dinsdag 31 juli 2012

Dichterscafé juli 2012

Dichterscafé juli 2012 - Onderwerp:
Gerrit Komrij – in verband met het  plotselinge overlijden van de dichter Gerrit Komrij, een graag geziene gast in Deventer bij Tuinfeest en Boekenmarkt.

Inpiratie op het werk van Komrij door:   
  • een van zijn gedichten te parafraseren (zoals Komrij zelf ook tal van bekende gedichten heeft geparodieerd)
  • een gedicht te maken in de stijl/trant van Komrij
  • zich door de persoon te laten inspireren tot een gelegenheidspoëem, zoals er dezer dagen al een aantal zijn verschenen (bijvoorbeeld door Ramsey Nasr).
Gedichten van deze bijeenkomst:
Zonder titel door Dick Smeijers
Gerrit Komrij door Michiel van Hunenstijn
In memoriam Gerrit Komrij door Erica Rekers
Vakantie op Sicilië door Erica Rekers
Komrij in Kopland door Wim van den Hoonaard
Schelp door Alfred Bronswijk
A Dutch Wildedoor Maarten Douwe Bredero
Verzoening door Jan van Laar
Woordvrij door Herman Posthumus Meyjes

Zonder titel

Vandaag ontmoette ik toevallig
Paul Celan ( 1920-1970) op weg naar het
Dichterscafe en verdronk

In de rivieren ten noorden
Van de toekomst
Werp ik het net uit, dat jij
Aarzelend verzwaart
Met door stenen geschreven
Schaduwen

In 1960 ontving Paul Celan de Georg Buchner Preis

Dick Smeijers

Gerrit Komrij

Het werd begin augustus, je werd in Deventer verwacht.
Maar je kon de uitnodiging niet meer vinden.
En ook niet de bescheiden van de reis.
Je koffer voelde vederlicht en van je boeken waren,
dat was wel wat vreemd, alle bladzijden helemaal wit.
De luiken waren reeds gesloten,
dat verklaarde vast de somberte in huis.

Van de vliegreis staat je niets meer bij.
Je meende, je was wat ingedommeld,
vaag je naam te horen, Gerrit kom, Gerrit kom.
Of iets wat er op leek. Het was vast de motorbrom.
Het zal wel, de stewardess had geen oog voor je.
En zelfs de  Holland Herald  bleef vreemd ongelezen.

Op de IJsselkade woei een koude wind je tegemoet
De handelaren keken ook al door je heen
hun boeken hadden ze met plastic afgedekt.
Je tastte rond, maar vond zo niks.

De nachtportier van het Gildehotel,
die je verleden jaar nog rode wijn schonk,
en  je complimenteerde met je 'Faust',
kijkt wezenloos en schijnt je niet te kennen.

In het Tuinfeestprogramma word je niet genoemd.
Je signeert een boek of wat, tevergeefs,
de bladzijde blijft wit, de inktpatroon is zeker leeg.
Je ziet de dichters en het podium.
Je klimt erop en posteert je voor de microfoon.
Als je wilt spreken blijft het stil.
Je kijkt op, de katheder is plots ver beneden.
Je zweeft, je weet, je bent gestorven.

Michiel van Hunenstijn

In memoriam Gerrit Komrij 30/03/1944 – 5/07/2012

Och Komrij
kom toch
dichter
bij mij

want net nu ook ik
de waarde ontdek
en met zin
tweet en twitter

boog hoe bitter
jouw tijdlijn van aarde

zomaar ineens
de hemel in …..

Erica Rekers

Vakantie op Sicilië

Terwijl ik op Si si li E ben
en mijzelf hier in het rond verken
laat ik u hierbij weten
dat had dit land
no no li E geheten
kon ik er nimmer zijn gestrand

Erica Rekers

Komrij in Kopland

Komrij met mij naar de kim
van den Hoofdakker om te ploegen
alvorens wij uit puur genoegen
zaaien daar een nieuw begin.

Langs 't zaaigoed gaan dichtersdromen
hun eigen weg en blijven komen;
niet het groeien doet soms pijn
maar het niet gelezen zijn...

Misschien zal deze dichter het nooit leren;
een oliebol weet wanneer-ie moet keren.

Wim van den Hoonaard

Schelp (In Memoriam Gerrit Komrij)

Hij is de schelp, die in een strak versteende buitenkant
zijn 'ik' met listen vrijwaart voor de ongenode blik.
Zelfs ingevangen in het allerlaatste ogenblik
geeft hij zijn wezen nog niet vrij aan het omringend land

Hij sluit zich af, vergrendeld in kolkende eenzaamheid,
en doet alsof hij hier, voorgoed bevrijd van elk getij,
zijn zelfontworpen hoogste waarheid is en schadevrij
ontkomen kan aan hinderlagen en banaliteit.

Hoe toch is de dichter aan zee en schelpen soortgelijk.
Nutteloos, verdwaald tussen wrakhout en de waterlijn,
belichaamt hij de absurditeit onder dit gewelf

en bouwt uit weefsels van klank en rijm zijn angstvallig rijk
vol met gepantserd afweer tegen aangeboren pijn.
Hij weet zich thuisloos. Overal. Behalve bij zich zelf...

Alfred C. Bronswijk

A Dutch Wilde

oude verzen wederom tot bloei
liefde voor taal reikt verder terug
bloemen
welke nimmer verwelken

vinnige repliek uit diepe zuiden
op afstand lomp scherp in vizier
toch
elke schets kon overal luiden

stond nederneigend tijdens betoog
wendende zinnen gevat in vlam
zo
gaf hij te horen ten eigen groei

Maarten Douwe Bredero

Verzoening

Als hoge torens naar de mensen zwaaiden
en ganzen dansten op het lege plein,
als zwanen in de vroege morgen kraaiden
en heidebloemen geurden als jasmijn,

als boerenknechten zongen bij het maaien
en terpentijn veranderde in wijn,
als jij je fiets m’n keukentje in draaide
en jij vanzelf een plaats kreeg in dit rijm,

als plotseling een warme wind ging waaien
die wegblies al ons wederzijds venijn,
dan sprong ik gauw op jouw bagagedrager:
je nam me mee, ondanks de zadelpijn!

Jan van Laar

(naar ‘Twee koningskinderen’ van Gerrit Komrij, 1944-2012)


Woordvrij

Ik wacht op het woord dat zich ontkent,
het woord dat niet gehoord wil worden.
Ik hoop op het woord dat trilt en zweeft,
tot stille stervenskreet verdort en
niets omvat dan nagalm van een klok
die lang geleden heeft geklonken
over het vlakke land van de herinnering
en in het ochtenduur tot fluistering is geslonken.
Dat is het woord dat mij verlossen zal
en uit de boeien zal ontslaan,
de schakels doorgevijld, het touw gesleten:
dan heeft het woord zijn werk gedaan
en zal met mij in diepzee troggen zijn vergeten.

Herman Posthumus Meyjes