donderdag 28 januari 2016

Dichterscafé januari 2016

Dichterscafé januari 2016 - Onderwerp:
Turner en/of het sublieme

Inleiding Jos Paardekooper

Zoals aangekondigd zal de januaribijeenkomst 2016 als thema hebben 'Turner en/of het sublieme'. De rechtstreekse aanleiding voor dit thema is de hernieuwde belangstelling die Turner de afgelopen tijd ook in ons land ten deel is gevallen: een film, vrij gemodelleerd naar zijn veelbewogen leven, een duo-tentoonstelling in Zwolle en Enschede, en meer in het algemeen belangstelling voor de sublieme levensgesteldheid, blijkend uit de (her)uitgave van ettelijke klassieke studies over 'het sublieme'. (Met voor zich sprekende titels als Het verlangen naar huivering, of Tussen genot en afgrijzen.)

De schilderijen van Turner vormen, naar wij vermoeden, evenzovele uitdagingen tot Deventer di
chterlijke inspiratie. En als het niet de schilderijen zijn, dan misschien wel die geestesgesteldheid van het sublieme. Voor zover die nog nadere toelichting behoeft hier een korte omschrijving uit de aankondiging van de tentoonstelling in Zwolle: 

'Joseph Mallord William Turner (1775-1851), zoals hij voluit heette, belichaamt het sublieme landschap, dat een revolutionaire visie op de natuur verbeeldde, waarin gevaar en schoonheid elkaar niet uitsluiten maar juist verstrengeld zijn. In A Philosophical Enquiry into our Ideas of the Sublime and the Beautiful’ uit 1757 omschreef de filosoof Edmund Burke de ervaring van het sublieme als de sterkste emotie die een mens kan ondergaan. Voor schilders betekende dit een ommekeer van beredeneerde en beheerste schoonheid naar verbijstering, een beleving zo intens dat zij niet meer te bevatten is. Turner, die zichzelf ooit liet vastbinden aan de mast van een schip in zwaar weer, bracht die overweldigende sensatie van de natuur het meest pregnant in beeld. Hij schilderde het verlammende geraas van een storm op zee, de adembenemende diepte van een ravijn en het verblindende licht van een vuurspuwende vulkaan.'
Turner, wolken en water, ongedateerd
Wij laten ons graag weer verrassen door de dichterlijke voortbrengselen die zullen ontspruiten aan een of meer van Turners sublieme doeken, of aan de sublimering van uw diepste roerselen, angsten of verlangens, al dan niet veroorzaakt door uw eigen concrete of fictieve levensketening. Moge de eerste bijeenkomst in het nieuwe jaar (alweer) een sublieme zijn.

Gedichten van deze bijeenkomst:

Gedichten op het thema
William Turner: Impressies (een drieluik) door Wim van den Hoonaard
Water en vuur door Anna Wiersma
Turner, wolken en water, ongedateerd door Michiel van Hunenstijn
Turner 1840, het slavenschip door Nele Holsheimer
Warp and weft door Maarten Douwe Bredero
Ode door Pieter Bas Kempe
Kunstenaarsleven door Neletta van Heuven
Hollands Sublieme door Alfred Bronswijk
Hier in Oostende door Alex Gentjens
De gesloten hemel door Jan van Laar
Consult door Tinus Derks

Gedichten zonder vastgesteld thema
Roodkapjes droom door Astrid Aalderink
Oude Zwerver door Frans Rummens

Herinnering bij een oorlogsmonument

Verhef je stem in vredesnaam
Om te verhalen hoe het is gegaan
Met mensen zoals jij en ik
Hun namen worden hier genoemd
Ze blijven klinken ter herinnering
Aan zoveel leed hen aangedaan.

Uit naam van ieder mens, zo velen
Klinkt hier een roep om vrede
Voor toekomst uitgetild
Uit lot van lang geleden
Spreken zij ons aan, elk met hun eigen naam

In naam van de herinnering
Wordt hier geschiedenis geschreven
De schreeuw om toekomst
Klinkt hier luid en levend
Zij zijn present in woord en daad
en geven ons de richting aan.

Dick Smeijers

Eelt


Wordt de mensheid almaar gekker?
Ik zie schreeuwen in een zaal,
Grofgebekt, tattoos en kaal.
Met beledigende taal.
Ik schrik zo van hun luid gemekker.  

Poetin, tsaar van alle russen
Geeft gewoon met eigen woorden
Opdracht aan die twee gestoorden
Litvinenko te vermoorden!
In wat voor wereld ondertussen

Leven wij, waar niet het leven
Maar de agressieve daad
Doorspekt met vreselijke haat
Waarmee men misdaden begaat
Ons aan angst doet overgeven.

Gekken zijn er, terroristen,
Blind door waanbeeld of geloof,
Voor menselijkheid horend doof, 
Hun moordlust en hun vrouwenroof…
Ik wou wel dat wij minder wisten…

Maar ik kijk naar ieder beeld:
Het woord van Wilders: minder, minder!
Een hetze die ons almaar blinder
Maakt en onze nachtrust steelt.

Die beelden zijn zo vreeslijk grof:
Een man met een Kalasjnikov; 
Een Poetin die een moord beveelt;

Een moord met zwaard in ’t hete zand;
Assad, die zijn volk verbant;
Dat geeft zo’n aaklig toekomstbeeld:

Europa dat het niet vertrouwt
En weer driftig muren bouwt…..

Ach, had ik maar wat meer eelt….


