik ben de vleesgeworden herfstdepressie
en die wereld is mij van kindsbeen af vertrouwd.
Hoe harder ik lach, hoe definitiever de bladeren vallen;
hoe getapter ik ben bij de tapkast, hoe zwaarder de nacht intreedt.
Hoe meer ik word toegejuicht, hoe steiler de wanden van de put
waarin ik mij bevind bij het dagelijks ontwaken.
Hoe meer ik de paljas uithang,
hoe steviger de luiken worden dichtgetimmerd,
de gordijnen worden toegeschoven en de lichten gedoofd.
Hoe ruimer mij het succes ten deel valt,
hoe duisterder ik het huis bij terugkeer ’s avonds aantref.

Hoe meer ik vrienden en vriendinnen aan mijn borst druk,
hoe meer ik moet denken aan die zwaar bebrilde man
-- een Fransman, u weet wel wie --
die schreef: “l’enfer, c’est les autres”.

Herman Posthumus Meyjes