dinsdag 31 juli 2012

Gerrit Komrij

Het werd begin augustus, je werd in Deventer verwacht.
Maar je kon de uitnodiging niet meer vinden.
En ook niet de bescheiden van de reis.
Je koffer voelde vederlicht en van je boeken waren,
dat was wel wat vreemd, alle bladzijden helemaal wit.
De luiken waren reeds gesloten,
dat verklaarde vast de somberte in huis.

Van de vliegreis staat je niets meer bij.
Je meende, je was wat ingedommeld,
vaag je naam te horen, Gerrit kom, Gerrit kom.
Of iets wat er op leek. Het was vast de motorbrom.
Het zal wel, de stewardess had geen oog voor je.
En zelfs de  Holland Herald  bleef vreemd ongelezen.

Op de IJsselkade woei een koude wind je tegemoet
De handelaren keken ook al door je heen
hun boeken hadden ze met plastic afgedekt.
Je tastte rond, maar vond zo niks.

De nachtportier van het Gildehotel,
die je verleden jaar nog rode wijn schonk,
en  je complimenteerde met je 'Faust',
kijkt wezenloos en schijnt je niet te kennen.

In het Tuinfeestprogramma word je niet genoemd.
Je signeert een boek of wat, tevergeefs,
de bladzijde blijft wit, de inktpatroon is zeker leeg.
Je ziet de dichters en het podium.
Je klimt erop en posteert je voor de microfoon.
Als je wilt spreken blijft het stil.
Je kijkt op, de katheder is plots ver beneden.
Je zweeft, je weet, je bent gestorven.

Michiel van Hunenstijn

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.