Aan Jeroen Bosch

mijn bleke lijf
veeg je met weerzin op het doek
mijn vrouw’lijkheid
dekkend met ongedierte
mismaak je mij tot duivels-lief

jouw meesterhand
heeft door de eeuwen heen
het mensdom ingeprent
dat vuil huist in mijn schoot
dat dood wacht in mijn armen

je kreeg een monument
’t palet gereed
om te besmeuren
aan te zetten tot gericht
de heks moet branden

voorbij, Jeroen
je kans
wij weten nu
en vechtent’rug
totdat
jij mens wilt zijn
met ons

Sieth Delhaas

donderdag 31 december 2015

Dichterscafé december 2015

Dichterscafé december 2015 - Onderwerp:
Sonnet ‘Gezwinde grijsaard die op wakkre wieken staag’

Gezwinde grijsaard die op wakkre wieken staag 
De dunne lucht doorsnijdt, en zonder zeil te strijken 
Altijd vaart voor de wind, en ieder na laat kijken, 
Doodsvijand van de rust, die woelt bij nacht, bij dag,

Onachterhaalbre Tijd, wiens hete honger graag 
Verslokt, verslindt, verteert al wat er sterk mag lijken
En keert en wendt en stort Staten en Koninkrijken; 
Voor iedereen te snel, hoe valt gij mij zo traag?

Mijn lief, sinds ik u mis, verdrijve ik met mishagen
De schoorvoetige Tijd, en tob de lange dagen 
Met arbeid avondwaarts; uw afzijn valt te bang. 

En mijn verlangen kan de Tijdgod niet bewegen. 
Maar ‘t schijnt verlangen daar zijn naam af heeft gekregen, 
Dat ik de Tijd die ik verkorten wil, verlang.

P.C. Hooft

Opgedragen aan zijn afwezige verloofde Christina van Erp, 
met wie hij 3 maanden later in 1610 in het huwelijk zou treden.

Hierboven het hedendaagse gedicht, het origineel is op het internet na te lezen.
http://www.dbnl.org/tekst/hoof001ptuy02_01/hoof001ptuy02_01_0026.php


Gedichten van deze bijeenkomst:


Gedichten op het thema
Uitgesteld verlangen door Tinus Derks
De avond valt door Cees Leliveld
Deeltijd door Lotte de Waard
Complottheorie door Wim van den Hoonaard
Klinkdicht voor een idealist door Marianne Sorgedrager- Van Halewijn
Ik heb de dagen door Alex Gentjes
Tijd zonder tijd door Nele Holsheimer
Tijd door Dick Smeijers
TijdGod door Violet Asseruit Mane
Solid Lava door Maarten Douwe Bredero
Verschiet door Sieth Delhaas
Voor Maria door Michiel van Hunenstijn


Gedichten zonder vastgesteld thema
Bij een tekening van Henk Cornelder door Pieter Bas Kempe
Het geluk smeden door Jan van Laar
Maandagavond door José Hattink-Blom
Niets is wat het lijkt door Astrid Aalderink
Kerst 2015 door Benne Solinger
De ommekeer door Martin Brinkman



Voor de bijeenkomst van 26 januari 2016 kunt u zich laten inspireren door  

'Turner en/of het sublieme'
Dit thema is ingebracht door Jos Paardekooper.

Graag tot dan, namens Herman, Jos en Arja!


Opmerking:

Vanaf heden treed ik, Arja Scheffer, af als 'bestuurslid', maar blijf wel tot het gezelschap van dichters horen.
Tot we iemand hebben gevonden die het Blog wil bijhouden, kan het zijn dat het Blog enige achterstand oploopt.
Het was me een genoegen deel te hebben mogen uitmaken van het bestuur en evenzo de daarbij behorende werkzaamheden voor het Dichterscafé te hebben mogen verrichten.
In april neem ik, net als Herman Posthumus Meyjes officieel afscheid.

Gelukkig blijft men mij gewoon, zij het in een andere hoedanigheid, zien tijdens de bijeenkomsten iedere laatste dinsdag van de maand.

Vanaf januari is de samenstelling van het bestuur als volgt:

Herman Posthumus Meyjes (tot april)
Jos Paardekooper
Cees Leliveld
Tinus Derks

Uitgesteld Verlangen

Ik had van alles geprobeerd
om in jouw blikveld te komen.
Wat ik ook deed, het viel verkeerd;
ik mocht slechts van je dromen.

Ik hing gedichten voor je raam,
bestookte je met bloemen.
Eens schreef ik in de sneeuw je naam,
toen ik je op zag doemen.

Ten langen leste zong ik maar
een liedje van verlangen.
Je oren bleken dat zowaar
probleemloos op te vangen.

Je glimlach toonde me al snel
wat je van mij verwachtte.
Jij maakte met ons minnespel
een einde aan mijn smachten.

Tinus Derks

De avond valt …

Hoezo: de avond ‘’valt’’…?
Heb jij de ochtend ooit zien ‘’vallen’’?
Of de middag soms? Nou dan!
Goed, hij zal een keer gevallen zijn
toen hij je onverwachts besprong
vanuit het donker wordend struikgewas…
Hoewel, dat was in de druilerige herfst.
Want ’s zomers komt hij glimlachend
aangeslopen en legt zijn lichtgrijze
zomermantel luchtig om je schouders.
Je merkt het nauwelijks.
Maar ’s winters?
Dan is het echt een overval!
De middag trekt zich schielijk terug
uit angst voor een verkrachting
door deze bruut, die ook
zijn slechte vrienden meeneemt:
de gluiperige mist, ijskoude regen
die op de grond bevriest.
Ja, val dan maar en breek je nek!
Val dood.

Cees Leliveld