donderdag 29 september 2011

Dichterscafé september 2011

Dichterscafé september 2011 - Onderwerp:
"vertel me het grootste van je leven, vertel me het kleinste"

Heleen Bosma – tot zaterdag 6 augustus 2011 nog de stadsdichteres van Deventer – zal op deze middag centraal  staan met haar poëzie, haar nieuwe bundel Oostenwind, haar stadsdichterschap en haar thema: "vertel me het grootste van je leven, vertel me het kleinste", een zin uit haar gedicht: Levensverhaal.

Gedichten van deze bijeenkomst:
In gebreke door Marianne Sorgedrager-Van Halewijn
Levensverhaal door Alfred Bronswijk
Ik gedicht door Martin Walton
City Poet door Maarten Douwe Bredero
Deventer roept Bloemendaal door Herman Posthumus Meyjes
Levensverhaal Op pad door José Hattink
Levensverhaal Spinsels door José Hattink
A1 knooppunt Deventer door Alied van der Meer
Dagtocht met oostenwind door Alied van der Meer
Pleidooi voor de herfst door Alied van der Meer
September, soms door Alied van der Meer

Vanaf heden is het mooie 'De Brave Broeder' vrij onverwachts gesloten en worden de bijeenkomsten van het Dichterscafé voorlopig op de zolder van de Bibliotheek Centrum gehouden.

In gebreke

De smeltkroes vol herinneringen van de bejaarde vrouw
is omgevallen, bijna leeg. Ze vraagt maar steeds ‘Wie ben je nou’
en ik zeg weer ‘Ik ben je dochter’ en noem opnieuw mijn naam
Ze kijkt verbaasd met grote ogen die dan verdwalen naar het raam

Nog zijn ze open de gordijnen, al rest er amper licht
de schemering belet een ‘weet je nog’ – klein lijkt ze en verstild
O, kon ik nu toch met haar praten van al ons falen, onze strijd
waarom kwam ik te laat in deze luwte en krampt mijn hart van pijn

Nu eindelijk mijn tijd gerijpt is, een echt gesprek nabij
kan ik geen zin meer vinden - ik zwijg bij ons onmachtig samenzijn.

Dan zoen ik haar op beide wangen, haar ogen lichten even op
ze fluistert mild ‘Dag lieve kind’. Alweer vervreemd lacht ze hardop.

Marianne Sorgedrager- Van Halewijn

Levensverhaal

Tekst wordt nog aangeleverd...



Alfred Bronswijk

Ik gedicht

Als ik een gedicht was,
dan hoefde ik niet te rijmen,
alleen als het zo uitkwam.

Als ik een gedicht was,
dan hoefden mijn regels
zich niet in een regelmatig ritme te voegen
noch mijn verzen in een vaste vorm.

Dan hoefde ik niet te ontroeren
of zo nodig grappig te zijn,
al zou ik daar van genieten.

Ook hoefde ik niet te verschijnen
in een dichtbundel of poëzietijdschrift,
hoewel ik het wellicht leuk zou vinden
om mezelf in druk tegen te komen,
en te zeggen, ‘Hé, die ken ik. Dat ben ik.’

Ik hoefde niet op te treden
op poëziefeesten en nachten van gedichten,
al zou ik waarschijnlijk wel gaan
als ik uitgenodigd zou worden,
maar alleen als het zo uitkwam.

Als ik een gedicht was,
zou dit mij al genoeg zijn,
dat als ik mezelf had voorgedragen
en uitgeklonken was,
dat het even stil zou zijn,
en dat iemand van de toehoorders
zachtjes in een zucht zou zeggen

Ach, als ik maar een gedicht was.

Martin Walton

In de bundel Oostenwind (Groningen: Uitgeverij Passage 2011) van Heleen Bosma las ik achterin (p. 56) dat haar collega als voormalig stadsdichter van Deventer, Jos Paardekoper, eens ‘een spits en komisch pleidooi tegen het als-gedicht’ heeft gehouden. Zelf heb ik moeite met gedichten over het dichten en dichter zijn en wat een gedicht nou is. Ik besloot beide bedenkelijkheden met elkaar te verbinden, in de hoop dat een dubbele bedenkelijkheid zou werken als een dubbele negatie.

CITY POET

Events echo on specific days
caught in your mind now set on fire
You map and promote a given talent
while people read, universally admire

For the written word subjects passing time
since printed ideas surpass an oral fashion
Like twigs carefully nestled by some mother bird
although any composition limits other expression

And soon enough a manly person does come along
claiming newly plus shocking interpretations
thus changing the mode, seemingly strong

So be not surprised thy profound frozen flair
will recede in our fostering memory
as if purposely diluted into fragile air

Maarten Douwe Bredero

HET GROOTSTE, HET KLEINSTE oftewel DEVENTER ROEPT BLOEMENDAAL

                                                                                 Vertel me het grootste
                                                                                 in je leven, de spanwijdte
                                                                                 die jij in tijd en ruimte bestrijkt …..
                                                                                 Vertel me het kleinste
                                                                                 en daarvan de details …..

                                                                                 Heleen Bosma, 
                                                                                 “Oostenwind, Deventer gedichten”  (2011)

Ben ik die jongen aan het strand
van Bloemendaal, kort voor de oorlog,
die met een stok een lijn trekt
en zegt: aan deze kant is het leven
en aan die kant de dood,
en ik woon aan deze kant?

Maar een lijn in het zand
is slechts een kleine barrière,
je springt er zo overheen.
Dat wist ik toen ook al.
Ik wachtte tot de vloed kwam
en de lijn uit zou wissen.

Ik denk niet dat ik toen al wist
dat het verschil tussen beide zó gering was,
zo wisbaar door zwakke golven,
maar ik sprong wel heen weer,
van het ene been op het andere,
en ik riep: “hier, daar, hier, daar”.

Ik wist dat het leven groot was,
en de dood klein, of misschien ook andersom,
dat zou nog moeten blijken.
En dat het zich zou afspelen op dat strand,
waar het zand in de diepte donker en zwaar was
en aan het oppervlak licht, van kleur en gewicht.

Op de achtergrond rolde de branding --
over groot gesproken.
Dàt was pas een scheidslijn,
een verschil tussen leven en dood.
Ik klampte mij vast aan de strandpaal,
daar op dat strand van Bloemendaal.

Herman Posthumus Meyjes

Levensverhaal Op pad

Je begint met niets
maar er komt altijd iets
stap voor stap
wankelend begin je
je gaat op pad
of je kiest je weg
hobbels worden genomen
of niet, elk pad is anders
je merkt het aan de tred
als je goed oplet
soms zie je niets
maar er is altijd iets
het is er allemaal
soms afgedekt
zoek, of zoek niet
ieder baant z’n eigen weg
je begint met niets
maar er komt altijd iets

José Hattink

Levensverhaal Spinsels

Warm, simpel en klein
fijn, krassen op papier
kopvoeter hier, spelen en nog eens spelen
met zovelen, dit blijft niet zo
o, we gaan de grotemensenwereld binnen
vele zinnen, kennis en indrukken
gaat zeker lukken, geen keus
is de leus, voor velen een verademing
niet gering, gedachtenspinsels dwarrelen voorbij
alsof ik brei, een patroon voor een jasje
met of zonder pasje?, is het warm genoeg?
wat ’n gezwoeg, ach het maakt niet uit
wat ik besluit, zoveel klanten kan ik op
is dat top? Onnodige ballast
zit ik er aan vast? Ik moet naar die spinsels toe
maar hoe? Het ontwaren van de draden
laat me raden, één voor één trek ik eraan
en blijf doorgaan, eerst de pas
dan de jas, verder trek ik het uit
…tot de bol
… wol
warm, simpel en klein

José Hattink

A1 knooppunt Deventer

1.
Weggaan is
een cowboy
gepoetste schoen    
gestreken strop

rechtsaf omhoog, iet wiet waait los
overal verte, water, bos

het land ligt leeg, het hoofd laat vrij
‘Hallo wereld, hier komen wij!’


1.
Terugkeer is
een knieval
knoestige moeder
roestige sleutel

de geur van onze eigen gang
aardappelmandje, oud behang

is prompt vergeten waar we staan
en omvallen en slapen gaan.

Alied van der Meer

Dagtocht met oostenwind

Wacht rustig af, hij komt:
Oostenwind, alledaagse dinsdag, strakblauwe lucht.

Aarzel niet, fiets zuidwaarts de stad uit.

Na twee kilometer draait u zich om
De zon boven u staat stil. Paf.

De rest van de wereld duwt
een muis over een scherm
een spijker in de muur
een lepel in een hongerig kind.
Maar u ziet het: voor u schuift
onverbiddelijk, elegant, blind
over een lopende band
de complete Europese inboedel
door het rivierenland:
koelkasten, hout, vlees, gewapend beton, op drift geraakte schokdempers, uitlaten, banket.

U denkt:mijn hemel, zo gaat het, zo gaat het dus
en zo gaat het inderdaad.
Dit is Europa
voortsnellende ruis
verpakte drift.

De zon schijnt
de paarden kijken de andere kant op
u bent de enige die het ziet.

Alied van der Meer

Pleidooi voor de herfst

Locatie: Zwarte Dennen, Staphorst,
Project: Overal in Overijssel

Hier moet je zijn
hier moet je wezen
hier kun je de herfst
blad voor blad lezen
Van groen naar geel
van geel naar rood
alles valt en dwarrelt
alles gaat hier prachtig dood

Knollen, bollen en boleten
eekhoornbrood en elfenbank
zie je zich ten gronde vreten
stuiven rond in eigen stank
De beuk steekt groen en geel de kroon
naar een lucht lichter dan blauw
een laatste staaltje kunnen
voor de tijd van rot en rouw.

Straks stort alles heerlijk in
herfst dondert, raast, verkilt
eindelijk zichzelf genoeg
vervalt, verwaait, verstilt
Blijf dus staan, geef op de strijd
kijk hoe herfst zich tooit
onthoud tenminste dit altijd:
-een zomer kan in ‘t water vallen-
 herfst mislukt nooit!

Alied van der Meer

September, soms

Zo stil is alleen september soms
zo roerloos oud
en goedgemutst

Niemand heeft plannen
of steekt de straat over
als dat niet hoeft

Achtertuinen  zacht, slordig, per ongeluk
slechts kleine bedoelingen, bramen
open ramen
iemand in een kamer zingt prachtig vals
bosje sleutels aan buitendeur, achteloos
kat likt water van groot, groen blad
spinnen, wespen, vergeten dameslectuur

Niemand heeft iets in de gaten
iedereen blijft

Er is oogst
Er is stilte
Er is september

Er is een witte vliegtuigstreep                                            

Alied van der Meer